ZINVOLLE BIOLOGISCHE SPECIAALPROGRAMMA’S

 

 BETREFFENDE DE VROUWELIJKE BORSTEN

 

 

 

 

Klik om te selecteren …


BORSTKLIEREN

MELKGANGEN

 

 


ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE BORSTKLIEREN: Anatomisch gezien bedekken de borsten de borstspieren die voor de ribben en het borstbeen liggen. Vetweefsel, bindweefsel en ligamenten (de ligamenten van Cooper) bieden ondersteuning aan de borsten en geven ze hun vorm. De vrouwelijke borsten bestaan uit borstklieren die in elke borst uit 15 tot 20 lobben bestaan, die weer vele kleinere borstkliertjes bevatten. De functie van de borstklieren is om melk te produceren om de jonge nakomelingen te voeden. Tijdens de zwangerschap veranderen hormonen, zoals prolactine, het klierweefsel ter voorbereiding op de borstvoeding. Wanneer een vrouw haar baby borstvoeding geeft vloeit de melk door een netwerk van melkgangen naar de tepel op het puntje van de borst. De tepel wordt begrensd door een donker gedeelte van de huid, de tepelhof. In evolutionaire termen ontwikkelden de borstklieren zich vanuit de zweetklieren van de lederhuid. De tepel is een ‘binnenstebuitenkering’ van de lederhuid; dit is de reden waarom zowel de tepels als de tepelhof zeer gepigmenteerd zijn. Net zoals de lederhuid zijn de borstklieren afkomstig van het oud mesoderm en worden daarom vanuit de kleine hersenen aangestuurd.

OPMERKING: Gedurende de evolutie ontwikkelden zoogdieren aan de rechter- en linkerkant van de middellijn zogenaamde melklijnen, die lopen vanaf de oksels over de tepels naar de lies. Normaal hebben menselijke vrouwtjes twee borstklieren, één aan elke zijde van het borstbeen, maar overal langs de ‘embryonale melklijnen’ kunnen zich borstweefsel en tepels vormen.

HERSENNIVEAU: In de kleine hersenen worden de borstklieren in de rechterborst vanaf de linkerkant van de hersenen aangestuurd; de borstklieren van de linkerborst worden aangestuurd vanuit de rechter hersenhelft (lateraal). Daarom is er een kruislings gerelateerd verband tussen de hersenen en het orgaan.

 

OPMERKING: De rechter en de linker melklijn worden aangestuurd vanuit hetzelfde hersenrelais als de lederhuid.

 

BIOLOGISCH CONFLICT: In biologische termen is de vrouwelijke borst synoniem voor verzorgen en zorgzaamheid. Het biologische conflict dat verband houdt met de borstklieren is daarom ‘een ​​nest-zorgconflict’ met betrekking tot het welzijn van een geliefde (inclusief een huisdier) of zorgen over het “nest” zelf (leed met betrekking tot het huis of de werkplek van een vrouw). De borstklieren komen ook overeen met een ruzie. Een ruzie (met de partner, een van de kinderen, een ouder, een vriend) heeft immers ook een “zorg” -aspect.

CONFLICTACTIEVE FASE: Startend vanaf de DHS, tijdens de conflictactieve fase, vermeerderen borstkliercellen zich evenredig met de intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de celtoename is het verbeteren van de functie van de borstklieren, om meer melk beschikbaar te hebben wanneer een lid uit het nest in nood is (vrouwelijke zoogdieren verzorgen ook de volwassen mannetjes in het geval van een noodsituatie). Zelfs als een vrouw op dat moment geen borstvoeding geeft of niet meer in de vruchtbare leeftijd is, reageren haar borsten nog steeds op een zorgconflict, op deze biologisch zinvolle manier.

