ZINVOLLE BIOLOGISCHE SPECIAALPROGRAMMA’S

 

 BETREFFENDE DE MOND EN KEELHOLTE

 


 

Klik om te selecteren …
DE ZES KWALITEITEN VAN DE ORGANEN VAN HET SPIJSVERTERINGSKANAAL
MOND en KEELHOLTE DIEPLIGGEND SLIJMVLIES
OPPERVLAKKIG SLIJMVLIES van de MOND en KEELHOLTE
SPEEKSELKLIERGANGEN
TONGSPIER

 

 

DE ZES KWALITEITEN VAN DE ORGANEN VAN HET SPIJSVERTERINGSORGAAN

 

KIEMBLAD: De organen van het spijsverteringskanaal – van de mond tot het rectum – stammen af van het oudste embryonale kiemblad; het endoderm, en worden daarom aangestuurd vanuit de hersenstam, het oudste deel van de hersenen.

 

 

 

 

 

HERSENNIVEAU: In de hersenstam zijn de controlecentra van de organen van het spijsverteringsstelsel in een ringvorm geplaatst, beginnend in de rechter hersenhelft met de controlecentra van de mond en keelholte (inclusief schildklier, bijschildklieren), slokdarm, maag, leverparenchym, alvleesklier, twaalfvingerige darm en dunne darm, die tegen de klok in vervolgen met de controlecentra van de appendix, blindedarm, dikke darm, het rectum en de blaas aan de linkerzijde van de hersenstam.

 

 

 

BIOLOGISCHE CONFLICTEN: Volgens hun functie zijn de biologische conflicten die verband houden met de organen van het spijsverteringskanaal de zogenaamde BROK CONFLICTEN, bijvoorbeeld ‘het niet kunnen vangen / verkrijgen van een brok’ (mond en keelholte), ‘niet snel genoeg zijn om de brok te verkrijgen’ (schildklier),’ niet in staat zijn om een brok door te slikken’ (slokdarm) en ‘niet in staat zijn om een brok te absorberen en te verteren’ (alvleesklier, maag, twaalfvingerige darm, dunne darm, dikke darm). Voor dieren betreft een brok een reëel stuk voedsel, terwijl voor mensen de brok ook een figuratief karakter kan hebben.

1: Sensorische kwaliteit: heeft betrekking op het analyseren van een brok in overeenstemming met zijn chemische samenstelling, dat wil zeggen of de brok nuttig (voedzaam) of mogelijk schadelijk (giftig) voor het organisme is. Als er een onaangename voedselbrok in de mond of keelholte zit is de instinctieve reactie om de brok uit te spuwen; als er een ‘onverteerbare hap’ in de maag zit, wordt de braakreflex geactiveerd om de brok te verwijderen; als het de dunne darm al heeft bereikt veroorzaakt dit diarree.

2: Motorische kwaliteit: heeft betrekking op de peristaltiek; het golfachtige samentrekken van de spieren die het voedsel langs het maag-darmkanaal beweegt. Om de voedselbrok te kunnen passeren neemt de peristaltiek lokaal toe terwijl het wat vertraagt ​​in het resterende gedeelte van de darm.

3: Secretoire kwaliteit: heeft betrekking op de afscheiding van spijsverteringssappen. In het geval van een biologisch conflict vermeerderen zich cellen in het overeenkomstige orgaan, om de spijsvertering van het voedsel te bespoedigen. Deze opbouw van cellen neemt een bloemkoolachtige vorm aan.

4: Absorptieve kwaliteit: heeft betrekking op de opname van voedingsstoffen. In het geval van een biologisch conflict vermeerderen zich de cellen in het overeenkomstige orgaan om de voedselbrok te kunnen opnemen. De opbouw van cellen ontwikkelt zich meestal vlakgroeiend.

OPMERKING: de longblaasjes, het middenoor en de buisjes van Eustachius, de traanklieren, choroïdeus, de iris en het straalvormige lichaam van de ogen, de nierverzamelbuizen, het bijniermerg, het diepliggende blaasslijmvlies, de prostaat, baarmoeder en eileiders, de klieren van Bartholin, de smegma-producerende klieren en de hypofyse, pijnappelklier en choroïdeus plexus zijn afkomstig van het darmslijmvlies. Deze organen hebben daarom ook een secretoire en absorberende kwaliteit om de brok te kunnen opnemen. De celopbouw ontwikkelt zich meestal vlakgroeiend.

5: Uitscheidingskwaliteit: heeft betrekking op de uitscheiding van giftig afval. Giftige stoffen die niet via de nieren uitgescheiden kunnen worden, worden in de darm uitgescheiden. OPMERKING: Bij diarree die wordt veroorzaakt door een voedselbrok die niet kan worden opgenomen werken de sensorische, motorische en uitscheidende eigenschappen van de darmen samen zonder celvermeerdering.

