DE TWEEDE BIOLOGISCHE WET (De tweefasigheid van een Zinvol Biologisch Speciaalprogramma)


Ieder
ZBSZinvol Biologisch Speciaalprogramma- verloopt in twee fasen, mits er een oplossing voor het conflict is.

 

 

Normotonie, sympathicotonie en vagotonie zijn termen die betrekking hebben op het autonome zenuwstelsel dat vegetatieve functies bestuurt, zoals zweten, ademhaling, spijsvertering, uitscheiding, vernauwing van bloedvaten en de hartslag.

Normotonie duidt op een gebalanceerd dag-nachtritme waarbij sympathicotonie wordt afgewisseld met vagotonie. Gedurende de dag verkeert het organisme in een normale sympathicotone staat van stress (“vecht of vlucht”), tijdens de slaap in een normale vagotonische rusttoestand (“rust en verteer”). De sympathicotone fase duurt ruwweg van 4.00 uur ‘s morgens tot 20.00 uur’ s nachts.

De Tweede Biologische Wet laat zien dat elk Biologische Speciaalprogramma verloopt in dit tweefasige patroon. Binnen de GNM is de omslag van het vegetatieve ritme een belangrijk diagnostisch criterium om vast te kunnen stellen of een persoon zich in de conflictactieve fase of in de genezingsfase bevindt.

 

DE CONFLICTACTIEVE FASE (CA-Fase)

 Wanneer de DHS optreedt, wordt het normale dag-nachtritme onmiddellijk onderbroken en schakelt het autonome zenuwstelsel over naar blijvende sympathicotonie en een langdurige staat van stress met zenuwachtige rusteloosheid, een snelle hartslag, verhoogde bloeddruk, trage spijsvertering, frequent urineren en weinig eetlust. Omdat de bloedvaten tijdens stress vernauwen, zijn typische tekenen van conflictactiviteit koude handen, koud zweet en rillingen. Daarom noemen we de conflictactieve fase ook de KOUDE fase.

De PSYCHE bevindt zich tijdens de CA-FASE in een dwangmatige denkwijze. Het constante peinzen en kwijnen over het conflict veroorzaakt slaapstoornissen (snel wakker worden na in slaap vallen, meestal rond 3 uur in de ochtend). De extra wakkere uren en de totale focus op het conflict dienen het zinvolle doel om zo snel mogelijk een oplossing te vinden voor het conflict.

De psyche, de hersenen en het bijbehorende orgaan zijn drie lagen van ÉÉN uniform geheel dat altijd in synchroniciteit werkt.

HERSENNIVEAU: Het Biologische Speciaalprogramma wordt aangestuurd vanuit het breinrelais dat overeenkomt met het specifieke conflict en met het correlerende orgaan.

In de conflictactieve fase blijft de scherpe ringconfiguratie van de Hamerse Haard (HH) ongewijzigd.

 

 

 

 

ORGAANNIVEAU: In overeenstemming met de psyche en het autonome zenuwstelsel reageert het conflictgerelateerde orgaan met fysieke veranderingen die het biologische doel dienen om de functie van het orgaan te verbeteren, zodat het individu beter in staat is om het hoofd te bieden aan het conflict.

 

Als er meer weefsel nodig is om een ​​conflictoplossing te vergemakkelijken, genereert het overeenkomstige orgaan meer cellen tijdens de conflictactieve fase. Dit proces is van toepassing op alle organen en weefsels die worden aangestuurd vanuit de hersenstam en de kleine hersenen, zoals de longen, lever, alvleesklier, dikke darm, schildklier of borstklieren. In embryonale termen zijn deze organen afgeleid van het endoderm of van het oude mesoderm (zie Derde biologische wet).

 

OPMERKING: ondervoeding, verwondingen en vergiftiging kunnen leiden tot een disfunctie van een orgaan, maar veroorzaken geen kanker.