OPMERKING: Vanuit een evolutionair oogpunt ontwikkelden de kleine hersenen zich met de bedoeling zich in groepen te verenigen en met elkaar te associëren. Vandaar dat dit de periode was waarin de biologische handigheid en de moeder / kind- of partner gerelateerde conflicten relevant werden. Als een rechtshandige vrouw een nest-zorg conflict of een ruzie krijgt met betrekking tot haar moeder of kind beïnvloedt dit haar linkerborst; terwijl als ze het conflict associeert met haar partner haar rechterborst betroffen is. Voor linkshandige vrouwen is het omgekeerd. Als het conflict over het nest zelf gaat, betreft het de moeder / kind-borst (linkerborst voor rechtshandige vrouwen, rechterborst voor linkshandige vrouwen).

Bij langdurige conflictactiviteit (hangend conflict) ontwikkelt zich een compacte knobbel in de borst (deze kan zich ook langs de borstlijn vormen). Gedurende deze periode heeft de zogende moeder meer melk in de ‘conflict gerelateerde borst’. In de conventionele geneeskunde wordt deze groei een glandulaire (lobulaire) borstkanker of een mammacarcinoom genoemd (vergelijk met “borstkanker” die verband houdt met de melkgangen). Als de snelheid van de celdeling een bepaalde limiet overschrijdt, wordt de kanker als “kwaadaardig” beschouwd.

Deze afbeelding toont het gezwel van een glandulaire borstkanker in de linkerborst, veroorzaakt door een nest-zorgconflict over haar moeder of kind als de vrouw rechtshandig is. De grootte van de knobbel wordt bepaald door de duur en intensiteit van het conflict.

Dr. Hamer: “Een vrouw associeert de band met haar kinderen en haar partner voornamelijk met haar borst. Dit is de reden waarom borstaandoeningen de meest voorkomende medische aandoeningen bij vrouwen zijn “.

 

Op deze CT-scan van hersenen zien we de impact van een nest-zorgconflict aan de rechterkant van de kleine hersenen. Het betreft het breinrelais van waaruit een borstklierkanker in de linkerborst wordt aangestuurd. De scherpe rand van de Hamerse Haard geeft aan dat het conflict nog actief is.

 

 

 

 

 

Borstkanker bij mannen: mannen hebben ook borstklieren, maar de borsten van mannen blijven onderontwikkeld vanwege hun hogere testosteronniveau (bij vrouwen bevordert oestrogeen de ontwikkeling van de borsten). Als een man echter een laag testosteronniveau heeft, als gevolg van een actief verliesconflict (zie testikels) of ‘een conflict-gerelateerde hormonale onbalans’, kan hij net als een vrouw last hebben van een nest-zorg conflict. Mannen letten meestal niet op borstknobbeltjes, net zo min als dat ze een mammogram (moeten) laten maken, daarom is het aantal gevallen van borstkanker bij mannen erg laag. OPMERKING: Mannelijke productie en afgifte van melk (lactatie) vindt plaats bij een conflict dat verband houdt met de hypofyse die prolactine afscheidt. Prolactine is het hormoon dat de borstklieren stimuleert om melk te produceren.

HELINGFASE: Gevolgd door de oplossing van het conflict worden de cellen die niet langer nodig zijn afgebroken met behulp van schimmels, TBC-bacteriën en andere bacteriën. Tijdens dit proces wordt de “tumor” gevuld met sereuze vloeistof en tuberculeuze afscheiding. Op dit moment kan het geheel worden gediagnosticeerd als een “cyste”. Genezingssymptomen zijn zwelling als gevolg van het oedeem (vochtophoping) in de genezende borst (in PCL-A) en nachtelijk zweten. Met het SYNDROOM, dat wil zeggen: waterretentie als gevolg van een actief ‘alleen-achter-gelaten-worden-conflict’ of bestaansconflict wordt de zwelling veel groter. De reparatie van het borstweefsel is merkbaar als een scherpe pijn, die kenmerkend is voor de genezing van alle oud mesodermale weefsels (zie ook gordelroos). De omvang van de symptomen wordt bepaald door de mate en duur van de conflictactieve fase. Afhankelijk van de grootte van de tumor kan het genezingsproces enkele maanden duren; bij een hangende genezing als gevolg van conflictrecidieven (terugval in het conflict waardoor het programma opnieuw begint) nog langer. Wanneer de genezingsfase wordt verlengd leidt het lopende afbraakproces tot verlies van borstkliercellen. Als een vrouw op dat moment borstvoeding geeft veroorzaakt het verlies van klierweefsel (hypoplasie van de borstklier) een vermindering of stopzetting van de melkproductie in de aangetaste borst (vergelijk met gebrek aan melkproductie gerelateerd aan de hypofyse).