6: Hormonale kwaliteit: heeft betrekking op de hormoonproductie van de ondersteunende organen van het spijsverteringskanaal (schildklier, alvleesklier, lever) om de spijsvertering te bevorderen.


ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN HET DIEPLIGGENDE SLIJMVLIES VAN DE MOND EN KEELHOLTE: De mond is de opening van het spijsverteringskanaal en de plaats waar de spijsvertering (secretoire kwaliteit) en de absorptie (absorptiekwaliteit) van voedsel begint. De tong ondersteunt het spijsverteringsorgaan door te sturen bij het kauwen, waardoor het voedsel in kleine stukjes wordt gebroken. Speeksel dat wordt geproduceerd in de speekselklieren bevochtigt de voedselbrok om het slikken gemakkelijker te maken De speekselklieren bevinden zich in verschillende delen van de mond. De grootste speekselklieren zijn de parotisklieren, die voor de oren liggen, de sublinguale klier, die zich onder de tong bevindt en de submandibulaire klier, die onder de onderkaak ligt. De keelholte verbindt de mond en neusholten met de luchtpijp en het strottenhoofd. De neus-keelholte, of nasopharynx, gelegen aan de achterkant van de neus, strekt zich uit naar het bovenste oppervlak van het gehemelte dat het dak van de mond vormt, terwijl de oropharynx zich helemaal achterin de mond bevindt. Aan beide zijden van de keelholte liggen de amandelen. De slokdarm transporteert het voedsel van de mond naar de maag. Het diepliggende slijmvlies van mond en keelholte (inclusief de lippen, het tandvlees, het gehemelte, de tong, speekselklieren, amandelen en de keel) bestaat uit intestinaal cilinderepitheel, is afkomstig uit het endoderm en wordt daarom vanuit de hersenstam aangestuurd.

HERSENNIVEAU: In de hersenstam hebben de organen van de mond en keelholte twee controlecentra, die ordelijk zijn gepositioneerd in de ringvorm van de hersenrelais die de organen van het spijsverteringskanaal regelen.

De rechterhelft van de mond en keelholte wordt vanaf de rechterkant van de hersenstam gecontroleerd; de linkerhelft wordt aangestuurd vanaf de linker hersenstamhelft. Hersenen en orgaan zijn derhalve niet kruislings gecorreleerd.

 

OPMERKING: De mond en keelholte, traanklieren, buisjes van Eustachius, schildklier, bijschildklieren, hypofyse, pijnappelklier en plexus choroïdeus delen hetzelfde hersenrelais.

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verbonden is met het diepliggende slijmvlies van de mond en keelholte, inclusief de lippen, het tandvlees, het gehemelte, de tong, speekselklieren, amandelen en keel is een ‘brok-conflict’.

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn brokconflicten het primaire conflictthema die worden geassocieerd met hersenstam-aangestuurde organen, afkomstig van het endoderm.

 

RECHTERHELFT VAN DE MOND EN KEELHOLTE

 

Gebaseerd op de oorspronkelijke functie van de slokdarm correleren de rechterhelft van de mond en keelholte met een ‘ingaande (voedsel) brok’ en met ‘het niet te pakken kunnen krijgen van een brok’ (mond, lippen, tandvlees, gehemelte, tong, speeksel klieren) of ‘niet in staat te zijn om een ​​brok in te slikken’ (amandelen, keelholte, keel).

 

Pasgeborenen en baby’s ervaren dit conflict in reële termen wanneer ze de ‘melkbrok’ niet te pakken kunnen krijgen, bijvoorbeeld omdat de moeder niet in staat is om haar baby op tijd te voeden of niet voedt. Senioren in verpleeghuizen en ziekenhuispatiënten lijden aan het conflict als ze niet kunnen eten vanwege pijn. Ook kankerpatiënten die niet kunnen eten ervaren dit biologische conflict, als gevolg van behandelingen van chemotherapie. Afzien van het eten (bijvoorbeeld door het volgen van een strikt dieet) kan ook een brokconflict veroorzaken.

Een figuurlijke brok die men niet ‘te pakken kan krijgen’ verwijst naar iets dat men had verwacht of naar uitkeek om te ‘grijpen’ en ‘in te slikken’, terwijl men onverwacht niet in staat was of plotseling niet toegestaan werd ​​om de brok te verkrijgen (zie ook biologisch conflict gekoppeld aan het onderste derde deel van de slokdarm). Een dergelijke gewenste ‘brok’ kan een deal zijn, een contract, een bedrijf, een baan, een positie, een promotie, een ‘geldbrok’ in de vorm van een lening, een winst, een geschenk of een erfenis (huis, appartement). Voor kinderen kan het een ‘speelgoedbrok’ of een ‘goed cijfer’ zijn. Het conflict kan ook betrekking hebben op een persoon die men niet kan ‘vangen’ of ‘vat op kan krijgen’, of een relatie die men niet kan of niet mag ‘consumeren’.