Bij langdurige conflictactiviteit vormt de continue celproliferatie een tumor of kanker. Kanker die ontstaat in klierweefsel, zoals de borstklieren, alsook tumoren met een afscheidingskwaliteit (zie organen van het spijsverteringskanaal) worden een adenocarcinomen genoemd. Omdat de extra cellen (de “kankercellen”) evenredig vermeerderen aan de mate van conflictactiviteit, hebben ze het vermogen om zich zeer snel te vermenigvuldigen (ze verschillen ook genetisch van de oorspronkelijke cellen). De conventionele geneeskunde beschouwt de snelle mitose of celdeling ten onrechte als “abnormaal” en als “cellen die ontsporen”. Als de snelheid van celdeling een bepaalde limiet overschrijdt, wordt de tumor geïnterpreteerd als “kwaadaardig” (op basis van een academische consensus!). De ontdekkingen van Dr. Hamer zetten dit paradigma volledig op zijn kop door aan te tonen dat “ziekten” zoals kanker niet, zoals aangenomen, storingen van een organisme zijn, maar in plaats daarvan zinvolle, biologische, speciale natuurprogramma’s zijn, in de miljoenen jaren van evolutie ontworpen om een ​​individu te ondersteunen tijdens onverwachte nood. Zijn onderzoek levert het wetenschappelijke bewijs dat die actief kankercellen in werkelijkheid gespecialiseerde cellen zijn deelnemen aan de functie van een orgaan om het organisme te helpen in het geval van een biologische noodsituatie. Bij longkanker verbeteren de extra cellen bijvoorbeeld het vermogen van de longen in reactie op een doodsangstconflict, bij darmkanker verhogen ze de productie van spijsverteringssappen om beter in staat te zijn om een ​​onverteerbaar brokconflict te managen en bij borstkanker stellen de extra melkproducerende cellen een vrouw in staat meer melk te verstrekken aan een ziek kind, in het geval van een nest-zorg conflict. In het licht van de Vijf Biologische Wetten en het daaruit voortvloeiende nieuwe begrip van “ziekten”, wordt het onderscheid tussen “kwaadaardig” en “goedaardig” volledig zinloos.

 

Dr. Hamer: “In GNM is er geen ‘goedaardig’ of ‘kwaadaardig’; net zoals er geen goedaardig of kwaadaardig in de biologie is. “

 

Als minder weefsel nodig is om een conflictoplossing te vergemakkelijken, reageert het orgaan of weefsel met celverlies. Dit proces is van toepassing op alle organen en weefsels die worden aangestuurd vanuit het hersenmerg en de hersenschors, zoals de botten en gewrichten, eierstokken, testikels, kransslagaders, kransaders, baarmoederhals, de bronchiën, het strottenhoofd en de huid. In embryonale termen zijn deze organen afgeleid van het nieuwe mesoderm of van het ectoderm (zie Derde biologische wet).

OPMERKING: de skeletspieren, de eilandcellen van de alvleesklier (α-eilandcellen en β-eilandcellen), het binnenoor (cochlea en vestibulair orgaan), het netvlies, het glasachtig lichaam van de ogen en de reukzenuwen behoren tot de groep organen die reageren op het gerelateerde conflict met functioneel verlies of hyperfunctioneren (periostale zenuwen en thalamus).

 

HANGEND CONFLICT

Een “hangend conflict” verwijst naar de situatie waarin een persoon in de conflictactieve fase blijft, omdat het conflict niet kan worden opgelost of nog niet is opgelost.

 

Velen van ons leven met “hangende conflicten”, met weinig of geen symptomen, aangezien de symptomen in de conflictactieve fase zeldzaam zijn. Blijvende intense conflictactiviteit doet echter het lichaam qua energie ‘leeglopen’, wat tot de dood zou kunnen leiden. Toch kan een persoon nooit aan kanker sterven! Degenen die de conflictactieve fase niet kunnen doorleven, die hun conflict dus niet kunnen oplossen, sterven ten gevolge van energieverlies, gewichtsverlies (zie uitputting door gebrek aan proteïnen), slaapgebrek en vooral vanwege de angst voor de “ziekte”, met name de angst voor kanker. Met een negatieve prognose (“U heeft nog slechts zes maanden te leven!”), “metastase”-angst (“De kanker spreidt zich uit!”) en zeer toxische chemobehandelingen, die vergezeld gaan met de emotionele en mentale nood, hebben kankerpatiënten maar weinig kans om te overleven. Uitgeput en uitgewoond kwijnen ze weg en sterven uiteindelijk aan cachexie.

 

 

De meerderheid van kankerpatiënten sterft als gevolg van chemotherapie, die borst-, dikke darm- of longkanker niet geneest. Dit is al meer dan een decennium gedocumenteerd en toch gebruiken artsen nog steeds chemotherapie om deze tumoren te bestrijden”.

Allen Levin, MD, The Healing of Cancer, 1990

 

In GNM hanteren we de volgende aanpak: als een intens conflict op dat moment niet kan worden opgelost, wordt het doel het conflict te downgraden door gedeeltelijke resoluties, conflict-oplossingen, te vinden. Het downgraden van een conflict vertraagt de celproliferatie in het corresponderende orgaan en vermindert daarom de grootte van een tumor die zich ontwikkelt tijdens de conflictactieve fase. We kunnen leven met een hangend conflict en met kanker op hoge leeftijd (voor geruststelling of een beter gemoed is een operatie een optie).

OPGELET: Onder bepaalde omstandigheden is het beter een conflict NIET op te lossen, teneinde een moeilijke genezingscrisis te voorkomen. Kennis van de GNM is essentieel voor het beoordelen van de situatie.

