MESODERM

“De wetenschap van de embryologie en onze kennis van de evolutie van de mens vormen de basis van de geneeskunde. Het zijn de twee basale uitgangspunten die ons het inzicht geven in de oorsprong van kanker en van alle zogenaamde ziektes.”  

 

                                                                                                     Dr. med. Ryke Geerd Hamer

 

Het MESODERM, dat zich ontwikkelde nadat het leven zich had verplaatst naar het land, is verdeeld in een oudere en jongere groep.

Het OUD MESODERM ontwikkelt de lederhuid (incl. talgklieren en zweetklieren), longvlies, buikvlies, groot omentum, hartzakje, borstklieren, tunica vaginalis-testis en ooglidklieren. Alle organen en weefsels die afkomstig zijn van het oude mesoderm worden bestuurd vanuit de kleine hersenen, dat zich naast de hersenstam heeft gevormd.

 

 

 

In het geval van een biologisch conflict genereert het gerelateerde orgaan extra weefsel tijdens de conflictactieve fase. In de genezingsfase worden de extra cellen verwijderd met behulp van schimmels en bacteriën.

Het NIEUW MESODERM ontwikkelt de botten (inclusief beenmerg en bloedcellen,-botten/leukemie-), tandglazuur, parodontium, beenvlies, dwarsgestreepte spieren, kraakbeen, pezen, ligamenten, vetweefsel, bindweefsel (incl. gliacellen en myeline), endocardium en hartkleppen, bloedvaten (incl. afdalende aorta, uitwendige halsslagader, uitwendige lagen van de subclavia-slagaders, abdominale aorta, hersenslagaders), hersenvliezen, lymfevaten met lymfeklieren, milt, eierstokken, testikels, corpora cavernosa (penis), nierparenchym, bijnierschors en delen van het glaslichaam. Alle organen en weefsels die afkomstig zijn van het nieuwe mesoderm worden bestuurd vanuit HET HERSENMERG, die zich onder de hersenschors heeft gevormd.

In het geval van een biologisch conflict genereert het gerelateerde orgaan tijdens het conflictactieve fase celverlies (necrose). In de genezingsfase wordt het celverlies hersteld met behulp van bacteriën.

Het vermogen van de oorspronkelijke cel om zich door mitose te delen, waardoor diploïde cellen ontstaan die twee sets chromosomen bevatten, werd de blauwdruk voor de door de oude hersenen (hersenstam en de kleine hersenen) bestuurde organen, die meer weefsel genereren tijdens de conflictactieve fase. De zogenaamde reductiedeling (meiose), waarbij het aantal chromosomen wordt verlaagd van diploïde tot haploïde, werd het plan voor door de hersenen (hersenmerg en hersenschors) gecontroleerde organen die celverlies genereren tijdens de conflictactiviteit. Deze bio-logische speciale programma’s zijn ingegraveerd in de genetische code van elke cel van het menselijk organisme.

 

 

OPMERKING: De botten van het skelet worden geïnnerveerd door de spinale zenuwen. De innervatie van de botten wordt geregeld door de tweede tot vierde cervicale zenuwen (C 2 – C 4). De lederhuid wordt ‘gevoed’ door de tweede tot vijfde cervicale zenuwen (C 2 – C 5), bijna parallel aan de botinnervatie. De opperhuid wordt gevoed door de vijfde tot de zevende cervicale zenuwen (C 5 – C 7). De reden voor de verschillende innervatie van de botten en de opperhuid is dat de botten, afkomstig van het nieuwe mesoderm, veel eerder ontwikkeld zijn dan de buitenste ectodermale laag van de huid.

 

 

 

 

 

In het begin was het botvlies, dat de botten van het skelet omhulde, bedekt met schubachtig epitheel. Nadat de spieren, ligamenten, pezen en twee huidlagen (lederhuid en opperhuid) nieuwe steun aan de botten hadden gegeven, degenereerde de plaveiselcelepitheellaag (in de foetale ontwikkeling vindt dit proces plaats gedurende de eerste twee weken van de zwangerschap). Wat overbleef was een gevoelig netwerk van periostale botvlieszenuwen (bestuurd vanuit de post-sensorische cortex).

OPMERKING: Het vorige, oude squameuze epitheel (vergelijk met jong plaveiselepitheel van de epidermis) bevat nog steeds de huidige neusbijholtes, parodontium, glans clitoris en glans eikel. Het botvlies van de glans penis is een overblijfsel van het botvlies dat het vorige penisbot bedekte.