Wanneer de druk van een tumor de bovenliggende opperhuid doorbreekt, vindt de bloederige en vies ruikende ontlading zijn weg door de uitwendige opening naar de buitenkant van de borst (linkerborst in deze afbeelding).

 

 

 

 

Op een hersenscan presenteert de genezingsfase (PCL-A) van een glandulaire borstkanker in de linkerborst zich als “gezwollen” oedemateuze ringen (hersenoedeem) in het borstklierrelais aan de rechterkant van de kleine hersenen.

 

 

 

Complicaties bij borstklierkanker komen voor wanneer de lederhuid van de aangedane borst tegelijkertijd een genezingsfase ondergaat (zie huidtuberculose). Dit treedt op ofwel door een “aanvalsconflict”, dat bijvoorbeeld werd veroorzaakt door een borstbiopsie, of wanneer een vrouw een “misvormingsconflict” lijdt dat wordt veroorzaakt door de verminking van haar borst. Bij een hangende genezing sijpelt de borst continu (let op het eiwitverlies!), wat kan leiden tot een zogenaamd ‘bezoedelingsconflict’; het zich bezoedeld, vuil, verminkt of misvormd voelen. In dit geval moet een operatie overwogen worden.

De afvalproducten van het celverwijderingsproces worden afgevoerd via het lymfatische systeem. Het lymfevocht vloeit voornamelijk naar de okselklier in de oksel van de genezende borst. Dat is de reden waarom die lymfeklier in de genezingsfase opzwelt.

Vrouwen die borstkanker hebben lijden vaak een eigenwaarde- of zelf-devaluatieconflict, wat leidt tot de ontwikkeling van een lymfoom (lymfeklierkanker) in het okselknooppunt. In de conventionele geneeskunde wordt de nieuwe “tumor” geïnterpreteerd als een “metastaserende kanker”, gebaseerd op de foutieve veronderstelling dat de lymfevaten als snelwegen dienen voor “zich verspreidende kankercellen”. Als het zelf-devaluatieconflict ernstig is, meestal na een borstamputatie, beïnvloedt dit ook het borstbeen of de ribben onder de geamputeerde borst (zie botkanker). De borstamputatie kan tevens worden ervaren als een aanval, wat leidt tot een “aanvalsconflict”, waardoor zich een melanoom kan ontwikkelen in het gebied van het chirurgische litteken. Mogelijke complicaties treden op wanneer de vloeistof uit het oedeem in het borstvlies vloeit en aldaar een pleura effusie veroorzaakt. Het eigenwaarde inbreukconflict (“mijn borst zien er lelijk uit”) kan tijdens de genezingsfase ook tot een plaatselijke zwelling van het vetweefsel (zie lipoom) in de borst uitmonden. Het is niet ongebruikelijk dat een dergelijke groei abusievelijk wordt gediagnosticeerd als een borstkanker of “uitzaaiing”.

Nadat de tumor is ontbonden blijft er ter plaatse een holle ruimte (caverne) achter (zie ook longcavernes, levercavernes, alvleeskliercavernes). Calciumafzettingen op de wanden van de cavernes zien er op een mammogram uit als macrocalcificatie (vergelijk met kalkspatjes of microcalcificatie in de melkgangen). Gelijktijdige waterretentie als gevolg van het SYNDROOM laat de caverne uitdijen, waardoor een borstcyste ontstaat (vergelijk met borstcysten in de melkgangen). Zogenaamde “fibrocystische borsten” zijn het gevolg van terugkerende helings- en littekenvormingsprocessen (PCL-B) in de borst.

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn bij het oplossen van het conflict, omdat ze door een overmatig gebruik van antibiotica zijn vernietigd, blijven de extra cellen over. Uiteindelijk wordt de tumor ingekapseld met behulp van bindweefsel. Zo’n ingekapseld gezwel kan jaren later worden gevonden tijdens een mammogram, vaak met ernstige gevolgen.