 

CONFLICTOLYSE (CL)

 De oplossing van het conflict is het keerpunt in het Biologische Speciaalprogramma. Conflicten zijn altijd afkomstig van echte levensomstandigheden, bijvoorbeeld veroorzaakt door problemen met een echtgenoot (scheidingsconflicten), de dood van een geliefde (verliesconflicten), problemen op het werk of op school (territoriale conflicten, conflicten over eigenwaarde), financiële moeilijkheden (verhongeringsconflict, brokconflicten), zorgen over een familielid (nest-zorg conflicten), of bezorgdheid over zichzelf (conflicten over het bestaan, doodsangstconflicten). Te proberen om een praktische oplossing te vinden is het beste, omdat deze het meest duurzaam is. Met het verlies van een werkplek kan bijvoorbeeld beter worden omgegaan door het oppakken van een oude hobby; een constante “territoriale ergernis” met een buurman kan worden opgelost door middel van een verhuizing. Soms lossen conflicten zichzelf op, bijvoorbeeld wanneer de levensomstandigheden veranderen of wanneer andere zaken meer prioriteit krijgen. Op spiritueel niveau zijn conflicten waarmee we worden geconfronteerd een uitnodiging om onze houding te heroverwegen, woede los te laten, de situatie vanuit een andere hoek te bekijken, het grotere geheel te zien, de positie van de betrokken mensen te begrijpen en vergeving en liefdevolle vriendelijkheid te ‘beoefenen’ als de ware bron van genezing. Vanuit een hoger gezichtspunt draagt ​​het praktiseren van de GNM in ons dagelijks leven aanzienlijk bij aan onze persoonlijke groei en ontwikkeling. Het is niet voor niets dat de Spanjaarden de New Medicine La Medicina Sagrada of De Heilige Geneeskunde noemen.

Dr. Hamer: “We moeten onze conflicten twee keer oplossen. Eerst in reële termen, daarna geestelijk”.

 

Het leren van GNM stelt ons niet alleen in staat om ons bewust te worden van onze individuele conflicten als de oorzaak van een kwaal, het plaatst ons ook in de gelukkige positie om de genezingssymptomen welkom te heten – vrij van angst -.

 

DE HELINGSFASE (PCL = post-conflictolyse)

 Met de oplossing van het conflict schakelt het autonome zenuwstelsel over naar een aanhoudende vagotonie en een langdurige rusttoestand met vermoeidheid, maar met een goede eetlust. Rust en de wens om te eten geven het organisme de nodige energie voor genezing. Als de genezingsfase intens is, kan de vermoeidheid zo overweldigend zijn dat men nauwelijks uit bed kan komen. De behoefte aan slaap is bijzonder sterk gedurende de dag (in de conventionele geneeskunde wordt aanhoudende vermoeidheid gediagnosticeerd als “chronisch vermoeidheidssyndroom”). Begeleidende symptomen zijn een langzame pols en een lage bloeddruk. Tijdens vagotonie verwijden de bloedvaten en veroorzaken daarmee warme handen en een warme huid. Daarom noemen we de genezingsfase ook de WARME fase. De PSYCHE is in een staat van opluchting.

 

EERSTE DEEL VAN DE HELINGSFASE (PCL-A)

 ORGAANNIVEAU: Tijdens de genezingsfase wordt het betroffen orgaan hersteld, tot zijn normale functie.

Tumoren die zich in de conflictactieve fase ontwikkelden, zoals een longtumor, dikke darmtumor, levertumor, prostaattumor of een tumor in de borstklieren, stoppen onmiddellijk met groeien en de extra cellen die niet langer nodig zijn worden afgebroken met behulp van microben (vierde biologische wet). Dit geldt voor alle organen die gecontroleerd worden vanuit de hersenstam en het cerebellum.

Omgekeerd wordt weefselnecrose (verlies van cellen), bijvoorbeeld in de baarmoederhals, de eierstokken, testikels, bronchiën, melkgangen of galwegen weer aangevuld met nieuwe cellen (in de conventionele geneeskunde worden de nieuwe cellen ten onrechte als “kankercellen” beschouwd). Dit is van toepassing op alle organen en weefsels die worden aangestuurd door het hersenmerg en de hersenschors.

In PCL-A (exsudatieve fase) vormt zich op de locatie een oedeem om het gebied dat op dat moment in genezing is te beschermen. Met waterretentie als gevolg van een actief alleen-achtergelaten-worden conflict of existentieconflict (zie SYNDROOM) wordt het vastgehouden water overmatig opgeslagen in het genezingsgebied, wat de zwelling vergroot. Andere tekenen van genezing zijn koorts en ontsteking als gevolg van een verhoogde bloedtoevoer in het genezende weefsel, afscheiding om de afvalproducten van het celverwijderingsproces uit te drijven, jeuk bij epitheliale weefsels zoals de huid en nachtzweten wanneer schimmels en TBC bacteriën betrokken zijn. De zwelling en de ontsteking kunnen aanzienlijke pijn veroorzaken. De ernst van de genezingssymptomen wordt bepaald door de intensiteit van de voorgaande conflictactieve fase. OPMERKING: Complicaties komen niet voort uit hoge koorts maar vanwege een groot hersenoedeem.