De rechter helft van de neus-keelholte heeft betrekking op een ‘geurbrok’, men kan bijvoorbeeld de geur van een geliefde die vertrokken is niet meer ruiken.

 

LINKERHELFT VAN DE MOND EN KEELHOLTE

Oorspronkelijk, vóór de breuk van de ‘oerdarm’ van het ringvormige diertje,  was het biologische conflict met betrekking tot het uitgaande deel van de darm ‘niet in staat zijn om de ontlastingsbrok in voldoende mate uit te kunnen scheiden’, omdat het slijm dat geproduceerd werd in de slokdarm ook als de smering van feces diende, om de uitscheiding te vergemakkelijken. Tegenwoordig correleert het conflict van de linker helft van de mond en keelholte met een ‘uitgaande (voedsel)-brok’ en met ‘het niet kunnen verwijderen van een brok (niet uit kunnen spugen)’. De linker helft van de neus-keelholte heeft betrekking op een ‘geurbrok’. Men kan bijvoorbeeld de geur van een tegenstander of concurrent niet kwijtraken.

Dit verwijst bijvoorbeeld naar voedsel of medicatie die men wil ‘uitkotsen’. Een ongewenste brok kan worden geassocieerd met een contact of belofte die men wil intrekken of een overeenkomst die men wil afzeggen. Een nieuw aangenomen werknemer, een nieuwe huurder of kamergenoot, een nieuwe broer of zus, of een vervelende bezoeker kan worden gezien als een ‘brok’ waarvan men zich wil ontdoen. In de sport kan dit te maken hebben met het niet kunnen overspelen van de bal (voetbal) of puck (hockey). Een ‘uitgaand brok’ kan ook een woord zijn of woorden die je niet mag of niet kunt ‘uitspreken’, bijvoorbeeld een verontschuldiging, een bekentenis, een pleidooi of een klacht. Ongewenste of geforceerde orale seks kan het conflict ook oproepen.

De linker helft van de neus-keelholte heeft betrekking op een ‘geurbrok’, men kan zich bijvoorbeeld niet ontdoen van de geur van een tegenstander of van een concurrent.

CONFLICTACTIEVE FASE: Vanaf de DHS, tijdens de conflictactieve fase, vermeerderen cellen zich in het diepliggende slijmvlies van de mond of keelholte evenredig met de intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de extra cellen is om de brok beter te kunnen opnemen en te absorberen (rechter helft) of sneller te kunnen verwijderen (linker helft). De productie van speeksel wordt gestimuleerd door het autonome zenuwstelsel. Dit is de reden waarom de afscheiding van speeksel toeneemt, men begint te ‘watertanden’ bij de geur van voedsel. ‘Kwijlen’ is ook synoniem voor ‘verlangen’ naar iets of iemand.

Bij langdurige conflictactiviteit ontwikkelt zich een vlakgroeiende (het absorptieve type) tumor in het diepliggende slijmvlies van de mond. In de mond, speekselklieren, amandelen, keelholte en de keel kan het ook een bloemkoolachtige vorm aannemen (secretoire type). Deze celgroei wordt meestal gediagnosticeerd als een orale kanker (vergelijk met ‘orale kanker’ met betrekking tot het slijmvlies van het mondoppervlak) of als een ‘glandulaire tumor’ als het de speekselklieren betreft.

Roken en alcoholmisbruik zijn naar verluidt risicofactoren voor kanker in de mond, waaronder tongkanker. Toch ontwikkelt niet iedereen die rookt of drinkt mondkanker. Als echter de ‘sigaret-brok’ of de ‘alcohol-brok’ onrust of stress veroorzaakt, bijvoorbeeld door ‘te stoppen’ of een angst om mond- of tongkanker te krijgen, kan het Zinvolle Biologische Speciaalprogramma in gang worden gezet.

Op een CT-scan presenteert de conflictactieve fase van een ‘brok-conflict’ zich als een Hamerse Haard met een scherpe ringconfiguratie. Zie op de afbeelding de rechterhelft van de hersenstam in het controlegebied van het slijmvlies van de rechterkant van de mond. Op deze scan is het conflict van het ‘niet in staat zijn om een brok te pakken te krijgen’ nog actief.

 

 

 

 

 

Een aft aan de rechterkant van de mond (hier aan de binnenkant van de onderlip) geeft aan dat het conflict van ‘niet in staat te zijn om een brok te bemachtigen’ is opgelost en dat het genezingsproces aan de gang is.