DE ONTWIKKELING VAN HET SPIERWEEFSEL

 GLADDE SPIEREN: De gladde spieren van het menselijk lichaam zijn afkomstig van de darmspieren van de oorspronkelijke oerdarm.

De gladde spieren van de darmen, de sigmoïd darm (S-vormige gedeelte van de karteldarm die overgaat in de endeldarm) en rectum (bovenste deel), interne rectale sluitspier, nierbekken, urineleiders, blaas, urinebuis, interne blaassluitspier, slokdarm, bronchiën, strottenhoofd, baarmoeder, hartspier (atria), bloedvaten (incl. kransaderen, kransslagaderen, aorta, halsslagaderen en slagaders van de subclavia), lymfevaten, pupillen en ciliairspieren zijn afkomstig van het endoderm.

De gladde spieren zijn onvrijwillige, niet-gestreept spieren. Hun bekwaamheid om te samentrekken veroorzaakt het verplaatsen van de voedselbrok (darmspieren), de bloedbrok (atria, bloedvaten), de luchtbrok (larynxspieren, bronchiale spieren), de urinebrok (nierbekken, urineleiders, blaas, urinebuis, interne blaasdriehoek), de sperma-brok (prostaatkanalen) en de lichtbrok (pupilspieren), door specifieke organen door peristaltische beweging.

De gladde spieren worden aangestuurd vanuit de middenhersenen, gelegen aan de bovenkant van de hersenstam.

OPMERKING: de mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen worden ook vanuit de middenhersenen geregeld.

In het geval van een biologisch conflict genereren de gerelateerde spieren meer cellen tijdens de conflictactieve fase, met een toename van spiermassa en verhoogde lokale spierspanning (hypertonie) tot gevolg. In de genezingsfase ontspannen de spieren. De epileptoïde crisis presenteert zich als spierspasmen. In de baarmoeder blijven de extra spiercellen aanwezig nadat de genezing voltooid is.

DWARSGESTREEPTE SPIEREN: De dwarsgestreepte spieren ontwikkelden zich in een tijd waarin efficiëntere spierfuncties nodig waren.

De dwarsgestreepte spieren van de skeletspieren, hartspier (ventrikels), kransslagaders, coronaire aderen, aorta, halsslagaderen en slagaders van de subclavia, bloedvaten, tong, kaak, oor, bronchiën, strottenhoofd, middenrif, slokdarm, maag (kleine kromming), maagportier, duodenum, galwegen, galblaas, baarmoederhals, cervicale sfincter, vagina, rectum, externe rectale sfincter, nierbekken, urineleiders, urinebuis, blaas, externe sfincter van de blaas, ooglidspieren, ciliairspieren en extra-oculaire spieren vinden hun oorsprong in het NIEUW MESODERM.

De trofische functie (m.b.t. de voeding) van de dwarsgestreepte spieren wordt geregeld vanuit HET HERSENMERG.

Het vermogen om de spieren te bewegen wordt geregeld vanuit de MOTORISCHE SCHORS.

 

In het geval van een biologisch conflict genereren de gerelateerde spieren tijdens het conflictactieve fase celverlies en spierverlamming. In de genezingsfase worden de spieren gereconstrueerd. De epileptoïde crisis manifesteert zich als spierkrampen, ritmische convulsies, spasmen of spiertrekkingen. OPMERKING: Vanuit evolutionair oogpunt zijn het de tonisch-clonische contracties tijdens de bevalling die de blauwdruk werden voor de epileptoïde crisis van de dwarsgestreepte spieren.

 OPMERKING: De dwarsgestreepte spieren, de eilandcellen van de alvleesklier (cellen van de eilandjes van Langerhans), het binnenoor (cochlea en vestibulair orgaan), het netvlies en het glasachtig lichaam van de ogen en de reukzenuwen behoren tot de groep organen die reageren ten opzichte van het gerelateerde conflict met functioneel verlies of hyperfunctioneren (periostale zenuwen en thalamus).

 

Ga terug naar Endoderm

Ga verder naar Ectoderm

 

Auteur: Caroline Markolin Ph.D.

Vertaald door: Arjen Lievers

Bron: http://learninggnm.com

 

Disclaimer:

De informatie in dit document dient niet ter vervanging van professioneel medisch advies.