Veel van deze symptomen (pus, ontsteking, zwelling, pijn) komen voor wanneer een wond geneest. De genezing van kanker is precies hetzelfde.

 

 

 

 Dr. Hamer: “Als de patiënt op de hoogte is gebracht van alle feiten, hoeft hij niet langer bang te zijn voor zijn symptomen. Hij kan deze nu volledig accepteren als de helende symptomen die ze zijn – alles wat tot nu toe had geleid tot angst en paniek. In het grootste aantal gevallen gaat het hele gebeuren voorbij zonder ernstige gevolgen. ‘

 

HERSENNIVEAU: De impact van het conflict (DHS) in de hersenen veroorzaakt een lichte beschadiging van de neuronen binnen het specifieke hersenrelais. Parallel aan de genezing van de psyche en het orgaan ondergaan ook de aangetaste zenuwcellen een herstelproces. Net als op orgaanniveau worden tijdens het eerste deel van de genezingsfase (PCL-A) water en sereuze vloeistof naar het gebied getrokken, waardoor er een hersenoedeem ontstaat om het hersenweefsel in die periode te beschermen. De mate van het oedeem wordt bepaald door de intensiteit van het voorafgegane conflict en de grootte van de Hamerse Haard die op het moment van de DHS werd gecreëerd.

In PCL-A dompelen de scherpe, concentrische ringen (zie conflict-actieve fase) zich onder in het oedeem en presenteert het zich op een CT-scan als donker (hypodense) – vergelijk met PCL-B. Waterretentie door de SYNDROOM verhoogt de omvang van het oedeem aanzienlijk. In de conventionele geneeskunde kan een groeiend hersenoedeem ten onrechte worden gediagnosticeerd als een “hersentumor”.

Deze CT toont een hersenoedeem in het controlecentrum van de longblaasjes, waaruit blijkt dat een doodsangstconflict is opgelost. De meeste doodsangstconflicten worden veroorzaakt door de shock van de kankerdiagnose.

 

 

Het is de zwelling van het hersenoedeem die de cerebrale genezingssymptomen veroorzaakt, zoals duizeligheid en hoofdpijn. Hoofdpijn die optreedt tijdens PCL-A fase is doffe, drukkende hoofdpijn. Scherpe, stekende hoofdpijn daarentegen komt voor na de epileptoïde-crisis (in PCL-B). Zodra het hersenoedeem is verdreven, wordt het mechanische ‘trekken aan de hersenvliezen’ gevoeld als scherpe pijn. Migraine-hoofdpijn begint in de genezingsfase en is het meest intens tijdens de epileptoïde-crisis (met recht werd migraine ooit “kleine epilepsie” genoemd). Migraine heeft voornamelijk betrekking op de pre-motorisch sensorische cortex. Conflicten die verband houden met migraine zijn bijvoorbeeld machteloosheidsconflicten, frontaalangst conflicten, schrikangstconflicten, territoriale angstconflicten, stinkconflicten, weerstandsconflicten of bijtconflicten. Meestal was de conflictactieve fase kort maar intens. Terugkerende migraineaanvallen worden veroorzaakt door conflictrecidieven (“zondag-migraine” wordt geactiveerd door een “zondag-spoor”).

 

OPMERKING: Om het oedeem te verkleinen is het handig om een ​​ijspak op het hoofd te leggen of koude douches te nemen (stekende hoofdpijn reageert niet op ijspakkingen omdat er geen oedeem meer in de hersenen is). In bed is het aanbevolen om het hoofd wat hoger te leggen om zo de hersendruk te verminderen. De vloeistofinname moet tot een minimum worden beperkt om de zwelling niet te vergroten. Absoluut te vermijden zijn direct zonlicht op het hoofd, saunabezoeken en warme baden.

 

Over het algemeen is het hersenoedeem niets om je zorgen over te maken. Echter, een grote zwelling, meestal veroorzaakt door waterretentie (SYNDROOM) kan de druk zo verhogen dat een persoon in een coma valt en sterft. Hetzelfde risico bestaat met meerdere hersenoedemen. Plotselinge kindersterfte (SIDS of “wiegendood”) treedt op als gevolg van grote zwellingen in de hersenen.

 

DE EPILEPTOÏDE CRISIS treedt op tijdens het hoogtepunt van de genezingsfase en vindt gelijktijdig plaats op alle drie de niveaus. Aan het begin van de crisis wordt het gehele organisme uit de vagotonische toestand getrokken en bevindt het individu zich kortstondig in een conflictactieve toestand van stress. De reactivering van het conflict genereert rusteloosheid, misselijkheid, verhoogde bloeddruk, een verhoogde pols, koud zweet en de rillingen. Het biologische doel van deze sympathicotonische fase is om het oedeem uit te stoten dat zich zowel in het orgaan als in het correlerende hersenrelais ontwikkelde (in PCL-A); het verdrijven van het hersenoedeem is vooral van vitaal belang omdat het de hersendruk verlicht. De epi-crisis wordt gevolgd door een urinefase, waarbij het lichaam alle overtollige vloeistof verwijdert. Als het oedeem niet volledig kan worden verdreven vanwege het SYNDROOM (waterretentie) of als gevolg van conflictrecidieven, blijft het resterende oedeem aanwezig totdat het biologisch speciaalprogramma is voltooid.