 


ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE MELKGANGEN: De melkgangen vormen een gestructureerd netwerk van kanalen die zich hechten aan de lobben van de borstklieren. Ze komen uit in de hoofdmelkgangen bij de tepel. De tepels zijn kleine uitsteeksels van de huid die voorzien zijn van speciale zenuwen, wat maakt dat ze gevoelig zijn voor stimuli zoals aanraking. Bij zogende vrouwen transporteren de melkgangen de melk van de borstklieren naar de tepel om het kind te kunnen verzorgen. De binnenbekleding van de melkgangen bestaat uit plaveiselepitheel dat afkomstig is van het ectoderm en daarom wordt aangestuurd vanuit de hersenschors.

OPMERKING: Nadat de borstklieren waren ontwikkeld migreerden plaveiselepitheelcellen van de buitenste huid via de tepels inwaarts in de melkgangen.

 

HERSENNIVEAU: De epitheliale bekleding van de melkgangen wordt aangestuurd vanuit de sensorische cortex (een deel van de hersenschors). De melkgangen in de rechterborst worden vanaf de linkerkant van de schors aangestuurd; de melkgangen in de linkerborst worden vanaf de rechter corticale hemisfeer geregeld. Daarom is er een kruislings gerelateerd verband tussen de hersenen en het orgaan (zie GNM-diagram met de sensorische homunculus).

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met de melkgangen is een scheidingsconflict dat wordt ervaren alsof een geliefde “van mijn borst is gerukt” (vergelijk met het verliesconflict met betrekking tot de eierstokken). Vrouwen lijden scheidingsconflicten door een onverwachte echtscheiding, een scheiding van de partner, een kind, een ouder of een vriend of wanneer een geliefde persoon (of huisdier) sterft. De angst voor de scheiding kan het conflict al activeren. Op dezelfde manier correleren de melkgangen met het leed dat de vrouw zich juist wil scheiden van, laten we zeggen, een echtgenoot of een ouder, vanwege een bedrog, constante strijd of misbruik. De scheiding van een huis (het “nest” van de vrouw) komt ook overeen met de melkgangen (te vergelijken met nest-zorgconflicten gekoppeld aan de borstklieren). Het verlies van het “nest” is de equivalent van het territoriale verliesconflict bij mannen.

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn territoriale conflicten en scheidingsconflicten de primaire conflictthema’s die geassocieerd worden met organen van ectodermale oorsprong en die worden aangestuurd vanuit de sensorische-  en post-sensorische cortex.

 

Het Zinvolle Biologische Speciaalprogramma van de melkgangen volgt het BUITENSTE HUIDSCHEMA met ondergevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde-crisis en overgevoeligheid in de genezingsfase.

 

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: ulceratie in de bekleding van de melkgangen die in verhouding staat tot de mate en de duur van de conflictactiviteit. De ulceratie vindt plaats in de takken die uit de lobben van de borstklieren ontspringen, of in de hoofdgang dicht bij de tepel. Een ernstig scheidingsconflict kan van invloed zijn op alle melkgangen in de conflict gerelateerde borst. Het biologische doel van het celverlies is om het lumen van de gangen te verwijden, zodat de melk die niet langer nodig is (vanwege de scheiding) gemakkelijker kan wegvloeien; het grotere lumen van de gangen voorkomt dat de melk in de borst zich ophoopt. De ulceratie blijft meestal onopgemerkt vanwege de ondergevoeligheid in de melkgangen tijdens de conflictactieve fase (buitenste huidschema). Het verlies van gevoeligheid kan tot de tepel reiken.

OPMERKING: Of de rechter of linkerborst is aangedaan wordt bepaald door de biologische handigheid van een vrouw en of het conflict moeder / kind of partner gerelateerd is. Als het conflict over het nest zelf gaat betreft het de moeder / kind-borst, d.w.z. de linkerborst voor een rechtshandige vrouw en de rechterborst voor een linkshandige vrouw.

