Botkanker

Botkanker is de genezingsfase van het onderstaande conflict:

Biologisch conflict: Eigenwaarde-inbreuk conflict. Onvermogen-conflict. Te kort aan kracht of behendigheid.
(Oorspronkelijke benaming van Dr. Hamer: Duits: Selbstwerteinbruch. Engels: Self-devaluation conflict.)

Psychisch conflict: Iets niet kunnen, te kort schieten, gefaald hebben, ergens niet toe in staat zijn, gebrek aan eigenwaarde, gebrek aan zelfvertrouwen, doelen niet kunnen bereiken, ergens niet heen kunnen, niet goed genoeg zijn, niet snel genoeg zijn.

Biologisch nut: Vervanging van cellen om het bot sterker te maken. Afname van cellen in de conflict-actieve fase om plaats te maken voor sterkere cellen die worden opgebouwd in de genezingsfase.

Conflictactieve fase: celafname, Osteoporose. Geen symptomen, soms spontane botbreuken.

Genezings-fase: celopbouw, “botkanker”, leukemie / anemie. Pijn, grote kans op spontane botbreuken, toename van bloedcellen. Aanvankelijk meer witte bloedcellen, waardoor verhoudingsgewijs meer witte dan rode, (Leukemie). Ogenschijnlijk te kort aan rode bloedcellen, (Anemie).

Definitie Leukemie reguliere geneeskunde: Bloedkanker, overmatige productie van witte bloedcellen.
Definitie Anemie reguliere geneeskunde: Bloedarmoede, te kort aan rode bloedcellen.

Verband tussen conflict en locatie in het lichaam:

Schedel en nek: Intellectueel falen, onrechtvaardig behandeld, geen vrede kunnen brengen, etc.
Kaken: Niet in staat zijn om te bijten, ergens in vast te bijten, te pakken te krijgen.
Schouders: Falen of te kort schieten ten opzichte van een ander of anderen (partner / kinderen).
Ribben en borstkas: Gebrek aan eigenwaarde door bijv. borstamputatie.
Ruggegraat: Algemeen falen of gebrek aan eigenwaarde betreffende de gehele persoonlijkheid of het gevoel dat iets in de rug niet goed is.
Staartbeentje: Gebrek aan eigenwaarde, bijvoorbeeld door aambeien.
Schaambeen: Gebrek aan eigenwaarde op sexueel gebied, “ik ben niets waard in bed.”
Polsen en handen: Iets niet kunnen doen met de handen, onhandigheid.
Ellebogen: Iemand die men liefheeft niet kunnen omarmen, vasthouden.
Heupen: Iets niet kunnen bereiken, voor elkaar krijgen, doorzetten.
Knieën: Te kort schieten bij fysieke prestaties, sport. Niet goed genoeg, niet snel genoeg.
Enkels en voeten: Niet weg kunnen, ergens niet naar toe kunnen, een plaats niet meer kunnen betreden.

Vaak sprake van een hangende heling doordat het ervaren van de ziekte het conflict opnieuw inschakelt. (Onvermogen, iets niet kunnen, verlaging eigenwaarde.)