Het exacte type epileptoïde-crisis wordt bepaald door de aard van het conflict, welk orgaan betrokken is en welk deel van de hersenen daar bij hoort. Wanneer een hersenoedeem zich in de motorische cortex bevindt, manifesteert de crisis zich als ritmische convulsies (zie epileptische aanval), spierkrampen of spasmen; in de sensorische of post-sensorische cortex genereert het duizeligheid, korte bewustzijnsstoornissen of, met een intens conflict, een volledig verlies van bewustzijn (“afwezigheid”) als gevolg van de daling van de bloedsuikerspiegel. Sommige epi-crises kunnen gevaarlijk zijn, vooral wanneer de conflictactieve fase lang en intens was. Dit is bijvoorbeeld van toepassing op hartaanvallen of beroertes. De epileptische crisis is een belangrijk biologisch keerpunt in de helingsfase. Dr. Hamer raadt dan ook ten zeerste af om gedurende deze fase krampstillende of kalmerende medicijnen in te nemen om deze uiterst kritieke gebeurtenis niet te onderbreken. Sedatieve medicijnen die op dat moment worden toegediend, kunnen ervoor zorgen dat een persoon in coma raakt.

 

LET OP: Conflictrecidieven rond de tijd van de epileptoïde crisis verergeren de symptomen! Daarom is het van het grootste belang om het conflict niet aan te pakken tijdens de resolutiefase, omdat dit ‘de vinger op de wond legt’, om de woorden van Dr. Hamer te gebruiken. Het ‘opruimen van conflicten’ terwijl een persoon al in heling is – zoals het wordt beoefend door bepaalde ‘alternatieve therapieën’ – verhoogt ​​het risico op ernstige complicaties voor een cliënt. Hetzelfde geldt voor psychologische therapieën.

Dr. Hamer: “De arts moet de psyche begrijpen; de psycholoog moet de geneeskunde begrijpen. ‘

De epileptoïde crisis komt meestal voor tijdens perioden van rust (weekends, vrije dagen, vakantie), in de vroege ochtenduren of tijdens de slaap wanneer het organisme zich in diepe vagotonie bevindt. De omvang van de epileptoïde crisis wordt bepaald door de zwaarte van de conflictactieve fase. Daarom is de genezingscrisis meestal volledig ongevaarlijk en alleen zichtbaar of merkbaar, bijvoorbeeld, als hoestbuien, diarree-aanvallen, neusbloedingen, of als “de koude dagen” (koude rillingen) en nervositeit.

 

TWEEDE DEEL VAN DE HELINGSFASE (PCL-B)

 Het doormaken van de epileptoïde-crisis is als ‘een blad omslaan. Het organisme gaat op dat moment het tweede gedeelte van de genezingsfase, of PCL-B (littekenfase) in. Littekenvorming vindt voornamelijk plaats door de productie van collageen, vervaardigd door gespecialiseerde cellen, fibroblasten genoemd, die zich bevinden in het bindweefsel rond het genezingsgebied. Tegen het einde van het biologische speciaalprogramma wordt de originele functie van het orgaan hersteld en keert het dag-nachtritme terug naar normotonie.

 HERSENNIVEAU: nadat het hersenoedeem er uit is geperst, vermeerderen zich ter plaatse gliacellen om het genezingsproces op hersenniveau te voltooien. Neuroglia (“glia” komt van het Latijnse woord voor “lijm”) is hersenbindweefsel dat neuronen isoleert en ondersteunt. Slechts 10% van de hersenen bestaat uit zenuwcellen; 90% bestaat uit gliacellen, wat hun belang aangeeft. Een belangrijk onderscheid tussen de twee soorten hersencellen is dat neuronen niet delen door mitose, terwijl gliacellen het vermogen hebben zich te vermenigvuldigen. Net als de rol van bindweefsel bij wondgenezing, is de functie van neuroglia om hersenbeschadiging te herstellen, bijvoorbeeld na een hersenbeschadiging of een hersenoperatie. Gliacellen helpen ook om het gebied in de hersenen te herstellen dat de impact van een DHS te verwerken heeft gekregen. Zowel intense conflictactiviteit als het hersenoedeem (in PCL-A) rekken de synapsen (plaats waar de zenuwcellen met elkaar in contact staan) uit, waardoor de isolatie rond de neuronen op de proef werd gesteld. Tijdens de genezingsfase beschermen gliacellen de neurale omhulling, door een extra isolerende laag te vormen. Dit reparatiewerk is cruciaal om de ​​ functie van het orgaan te herstellen, dat wordt bestuurd vanuit dat specifieke hersenrelais.

