2. De psyche

Een opvallend verschil tussen mensen en dieren is het feit dat de mens te maken heeft met een uitgebreid scala aan ziekten en aandoeningen, terwijl dieren die in het wild leven, zelden ziek zijn. Blijkbaar heeft een mens iets wat dieren niet hebben.

Een mens kan nadenken. Hij heeft voorstellingsvermogen, creativiteit, fantasie. Hij heeft ideeën over goed en kwaad, over mooi en lelijk, over schoon en vies, over rechtvaardig en onrechtvaardig. Hij heeft een eigen belevingswereld. Hij kan een boek lezen of een film bekijken en op dat moment in een geheel andere wereld zijn.  Behalve de werkelijke, biologische wereld om hem heen heeft de mens daarom te maken met nog een andere wereld. Een inwendige wereld. De wereld van gedachten en ideeën, de wereld van de psyche.

Om te laten zien welke invloed de wereld van de psyche op het lichaam kan hebben, volgen hier twee situaties.

Situatie 1: reactie van het lichaam op de werkelijke, biologische omgeving.

Iemand zit ’s avonds laat alleen thuis in de woonkamer en hoort plotseling buiten aan het raam een geluid alsof iemand met een voorwerp het raam tracht open te wrikken. Hij beseft dat een inbreker zijn huis tracht binnen te komen. Hij ervaart dit als een bedreigende situatie en onmiddellijk vinden er in zijn lichaam allerlei veranderingen plaats. Zijn hartslag gaat sneller, zijn ademhaling gaat sneller, er wordt adrenaline aangemaakt, zijn spieren zijn enigszins gespannen, en nog veel meer. Dit is biologisch gezien een volkomen natuurlijke reactie op een situatie uit de omgeving. Als een dier zich bedreigd zou voelen vanwege een ander dier dat zijn territorium binnendringt, zou het op precies dezelfde manier reageren. De reacties van het lichaam zijn logisch en begrijpelijk. Het lichaam maakt zich klaar voor snelle actie om de indringer te kunnen verjagen, of eventueel te kunnen vluchten.

Situatie 2: reactie van het lichaam op wereld van de psyche.

Iemand zit ’s avonds laat alleen thuis in de woonkamer en kijkt naar een bijzonder spannende film waar hij volkomen in op gaat. In de film bevindt de hoofdpersoon zich in een huis, terwijl boosaardige schurken het huis trachten binnen te dringen. De persoon op de bank gaat zodanig op in het verhaal, dat zijn lichaam reageert alsof hij de hoofdpersoon zelf is. Zijn hartslag gaat sneller, zijn ademhaling gaat sneller, zijn spieren zijn gespannen, enzovoort. De reactie van het lichaam zou precies hetzelfde kunnen zijn als de reactie in situatie 1. Ditmaal is de reactie van het lichaam echter niet logisch. Het lichaam maakt zich klaar voor snelle actie, maar er is helemaal geen snelle actie nodig! Er is geen werkelijke dreiging. Alleen in de psyche, in de belevingswereld van de persoon is er dreiging.

Blijkbaar kan het lichaam met haar biologische gedragspatronen gaan reageren op de belevingswereld van de psyche.

De biologische gedragspatronen van het lichaam zijn bedoeld voor werkelijke situaties uit de omgeving. Als zodanig zijn de reacties altijd logisch en bevorderlijk voor het voortbestaan. Wanneer het lichaam echter reageert op de belevingswereld van de psyche, kunnen er ongewenste situaties ontstaan.

In het bovenstaande voorbeeld is er nog niet zoveel aan de hand. De film is aan het einde van de avond afgelopen, de persoon gaat slapen en het lichaam keert terug naar de normale toestand.
Maar wat zou er gebeuren wanneer die film op de een of andere manier alsmaar zou blijven afspelen in de belevingswereld van de persoon? En kan dat? Is het mogelijk dat bepaalde gebeurtenissen in ons leven een zodanige impact hebben dat ze als het ware blijvend in onze belevingswereld worden vastgelegd?

Ja, dat kan.

Lees meer: → Conflictschok

 

Germaanse-Geneeskunde 86-40German New Medicine – introduction to the five biological laws