 

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn bij het oplossen van het conflict blijven de extra cellen over. Uiteindelijk wordt de extra cellen ingekapseld met bindweefsel. In de conventionele geneeskunde wordt dit meestal gediagnosticeerd als een mondpoliep of een ‘goedaardige kanker’. Een tandvleespoliep kan tot in de hals van een tand reiken.

Orale candida of spruw, die er uitziet als romige pus, komt voor wanneer schimmels het genezingsproces ondersteunen. Baby’s ontwikkelen meestal spruw als ze te lijden hebben onder het leed van de ‘melkbrok’ niet te pakken kunnen krijgen.

 

 

 

 

Amandelontsteking is een teken dat het verwante brokconflict is opgelost (de foto toont een ontsteking van de linker amandel, wat overeenkomt met “het niet kunnen uitscheiden van de brok”). Wanneer pus, die geproduceerd wordt tijdens het genezingsproces (etterende amandelontsteking) in de mond vloeit veroorzaakt dit stinkende adem. Hier vinden we ook de amandelabcessen.

 

 

Candida, oftewel een schimmelinfectie van de amandelen duidt op de aanwezigheid van schimmels (vergelijk met “keelontsteking” en de betrokkenheid van streptokokkenbacteriën).

In de neus-keelholte worden neuspoliepen, die zich tijdens de conflictactieve fase ontwikkelden, verwijderd met behulp van schimmels of TB-bacteriën, op voorwaarde dat ze beschikbaar zijn. De nasale afscheiding bestaat uit stinkende tuberculaire pus. Een neusabces met pijnlijke zwelling en pus ontwikkelt zich in de genezingsfase.

Het divertikel van Zenker is een uitstulping onderin de keelholte (net boven de bovenste slokdarmsfincter) die zich ontwikkelt als gevolg van een hangende genezing. Vanwege het continue proces van verwijderen van cellen door bacteriën wordt de wand van de keelholte dun waardoor het zwakste deel van de faryngeale wand uitdijt, waardoor een divertikel gevormd wordt (vergelijk met divertikels in de dikke darm). Het meest voorkomende symptoom van het divertikel van Zenker is moeite met het slikken van voedsel.

 

In de speekselklieren leidt een langdurig genezingsproces (hangende genezing) tot een volledig verlies van de speekselproducerende cellen, resulterend in een permanente droge mond of het zogenaamde syndroom van Sjögren (zie ook een droge mond gerelateerd aan de speekselklierkanalen en Sjögren geassocieerd met droge ogen). Een ontsteking in de speekselklieren, bijvoorbeeld in de parotisklieren, veroorzaakt parotitis, ook bekend als de bof.

 


 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE MOND EN KEELHOLTE OPPERVLAKKIG SLIJMVLIES:

Het slijmvlies van de mond en keelholte is bedekt met een cellaag bestaande uit plaveiselcelepitheelweefsel, die is afgeleid van het ectoderm en daarom wordt aangestuurd vanuit de hersenschors. OPMERKING: De amandelen hebben geen ectodermaal oppervlakkig slijmvliesweefsel.

HERSENNIVEAU: De epitheelbekleding van de mond en keelholte, inclusief het mondslijmvlies van de keel, worden aangestuurd vanuit de pre-motorisch sensorische hersenschors (deel van de hersenschors). De rechterhelft van de mond en keelholte wordt vanaf de linkerkant van de cortex aangestuurd; de linkerhelft wordt aangestuurd vanuit de rechter corticale hemisfeer (medio-fronto-basaal). Er is derhalve een kruislings gerelateerd verband  tussen de hersenen en het orgaan. De hersenenrelais van de tong en de keel bevinden zich lateraal.

 

 