 

Op een hersenstam toont de proliferatie van gliacellen zich als wit (hyperdensiteit) – vergelijk met PCL-A. In deze afbeelding zien we een glia-ring in het controlecentrum van de kransslagaders, wat aangeeft dat het gerelateerde territoriale verliesconflict is opgelost. De CT werd genomen kort nadat de persoon de verwachte hartaanval had gehad (epileptoïde-crisis).

 

LET OP: Neuroglia beginnen het hersenrelais vanuit de periferie te herstellen! Dit is duidelijk in tegenspraak met de gevestigde theorie dat een kanker, inclusief een “hersenkanker”, groeit door voortdurende celdeling die leidt tot de vorming van een tumor.

Deze hersenscan illustreert een gevorderde genezingsfase met een opeenhoping van neuroglia in het gebied van de hersenen dat de baarmoederhals controleert, gerelateerd aan een seksueel conflict (tegelijkertijd ondergaat een baarmoederhalskanker een genezingsproces op orgaanniveau). Vanwege de hoge cellulaire dichtheid classificeert de conventionele geneeskunde de glia-opbouw als een “hooggradig glioom” met een slechte prognose.

Nadat de genezing voltooid is, verschijnt het littekenweefsel in het getroffen hersenrelais op een CT-scan als een verbleekt gebiedje, hier te zien in het deel van de hersenen dat de hypofyse aanstuurt.

 

In de conventionele geneeskunde wordt ten onrechte aangenomen dat de natuurlijke opbouw van neuroglia een “hersentumor” is, genaamd “glioom”, “glioblastoom” of “astrocytoom” (verwijzend naar de stervormige vorm van gliacellen). De classificatie van hersentumoren (graad 1 tot 4) is gebaseerd op de dichtheid van gliacellen; graad 4 wordt beschouwd als de “meest agressieve” met de neiging om zich te “verspreiden door de hersenen”. Als er meer dan één “tumor” wordt gevonden in de hersenen, luidt de diagnose: “meerdere hersenmetastasen” (die meestal direct een nieuwe DHS triggeren!).

Dr. Hamer heeft al in het begin van de jaren ‘80 aangetoond dat zogenaamde hersentumoren geen kankers zijn, maar een aanwijzing dat er een natuurlijk genezingsproces plaatsvindt in de hersenen, parallel aan de genezing van het corresponderende orgaan (symptomen op het gerelateerde orgaan zijn mogelijk niet gemerkt, in het bijzonder, als er geen waterretentie is die de zwelling zou verhogen en pijn zou veroorzaken). In termen van de GNM zijn een hersenoedeem en een “hersentumor” een Hamerse Haard in verschillende fasen van een biologisch speciaalprogramma.

 

OPMERKING: Volgens de uitzaaiingstheorie komen ‘uitgezaaide hersentumoren’ voort uit kankercellen (borstkanker, prostaatkanker, darmkanker, longkanker, enz.) die zogenaamd via de bloedbaan naar de hersenen reizen. Vreemd genoeg gaat dit medische dogma volledig voorbij aan de bloed-hersenbarrière, die wordt gevormd door dezélfde gliacellen die zich ook tot een ‘hersenkanker’ kunnen ontwikkelen. Het is een bekend feit dat de bloed-hersenbarrière de doorgang van “schadelijke stoffen” uit het circulerende bloed in de hersenen beperkt. Je zou verwachten dat dit kankercellen zouden zijn! De huidige medische theorie is dat metastaserende cellen van dezelfde soort zijn als die in de oorspronkelijke tumor. Op basis van deze bewering moeten kankercellen die afkomstig zijn van de borst, dikke darm, prostaat, enzovoort, daarom in de hersenen worden gevonden. Daar is geen bewijs van! Een ander punt dat nog steeds ter discussie staat, is: waarom hersentumoren nooit “uitzaaien” naar het lichaam?

De chirurgische verwijdering van een tumor stopt het genezingsproces niet. Dit is de reden waarom “hersentumoren” terugkomen, tenzij de verminkingsoperatie tot ver in het gezonde weefsel is uitgevoerd. Na de excisie (uitsnijding) vormt de chirurgische holte een cyste die overmatig opgeblazen wordt door het omliggende oedeem. Maatregelen zoals het inbrengen van een shunt (kunstmatige overloop) in de hersenen om de extra vloeistof af te tappen, belasten de hersenen additioneel.