Langdurige conflictactiviteit maakt de aangetaste borst kleiner als gevolg van de voortdurende ulceratie. Bij een aanhoudend, intens hangend conflict trekt de voortdurende ulceratie de melkgang samen, resulterend in bindweefselknopen en een pijnlijk trekken in de borst. De samentrekking is zichtbaar als een lokale terugtrekking van de borst (“deuken”) en een ingetrokken tepel. De aangetaste borst wordt aanzienlijk kleiner (terugkerende littekenvorming vanwege een hangende genezing in PCL-B maakt de borst ook kleiner). Op een mammogram heeft een bindweefselknoop de vorm van een compacte knobbel en kan daarom worden gediagnosticeerd als borstkanker (“cirrotisch carcinoom“), ook al is er geen sprake van celdeling “van kankercellen”!

De conflictactieve fase gaat gepaard met korte termijn geheugenverlies dat zich uitstrekt tot in de PCL-A fase. Dit is kenmerkend voor alle scheidingsconflicten (zie Zinvolle Biologische Speciaalprogramma’s met betrekking tot de huid).

HELINGFASE: Tijdens het eerste deel van de genezingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celvermeerdering. De borst is gezwollen, rood, warm en jeukt. Wanneer de scheiding tegelijkertijd met de huid wordt geassocieerd, ontwikkelt zich ook huiduitslag op de borst (zie de ziekte van Paget). In de genezingsfase komt de gevoeligheid terug, die kan worden aangemerkt als hyperesthesie; overgevoeligheid voor onder andere pijn, door een verhoogde prikkelbaarheid van de gevoelszenuwen, met name bij de tepel. Door de zwelling lijkt de tepel naar binnen te worden getrokken (vergelijk met de ingetrokken tepel in de conflictactieve fase).

In de conventionele geneeskunde wordt de celvermeerdering in de melkgangen gediagnosticeerd als een intraductale borstkanker, met een ontsteking als een inflammatoire borstkanker (vergelijk met borstkanker gerelateerd aan de borstklieren). Op basis van de Vijf Biologische Wetten kunnen de nieuwe cellen niet als “kankercellen” worden beschouwd, omdat de celvermeerdering in werkelijkheid een proces van wederaanvulling van weefsel is. Een “goedaardige” borsttumor wordt meestal gediagnosticeerd als een intraductaal papilloom of als papillair carcinoom.

Deze foto laat de genezingsfase van een intraductale borstkanker in de linkerborst zien.

 

 

De theorie dat borstkanker wordt veroorzaakt door “abnormale genen” kan niet verklaren waarom de “tumor” zich in de rechter- of in de linkerborst ontwikkelt, waarom het de melkgangen of de borstklieren beïnvloedt, of waarom de “kanker” op een bepaald moment voorkomt in het leven van een vrouw.

De rode pijlen op deze CT-scan wijzen naar het gebied in de sensorische cortex van waaruit de genezing van een intraductale borstkanker in de linkerborst wordt aangestuurd. De ongelijkmatige, deels oedemateuze ring van de Hamer Haard bevestigt dat de betreffende vrouw (die linkshandig is) een scheidingsconflict heeft opgelost dat verband houdt met haar partner.

De scan toont ook aan dat zij nog steeds in conflict is met een ‘overbelastingsconflict’ dat verband houdt met haar kind, waarbij de linker hartspier betrokken is. De Hamerse Haard wordt weergegeven als een scherpe ringconfiguratie in het overeenkomstige hersenrelais in de motorische cortex (oranje pijlen). De twee conflicten kwamen hoogstwaarschijnlijk samen voor.