OPPERVLAKKIG SLIJMVLIES VAN DE MOND

BIOLOGISCH CONFLICT VAN HET OPPERVLAKKIG SLIJMVLIES VAN DE MOND: Het biologische conflict dat verband houdt met het oppervlakkig mondslijmvlies van de mond (met inbegrip van de lippen, het tandvlees, het gehemelte en de tong) is een oraal conflict van ‘niet in staat zijn iets in de mond te nemen’ of, omgekeerd, van ‘niet in staat zijn zich te ontdoen van iets dat in de mond of op de tong ligt’. In beide gevallen gaat het om voedsel dat men wenst, maar dat het niet kan of mag toelaten om ‘in te nemen’ (een dieet volgen, bijv. diabetici) of voedsel dat men wil ‘uitspugen’. Wat dit laatste betreft, dit verschilt duidelijk van het conflict van ‘niet in staat zijn om een ​​brok te bemachtigen’ gekoppeld aan de linkerhelft van het dieperliggende mondslijmvlies. Terwijl de diepe endodermale laag van de mond biologisch correleert met de werkelijke brok (reëel of figuratief) die men wil ‘uitdrijven’, gaat de oppervlakkige ectodermale laag eerder over contact met de ‘brok’, namelijk het willen scheiden van wat in de mond is ( zie scheidingsconflict gerelateerd aan de huid). Omgekeerd kan het conflict van het niet in staat zijn om iets wenselijks in de mond te krijgen in gang worden gezet door af te zien van het roken van sigaretten of alcohol. Een ‘lipgerelateerd’ conflict vertaalt zich in het verlies van fysiek contact of de angst om contact met de lippen te verliezen, bijvoorbeeld als iemand niet langer in staat of toegestaan ​​is om een ​​persoon of een huisdier te kussen. Evenzo geldt het ook voor het niet willen kussen of voor tong- of lipcontact. Dit omvat contact met voorwerpen zoals een drinkglas, een rietje, eetgerei, tandheelkundige gereedschappen en dergelijke. Het mondelinge conflict vertaalt zich in figuurlijke zin in het niet mogen of kunnen zeggen van iets dat ‘op het puntje van de tong’ ligt.

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn territoriale conflicten en scheidingsconflicten de primaire conflictthema’s die geassocieerd zijn met organen van ectodermale oorsprong en die worden aangestuurd vanuit de sensorische, pre-motorisch sensorische en post-sensorische cortex.

 

Het biologische speciale programma van het oppervlakkig slijmvlies van de mond, inclusief de lippen, het tandvlees, het gehemelte en de tong volgt het MONDSLIJMVLIES SCHEMA, met overgevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde-crisis en hyposensitiviteit in de genezingsfase.

 

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: ulceratie van het oppervlakkig slijmvlies mond, evenredig aan de mate en duur van de conflictactiviteit. Het biologische doel van het celverlies is om de mondholte te verwijden om de inname van of de scheiding van de ‘brok’ te vergemakkelijken. Bij een intens conflict ontwikkelen zich aften op de locatie (vergelijk met aften die verband houden met het mondslijmvlies). Als het mondelinge conflict wordt geassocieerd met de tong, veroorzaakt dit tongbranden (glossodynie).

OPMERKING: Of de rechter of linker helft van de mond is aangedaan wordt bepaald door iemands biologische handigheid en of het conflict moeder / kind of partner gerelateerd is. Een lokaal conflict beïnvloedt het gebied van de mond dat verband houdt met de ‘orale nood’.

Deze hersen-CT toont conflictactiviteit van een oraal conflict met aften aan beide zijden van de mond. De Hamerse Haard reikt over beide hersenhelften. In GNM noemen we dit een ‘centraal conflict’, wat betekent dat het conflict op hetzelfde moment verband hield met de moeder / kind en partner van de persoon. Een adolescent die wordt betrapt op roken door zijn / haar ouders zou een klassiek conflictscenario zijn.

 

 

 

 

HELINGFASE: Tijdens het eerste deel van de genezingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celproliferatie. Helende symptomen zijn zwelling, met water gevulde blaren, roodheid (zie ‘frambozenmond’ met roodvonk, mogelijk bloedend). Op de lippen worden dergelijke blaren gewoonlijk  ‘koortslippen’ of ‘herpes’ genoemd (zie ook herpes met betrekking tot de huid).

Voor een rechtshandige persoon onthult een blaar op de linkerhelft van de tong een moeder / kind-gerelateerd oraal conflict (het verhaal: een rechtshandige tienermeisje werd door haar moeder betrapt op tongzoenen).

De CT-scan presenteert de Hamerse Haard in het gebied van de hersenen van waaruit de linkerhelft van de tong wordt aangestuurd.

 

Gingivitis beperkt zich tot het tandvlees. Een ontsteking van het tandvlees kan ook optreden tijdens de genezing van parodontose. In dit geval wordt de aandoening parodontitis genoemd. In de hedendaagse tandheelkunde wordt ten onrechte aangenomen dat ‘tandvleesaandoeningen’ worden veroorzaakt door tandplak.

Hier zien we gingivitis uitsluitend aan de linkerkant van de mond (zie rode pijlen). Voor een linkshandige persoon duidt dit erop dat het conflict geassocieerd werd met een partner.

 

 

 

 

Een kaakabces ontstaat in het slijmvlies van de mond.

Hier zien we een tandvlees abces aan de rechterkant van de mond gerelateerd aan ‘niet in staat om een brok te vangen’. Het met pus gevulde abces ontwikkelt zich in de genezingsfase.