Een hersencyste vormt zich ook wanneer de genezingsfase herhaaldelijk wordt onderbroken door conflictrecidieven. Door de constante verandering tussen conflictactiviteit en genezing, krimpt het hersenoedeem en breidt het zich weer uit. Door dit “accordeoneffect” wordt het hersenweefsel stijf en inflexibel. Op een bepaald moment breekt het weefsel en er vormt zich een met vloeistof gevulde cyste. Het scheuren kan een hersenbloeding veroorzaken (ten onrechte wordt aangenomen dat dit wordt veroorzaakt door een beroerte). Chemokuren hebben hetzelfde effect. Bij elk chemokuur komt het genezingsproces abrupt tot stilstand en wordt het hersenoedeem kleiner; na de behandelingen gaat de genezing echter door en begint het oedeem weer te groeien. Stralingsbehandelingen brengen ook genezing in gevaar. Hersenweefsel dat is bestraald verliest de elasticiteit, die nodig is wanneer nieuwe hersenoedemen zich vormen in de loop van toekomstige genezingsfasen.

Een hersencyste is een soort holle bolstructuur, gevuld met vloeistof (vergelijk met hersenoedeem). Op een hersenscan lijkt de cyste daarom donker. De glia-ring (wit) aan de binnenkant van de cyste dient als een ondersteunende laag. Vanwege de aanwezigheid van glia kan een hersencyste verkeerd worden gediagnosticeerd als een “hersentumor”.

Deze CT presenteert een hersencyste in het gebied van de hersenen dat de linkerschouder aanstuurt, gekoppeld aan een partner gerelateerde eigenwaarde-inbreuk, omdat de persoon linkshandig is. Frequente conflictrecidieven leiden tot de breuk van het hersenweefsel met bloeding en de vorming van een cyste. Met waterretentie dankzij de SYNDROOM ‘zweet’ de vloeistof door de cyste (zie witte pijlen). Dr. Hamer: “Het medische beeld ziet er veel slechter uit dan het in werkelijkheid is.” Nadat de vloeistof is opgenomen, wordt de cyste hard en kapselt deze in.

 

 

Wat binnen de conventionele geneeskunde ‘hersenatrofie’ wordt genoemd, wordt in feite veroorzaakt door herhaalde littekenvorming, als gevolg van voortdurende conflictrecidieven. Na verloop van tijd krimpt het aangetaste hersenrelais en wordt de lege ruimte gevuld met hersenvocht, zichtbaar op een hersenscan als donker (zie rode pijlen).

Deze hersen-CT toont de ophoping van hersenvocht in de hersenschors, precies in het gebied dat de schildkliergangen en kieuwbooggangen aanstuurt, met als biologische conflictthema’s een machteloosheidsconflict en een frontaalangstconflict.

 

 

 

 

HANGENDE GENEZING

Een “hangende genezing” verwijst naar de situatie waarin de genezingsfase niet kan worden voltooid vanwege voortdurende conflictrecidieven (CR).

 

 

 

Wanneer we een DHS ervaren, is onze geest in een verhoogde staat van acuut bewustzijn. Zeer alert, ons onderbewustzijn pikt alle componenten op die in verband met de conflictsituatie als relevant worden beschouwd. In de GNM noemen we deze ‘afdrukken’, die de ‘nasleep’ van een DHS vormen, een conflictspoor. Sporen zijn bijvoorbeeld de locatie waar het conflict plaatsvond, een persoon of huisdier dat betrokken was, de smaak van bepaald voedsel, specifieke geluiden of lawaai, de weersomstandigheden, een bepaalde geur (parfum, bloemen), bepaalde woorden, een stem, een gebaar, enzovoort.

 

Sporen kunnen erg emotioneel zijn. In feite kunnen gevoelens zoals angst of leed zelf een spoor worden. Andere sporen die kunnen worden opgeslagen in ons ‘biologische geheugen’ zijn subtieler, bijvoorbeeld een voedselingrediënt of een bepaald stuifmeel. Het biologische doel van deze sporen is om te functioneren als een waarschuwingssignaal, om te voorkomen dat het conflict een tweede keer wordt ervaren. In het wild zijn deze alarmsignalen essentieel om te overleven.

 

Een Biologisch Speciaalprogramma draait op sporen die werden ingesteld op het moment van het DHS.

 

Als we ons in de genezingsfase bevinden en plotseling ‘op een spoor trappen’, hetzij door direct contact of door associatie, wordt het oorspronkelijke conflict onmiddellijk opnieuw geactiveerd. Elke terugval in een conflict onderbreekt en verlengt vervolgens het genezingsproces – in het orgaan en in de hersenen – wat leidt tot een chronische aandoening. Aanhoudende huidaandoeningen (dermatitis, psoriasis), artritis, de ziekte van Crohn, Parkinson, “chronisch vermoeidheidssyndroom” (langdurige vagotonie) of constante lage bloeddruk zijn voorbeelden van een hangende genezing. Net als bij een helende wond die keer op keer opengekrabd wordt, geneest het aangetaste orgaan bij terugval in het conflict slechts heel langzaam. Daarom moeten we proberen een conflict zo snel mogelijk op te lossen.