 

 

In combinatie met het SYNDROOM, als gevolg van een actief existentie- of bestaansconflict, wordt overmatig veel vocht vastgehouden en opgeslagen in de genezende borst, wat de zwelling doet toenemen. Een grote zwelling kan de melkgangen afsluiten. In dit geval raakt de afscheiding, die tijdens het herstelproces wordt geproduceerd, verstopt in de borst, vooral achter de tepel. Biologisch gezien is deze complicatie niet voorzien, omdat als een vrouw borstvoeding geeft, de baby de borst normaal gesproken leegzuigt (volwassen zoogdieren zuigen de uier van de vrouw leeg als de melk verstopt is). Bij niet-zogende vrouwen heeft de melkproductie echter geen mogelijkheid tot afvoer, wat de zwelling en de pijn doet toenemen. Dr. Hamer beveelt daarom aan om de vloeistof twee keer per dag af te kolven of deze uit te laten zuigen door de partner, een vriend of de vroedvrouw, omdat dit minder pijnlijk is (de ontlading heeft een licht zoete smaak zoals melk). Als een cirrotische borst niet wordt gedraineerd tijdens de genezingsfase, wordt de borst klein en hard.

Een lekkende borst is een aanwijzing dat het melkkanaal niet volledig is geblokkeerd of dat het genezingsproces dicht bij de tepel plaatsvindt. De afscheiding die uit de tepel loopt is een heldere of bloederige vloeistof (vergelijk met stinkende afscheiding wanneer een  borstkliertumor geneest en melkachtige afscheiding gerelateerd aan de prolactine producerende hypofyse). Bij gelijktijdige vochtretentie wordt de zwelling in een melkgang meestal gediagnosticeerd als een borstcyste (vergelijk met borstcyste in de borstklieren).

Borstklierontsteking (peri-ductale mastitis) treedt op wanneer de gangen onder de tepel ontstoken raken. Moeders die gescheiden zijn van hun baby, bijvoorbeeld na de bevalling, ontwikkelen borstklierontsteking zodra ze hun baby ononderbroken kunnen verzorgen. Borstklierontsteking bij borstvoeding of een ontsteking van de tepel (thelitis) is ofwel gekoppeld aan een scheidingsconflict of, bij vrouwen die borstvoeding geven, wanneer de zuigeling te sterk zuigt.

Als het genezingsproces de tepel betreft, inclusief de tepelhof, wordt dit gediagnosticeerd als de ziekte van Paget. In de conventionele geneeskunde wordt dit beschouwd als een borstkanker!

Eczeem op de tepelhof (zie opperhuid) geeft aan dat de scheidingsconflicten van een kind of partner in verband werden gebracht met dat specifieke deel van de borst, bijvoorbeeld wanneer de borstvoeding werd gestaakt (ziekenhuisopname van de baby of van de moeder) of door een verlies van fysiek contact met betrekking tot dat gebied. Vandaar dat “de ziekte van Paget” en een intraductale borstkanker gemakkelijk samen kunnen voorkomen.

De epileptoïde crisis manifesteert zich als acute pijn. De pijn is niet van ‘zintuiglijke aard’, maar uit zich als een sterke, trekkende pijn. De pijn komt ook voor in PCL-B fase; in dit geval vanwege de littekenvorming.

OPMERKING: Alle epileptoïde crises die worden aangestuurd vanuit de zintuiglijke, post-sensorische of pre-motorisch sensorische cortex gaan gepaard met een ontregelde bloedtoevoer, duizeligheid, korte bewustzijnsstoornissen of een volledig bewustzijnsverlies (flauwvallen of “absence“), afhankelijk van de intensiteit van het conflict. Een ander kenmerkend symptoom is een verlaging van de bloedsuikerspiegel die wordt veroorzaakt door het overmatige gebruik van glucose door de hersencellen (vergelijk met hypoglykemie gerelateerd aan de eilandcellen van de pancreas).

Na de epileptoïde-crisis neemt de zwelling van de borst af.

Op een mammogram laat de voltooiing van het genezingsproces calciumspikkels of microcalcificaties zien (te vergelijken met macrocalcificatie in de borstklieren), die zijn ontstaan door de tijdelijke opslag van melkachtige afscheiding. In de geneeskunde van vandaag de dag worden deze microcalcificaties in de borst echter als een vroeg teken van borstkanker beschouwd!

 

 

 

 

 

Klik hier voor de PDF!

De Vrouwelijke Borsten

Bron: http://learninggnm.com/SBS/documents/breast.html