 

 

Een intense genezingsfase met een grote zwelling in de mond kan worden gediagnosticeerd als een ‘mondkanker’ (vergelijk met orale kanker gerelateerd aan het mondslijmvlies). Gebaseerd op de kennis van GNM kunnen de nieuwe cellen niet als kankercellen worden beschouwd, omdat de celgroei in werkelijkheid wederaanvulling van weefsel is.

Deze foto toont een acute zwelling aan de rechterkant van het harde gehemelte. Het is een positief teken dat het gerelateerde orale conflict is opgelost. Waterretentie door het SYNDROOM verhoogt de zwelling aanzienlijk.

 

 

 

 

 

 

GEHEMELTE EN TONG

BIOLOGISCH CONFLICT VAN DE ACHTERKANT VAN HET GEHEMELTE EN HET ACHTERSTE DERDE GEDEELTE VAN DE TONG: Het biologische conflict dat verband houdt met het zachte verhemelte is ‘zich willen ontdoen van iets dat in de mond is’ (tandheelkundig gereedschap). De achterkant van de tong heeft betrekking op ‘niet kunnen of niet iets willen proeven’ (bepaald voedsel of vloeistoffen).

Het biologische speciale programma van het oppervlakkig slijmvlies van de mond, inclusief de lippen, het tandvlees, het gehemelte en de tong volgt het MONDSLIJMVLIES SCHEMA, met overgevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde-crisis en hyposensitiviteit in de genezingsfase.

 

 

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: ulceratie van de epitheliale bekleding van het gehemelte en / of de tong (posterieure delen) evenredig met de mate en duur van de conflictactiviteit. Symptomen: pijnlijke zweren op de rug van het gehemelte of een tong met een overgevoeligheid voor smaak (in de natuur is de sensorische waarneming van een vervuilde ‘voedselbrok’ of gif essentieel om te overleven).

OPMERKING: Of de rechter- of linkerhelft van het gehemelte of tong is betroffen wordt bepaald door iemands biologische handigheid en of het conflict moeder / kind of partner gerelateerd is. Een situatie-gerelateerd conflict treft beide kanten.

HELINGFASE: De zweren in het gehemelte en / of de tong wordt bijgevuld en aangevuld. Het getroffen gebied is opgezwollen en kan bloeden. Tijdens PCL-A en PCL-B is er sprake van een ondergevoeligheid voor smaak (vergelijk met verlies van smaakzin bij aangezichtsverlamming).

 

KEELHOLTE EN KEEL

BIOLOGISCH CONFLICT VAN DE KEELHOLTE EN HET OPPERVLAKKIG KEELSLIJMVLIES: Net als bij het conflict dat verbonden is met het bovenste tweederde deel van de slokdarm waaraan de keelholte en de keel zijn verbonden, is het biologische conflict dat overeenkomt met het keel- en keeloppervlakslijmvlies ‘een brok niet willen inslikken’. Figuurlijk gezien verwijst dit naar elk incident of elke situatie die men weigert te accepteren of die als moeilijk te ‘slikken’ wordt beschouwd.

Het biologische speciale programma van het oppervlakkig slijmvlies van de mond, inclusief de lippen, het tandvlees, het gehemelte en de tong volgt het MONDSLIJMVLIES SCHEMA, met overgevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde-crisis en hyposensitiviteit in de genezingsfase.

 

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: ulceratie van de epitheliale bekleding van de keelholte en keel evenredig met de mate en duur van conflictactiviteit. Het biologische doel van het celverlies is om het lumen van de keelholte en de keel te verwijden om daardoor beter in staat te zijn de ongewenste ‘brok’ te kunnen verwijderen. De ulceratie veroorzaakt een zere keel, om precies te zijn een krassende keel.

OPMERKING: Of de rechter- of linker helft van de keelholte en keel is betroffen wordt bepaald door iemands biologische handigheid en of het conflict moeder / kind of partner gerelateerd is. Een situatie-gerelateerd conflict treft beide kanten.

HELINGFASE: Tijdens het eerste deel van de genezingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celproliferatie. Helende symptomen zijn zwelling als gevolg van het oedeem (vochtophoping), slikproblemen (een dikke en opgezwollen keel) met pijn (in PCL-A en PCL-B is de pijn niet van sensorische aard, maar eerder drukpijn). Gelijktijdige waterretentie door het SYNDROOM vergroot de zwelling en verhoogt daarmee de pijn. Bij een ontsteking wordt de aandoening keelontsteking genoemd, meestal gepaard gaand met koorts.

Een keelontsteking geeft aan dat het genezingsproces wordt ondersteund door streptokokkenbacteriën. Dit is meestal het geval wanneer de ulceratie die plaatsvindt in de conflictactieve fase diep in het epitheliale weefsel doorgedrongen is.


ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE SPEEKSELKLIERGANGEN: Speeksel, geproduceerd in de speekselklieren (sublinguale klier, submandibulaire klier, parotisklier) bereikt via de speekselkanalen de mondholte. De vocht inbrengende functie van speeksel maakt het mogelijk om de ‘voedselbrok’ te neutraliseren zodat het gemakkelijk van de mond naar de slokdarm kan passeren. De bekleding van de kanalen van de speekselklier bestaat uit plaveiselepitheel, is afkomstig van het ectoderm en wordt daarom gecontroleerd vanuit de hersenschors.

HERSENNIVEAU: De epitheliale bekleding van de speekselkliergangen wordt aangestuurd vanuit de pre-motorisch sensorische cortex. De rechter speekselkliergangen worden vanaf de linkerkant van de hersenschors aangestuurd; de linker speekselkliergangen worden aangestuurd vanuit de rechter corticale hemisfeer (fronto-lateraal-basaal). Daarom is er een kruislings gerelateerd verband tussen de hersenen en het orgaan.

 

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: gebaseerd op de rol van speeksel bij de salivatie van voedsel is het biologische conflict dat verband houdt met de speekselkliergangen ‘niet kunnen eten’ of ‘niet mogen eten’. Kinderen ervaren het conflict wanneer ze niet de gewenste ‘brok’ (chocolade, ijs, snoep) krijgen, maar ook volwassenen, vooral vrouwen, wanneer ze zichzelf niet toestaan te eten om af te vallen. Mensen met een streng dieet, waaronder diabetici, zijn gevoeliger voor het conflict.

Het biologische speciale programma van het oppervlakkig slijmvlies van de mond, inclusief de lippen, het tandvlees, het gehemelte en de tong volgt het MONDSLIJMVLIES SCHEMA, met overgevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde-crisis en hyposensitiviteit in de genezingsfase.

 

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: ulceratie in het gangen van de speekselklier evenredig aan de mate en duur van conflictactiviteit. Het biologische doel van het celverlies is om de kanalen te verwijden zodat meer speeksel in de mond kan worden afgeleverd om de salivatie van voedsel te vergemakkelijken. Symptoom: pijn variërend van mild tot ernstig.

HELINGFASE: Tijdens het eerste deel van de genezingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celvermeerdering met zwelling als gevolg van het oedeem (vochtophoping) in het genezingsgebied. Bij gelijktijdige vochtretentie (het SYNDROOM) kan de verhoogde zwelling de speekselklierkanalen verstoppen die parotitis of bof veroorzaken. Bof is niet alleen een ‘kinderziekte’ maar treft ook adolescenten en volwassenen. De theorie dat mannen die de bof krijgen na de puberteit het risico lopen op het ontwikkelen van orchitis, een ontsteking van de testikels, heeft geen wetenschappelijke basis. Bovendien is het bestaan ​​van een ‘bofvirus’ nooit onderbouwd.

OPMERKING: Of de rechter of linker speekselkanaalkanalen worden beïnvloed, wordt bepaald door iemands rechtshandigheid en of het conflict moeder / kind of partner gerelateerd is.

DE BOF ontwikkelt zich in de genezingsfase van ‘niet kunnen of niet mogen of niet willen eten’, met zwelling in de afvoergangen van de parotisklier of van ‘niet in staat zijn om een brok te vangen’ (rechterkant) of ‘niet in staat zijn om een brok te verwijderen ‘(linkerkant) die de parotisklier betreft .

Deze foto toont hockeyster Sidney Crosby van de Pittsburgh Penguins met de bof (parotitis) aan zijn rechterkant. Het leed dat je de ‘ijshockeypuck-brok’ niet kunt vangen (bijvoorbeeld omdat je niet in de basisopstelling staat voor het spelen van een wedstrijd) is een mogelijk conflictscenario.

 

 

 

 

Langdurige genezing vanwege voortdurende conflictrecidieven resulteert in een permanente blokkering van de speekselkliergangen die een droge mond veroorzaakt. Deze aandoening wordt syndroom van Sjögren genoemd (Zie ook droge mond gerelateerd aan het mondslijmvlies en Sjögren gerelateerd aan droge ogen). De conventionele geneeskunde stelt dat ‘Sjögren’ is gekoppeld aan een laag oestrogeengehalte, omdat het voornamelijk vrouwen na de menopauze treft. Niet elke postmenopauzale vrouw heeft echter Sjögren! Vanuit het perspectief van GNM heeft de toenemende voorkomen van het ‘droge mond syndroom’ helemaal niets te maken met het hormoonniveau van een vrouw, maar eerder met de dieetmanie van vandaag en meer vrouwen die het leed ervaren van ‘niet mogen eten’. De theorie dat Sjögren een auto-immuunziekte is, die suggereert dat het immuunsysteem van het lichaam ‘per ongeluk’ zijn eigen lichaamscellen aanvalt, is vanuit in het licht van de Vijf Biologische Wetten zinloos.