 OPMERKING: een nieuwe DHS en extreme stress onderbreken ook de genezing. Dit geldt ook voor het ervaren van angst en paniek.

Sporen moeten ook in overweging worden genomen als we te maken hebben met terugkerende omstandigheden, zoals terugkerende verkoudheid, huidaandoeningen, diarree, aambeien, “infecties” of terugkerende tumoren. Terugkerende symptomen zijn een teken dat bepaalde sporen worden geassocieerd met een conflict dat nog steeds van belang is, hoewel de genezingsfase reeds afgerond is. Op dat moment zorgt het spoor ervoor dat de Hamerse Haard terugkeert, wat een snelle herhaling van het biologische speciaalprogramma met de conflict gerelateerde helende symptomen activeert, inclusief de symptomen van de epileptoïde-crisis (hoestbuien, astma-aanval, migraineaanval). Op basis van GNM zijn zogenaamde ‘allergieën’ dus altijd manifestaties van sporen. OPMERKING: Dromen kunnen ook ‘conflict-terugvallen’ veroorzaken.

‘Uitbreidende sporen’ worden gecreëerd wanneer een nieuwe situatie ‘gekoppeld’ wordt aan een spoor dat werd ingesteld toen het oorspronkelijke conflict voor het eerst plaatsvond. Een voorbeeld: een kind heeft een angstaanjagende ervaring met de hond van de buren en lijdt daarom een territoriaal angstconflict, dat de ontwikkeling van bronchiale astma veroorzaakt. Op voorwaarde dat het conflict niet is opgelost, zal het kind nu “allergisch voor honden” zijn met “honden” als trigger voor een astma-aanval. Nemen we het scenario dat het kind op een dag buiten in de tuin zit en een pinda-koekje eet. Als het op dat moment de hond van de buurman (het spoor) ziet, wordt de smaak van pinda’s ook geassocieerd met het hondenspoor en zal deze onmiddellijk worden toegevoegd als een spoor, wat resulteert in een “allergie voor pinda’s” met astmasymptomen. Als de vader van het kind een verfbeurt aan het doen is terwijl het kind opnieuw de hond tegenkomt, zal het kind vanaf nu ook “allergisch” zijn voor die specifieke chemische damp. Op deze manier worden in de loop van de tijd steeds meer sporen ‘geprogrammeerd’ in het conflict gerelateerde hersenrelais; in dit geval in het bronchiale spierrelais (bekijk het GNM-diagram)

In GNM-termen zijn zogenaamde “allergenen” (huidschilfers van huisdieren, pollen, voedsel) belangrijke waarschuwingssignalen. In tegenstelling tot de standaardtheorie bestrijden antilichamen niet, zoals verondersteld, het allergeen (gebaseerd op ‘het idee’ van een “immuunsysteem”), maar stellen ze het organisme in een staat van paraatheid door het conflict opnieuw te activeren. Witte bloedcellen beginnen “antilichamen” (echt een verkeerde benaming) te produceren zodra de DHS optreedt. Hun enige doel is echter om een ​​alarm af te laten gaan (de orgaan-gerelateerde symptomen) in het geval van een ‘confrontatie’ met het conflictspoor. Dit is de reden waarom een ​​allergietest “positief” is als het toegepaste antigeen, bijvoorbeeld een bepaald voedsel, toevallig een spoor is.

GNM is in staat om uit te leggen waarom een ​​en hetzelfde allergeen, bijvoorbeeld een melkallergie, bij verschillende mensen verschillende symptomen veroorzaakt. Het is het werkelijke allergiesymptoom (loopneus, rode en jeukende ogen, hoesten, diarree of huiduitslag) die de aard van het oorspronkelijke conflict onthult. Daarom zijn we niet allergisch voor specifieke voedingsmiddelen, schoonmaakmiddelen, cosmetica, metalen (sieraden gemaakt van goud of zilver), schimmels of huisstofmijt, maar eerder voor wat we ermee associëren! We kunnen daarom ook “allergisch” zijn voor een bepaalde persoon, een specifieke locatie of een bepaald muziekstuk.

In de praktische toepassing van GNM is het identificeren van de sporen van het grootste belang, want alleen dan zal een allergie stoppen. Erkennen dat het conflict is opgelost en beseffen dat de sporen niet langer een “gevaar” zijn en dat de uitgebreide sporen ook niet relevant zijn, biedt de ultieme kans om de genezing van chronische aandoeningen te voltooien, omdat de DHS het cruciale punt is in de oorzaak van de symptomen. OPMERKING: als u over de DHS praat, kunt u de ‘conflictwond’ heropenen. Een echte GNM-therapeut zal daarom voorzichtig zijn met zijn / haar woorden.

 

Ga terug naar de Eerste Biologische Wet

Ga verder naar de Derde Biologische Wet