Een speekselbuissteen is een verkalking die zich vormt in een speekselkliegang (in de sublinguale klier of submandibulaire klier) als gevolg van een hangende genezing. Een grote steen kan de speekselstroom naar de mond blokkeren.


 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE TONGSPIEREN: De tong is een spierorgaan die is bedekt met endodermaal mondslijmvlies en daar bovenop gelegen ectodermaal oppervlakkig mondslijmvlies. De tong bedekt het voedsel met speeksel, helpt bij het kauwen en duwen van voedsel naar de keelholte van waar het door de slokdarm naar het maag-darmkanaal wordt getransporteerd. Naast kauwen en slikken helpt de tongspier ook bij het spreken en het vormen van woorden. De tong bestaat uit dwarsgestreepte spieren, voortkomend uit het nieuw mesoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit het hersenmerg en de motorische hersenschors.

HERSENNIVEAU: De tongspier heeft twee controlecentra in de grote hersenen. De trofische functie van de spier, verantwoordelijk voor de voeding van het weefsel, wordt aangestuurd vanuit het hersenmerg; het vermogen van de tong om te bewegen wordt aangestuurd vanuit de motorische cortex (een deel van de hersenschors). De rechter helft van de tong wordt aangestuurd vanaf de linkerkant van de grote hersenen; de linkerhelft wordt aangestuurd vanaf het rechter hersenhelft. Daarom is er een kruislings gerelateerd verband tussen de hersenen en het orgaan.

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verbonden is aan de tongspier is ‘niet in staat zijn om de tong weg te trekken’ (contact met hete vloeistoffen of heet voedsel) of ‘niet in staat zijn om de tong te bewegen’. Een moeizame tandheelkundige ingreep of een intubatie kan zo’n tonggerelateerd leed veroorzaken; maar ook seksueel misbruik (orale seks, gedwongen tongzoenen). Rekening houden met de functie van de tong bij het articuleren en praten, niet kunnen praten of niet mogen spreken (om een ​​woord van de tong te krijgen) kan ook het conflict veroorzaken. De kauwspier heeft betrekking op het conflict van ‘niet kunnen kauwen’ (bijvoorbeeld met beugels of kunstgebitten).

CONFLICTACTIEVE FASE: celverlies (necrose) van het spierweefsel van de tong (aangestuurd door het hersenmerg) en, evenredig met de mate van conflictactiviteit, toenemende verlamming van de tongspier (aangestuurd vanuit de motorische cortex) die spraak en slikken beïnvloedt (zie ook beroerte en tongverlamming). Of de rechterkant of de linkerkant van de tong is betroffen wordt bepaald door iemands biologische handigheid en of het conflict moeder / kind of partner gerelateerd is.

OPMERKING: De dwarsgestreepte spieren behoren tot de groep organen die reageren op het gerelateerde conflict met functioneel verlies (zie ook Zinvolle Biologische Speciaalprogramma’s van de eilandcellen van de alvleesklier, het binnenoor, de reukzenuwen, het netvlies en het glasvocht van de ogen) of hyperfunctie (zenuwen van het botvlies en de thalamus). In het geval van de dwarsgestreepte spieren manifesteert de conflictactieve fase zich als spierverlamming. Vanuit biologisch oogpunt is de verlamming een aangeboren nep-doodligreflex, als reactie op gevaar.

HELINGFASE: Tijdens de genezingsfase wordt de tongspier gereconstrueerd. De verlamming reikt tot in PCL-A. Na de epileptoïde-crisis keert tijdens PCL-B de functie van de tongspier terug naar normaal.

OPMERKING: Alle organen die afkomstig zijn van het nieuwe mesoderm (‘luxe groep’), inclusief de tongspier, tonen hun biologische doel aan het einde van de genezingsfase. Nadat het genezingsproces is voltooid is het orgaan of weefsel sterker dan voorheen, wat het mogelijk maakt om beter voorbereid te zijn op een conflict van dezelfde soort.

Deze hersen-CT presenteert een Hamerse Haard in de fase van de littekenvorming (PCL-B). De accumulatie van neurogliacellen (zichtbaar als wit) in het gebied van de motorische cortex die de spier van de rechter helft van de tong aanstuurt, geeft aan dat het tonggerelateerde conflict is opgelost. In de conventionele geneeskunde wordt ten onrechte aangenomen dat de opbouw van gliacellen een “hersentumor” is.

 

 

 

 

 

Download deze pagina als PDF!

Mond & Keelholte

Bron: http://learninggnm.com/SBS/documents/mouth_and_pharynx.html