Germaanse Nieuwe Geneeskunde

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE DUNNE DARM: De dunne darm is het gedeelte van het maag-darmkanaal dat de maag met de dikke darm verbindt. Na de twaalfvingerige darm volgt het jejunum (de nuchtere darm); het bovenste deel van de dunne darm. Het ileum (de kronkeldarm) is het laatste deel dat aansluit op de dikke darm. Het jejunum en het ileum zijn de delen van het spijsverteringskanaal waar het grootste deel van de opname van voedingsstoffen (absorptiekwaliteit) plaatsvindt. De dunne darm bestaat uit intestinaal cilinderepitheel, is afkomstig van het endoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de hersenstam.

 

HERSENNIVEAU: In de hersenstam bevindt het controlecentrum van de dunne darm (jejunum en ileum) zich ordelijk geplaatst in de ringvorm van de hersenrelais die de organen van het spijsverteringskanaal aansturen, exact tussen het relais van de twaalfvingerige darm en het cecumrelais.

OPMERKING: De overgang van de rechter naar de linker hemisfeer van de hersenstam komt op orgaanniveau overeen met de ileocecale klep, die geplaatst is tussen de dunne darm en de blinde darm (cecum), het eerste gedeelte van de dikke darm. 

 

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Naar zijn functie is het biologische conflict dat verband houdt met de dunne darm “niet in staat zijn om een ​​brok te absorberen of te verteren” (zie ook maag, twaalfvingerige darm, dikke darm en alvleesklier). Het conflict wordt ervaren als boosheid, bijvoorbeeld een ergernis over een persoon (een familielid, vriend, buur, collega, werknemer, chef, cliënt, leraar, student, klasgenoot, coach, dokter, overheid), over een situatie (werk- gerelateerde boosheid, schoolgerelateerde ergernis of relationele ergernis) of over opmerkingen (beschuldigingen, beledigingen, kritiek) of nieuws dat “moeilijk te accepteren” of moeilijk te “verteren” is.

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn brokconflicten de primaire conflictthema’s die worden geassocieerd met organen van endodermale oorsprong, die worden aangestuurd vanuit de hersenstam. 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Te beginnen vanaf het moment van het DHS vermeerderen de darmcellen zich tijdens de conflictactieve fase evenredig aan de intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de celtoename is om beter in staat te zijn om de brok te absorberen en te verteren. Bij langdurige conflictactiviteit ontwikkelt zich een vlakgroeiende tumor (absorptie kwaliteit) in de dunne darm. Aan het distale (verste) uiteinde van het ileum, dat een dunnere wand heeft dan het jejunum, kan de tumor ook een bloemkoolachtige vorm aannemen (secretoire type). Dit kan leiden tot een darmobstructie of een zogenaamde ileus. In de conventionele geneeskunde kan de verdikking van de darmwand worden gediagnosticeerd als kanker (jejunumkanker of ileumkanker).

 

HELINGSFASE: Na de conflictoplossing verwijderen schimmels of mycobacteriën zoals TBC-bacteriën de cellen die niet langer nodig zijn. Helingssymptomen zijn diarree en braken als het jejunum (bovenste deel van de dunne darm) betrokken is en nachtelijk zweten. Buikkrampen (motorische kwaliteit) komen vooral voor tijdens de Epileptoïde Crisis (zie ook darmkoliek). De deelname van schimmels tijdens het genezingsproces manifesteert zich als intestinale candida. De omvang van de symptomen wordt bepaald door de conflictmassa tijdens de conflictactieve fase.

OPMERKING: Het eten van verkeerd voedsel veroorzaakt diarree. Als verkeerd voedsel echter kan worden uitgesloten als oorzaak, is diarree een positief teken, namelijk omdat dat het “onverteerbare brokconflict” is opgelost en dat de “brok” nu wordt geëlimineerd – zelfs zonder de hulp van microben (sensorische kwaliteit en uitscheiding kwaliteit van de darmen).

Het drinken van vervuild water kan leiden tot ernstige diarree met een acute, mogelijk levensbedreigende bloeding. Dit gebeurt meestal in regio’s zoals in Afrika waar mensen geen toegang hebben tot schoon water. Het ebolavirus echter de schuld te geven voor deze aandoening is een medisch construct zonder enige wetenschappelijke basis.

(“… de wereld wordt blootgesteld aan horrorscenario’s over Ebola. Deze schokkende mediaberichten laten het feit zien dat het bestaan ​​en de pathogene effecten van al deze zogenaamd besmettelijke en zelfs dodelijke virussen nooit bewezen zijn” , Torsten Engelbrecht / Claus Köhnlein, Virus Mania, blz. 25)

Merk op dat in dit “Ebolavirus waarschuwingsbericht” het gezicht van het “ebola-slachtoffer” is bedekt met pokken, wat totaal niet gerelateerd is aan ebola. Volgens het Centrum voor ziektebestrijding zijn “ebolasymptomen” diarree, braken, buikpijn, koorts en ernstige hoofdpijn.

 

De ziekte van Crohn is de helingsfase van een “onverteerbaar brokconflict “. Ileocolitis, dat in het achterste gedeelte van de dunne darm optreedt, is het meest voorkomende type van “Crohn”. Symptomen zijn aanhoudende diarree met de uitscheiding van slijm, meestal met bloed (teerachtige ontlasting), buikpijn en een ontsteking van de darm. Een chronische aandoening geeft aan dat terugvallen in het conflict het genezingsproces verlengen (hangende genezing). Kenmerkend voor een terugkerende ziekte van Crohn zijn “opvliegers” die telkens wanneer de persoon “op een spoort trapt” optreden, met “spoorvrije” periodes daar tussenin.

Voedselallergieën met terugkerende diarree onthullen dat een “onverteerbare ergernis”, die niet volledig is opgelost, gekoppeld is aan een bepaald voedingsmiddel (melk, noten, tarwe, zeevruchten, een bepaalde vrucht of groente). Meerdere voedselallergieën wijzen erop dat verschillende voedingsmiddelen, waaronder voedselbestanddelen (suiker, zout, lactose) in het onderbewustzijn als sporen zijn opgeslagen, die zijn gekoppeld aan het oorspronkelijke DHS. Alle voedsel waarvan wordt aangenomen dat het de waarschijnlijke bron van de “allergie” is vormt een nieuwe “onverteerbare brok” en wordt daarmee toegevoegd aan de lijst van conflict-sporen. Mensen die altijd bezorgd zijn over het eten van iets “toxisch” of “verkeerds” zijn daarom eerder geneigd om meerdere voedselallergieën te ontwikkelen. In het geval van “glutenintolerantie” of coeliakie worden gluten, die worden aangetroffen in tarwe en verwante granen, geassocieerd met een “onverteerbaar ergernisconflict”. Het herhaalde contact met de tarwe (“allergeen”) leidt uiteindelijk tot een ontsteking in de dunne darm. Een glutenvrij dieet, de standaardbehandeling die wordt aanbevolen, betekent in werkelijkheid het ontwijken van het gluten-spoor zonder de onderliggende oorzaak aan te pakken.

OPMERKING: In de conventionele geneeskunde worden bepaalde voedingsmiddelen als triggers voor een anafylactische shock beschouwd. Van anafylaxie wordt gezegd dat het een immuunreactie is op een allergeen, zoals noten, schaaldieren of zuivelproducten. Vanuit het oogpunt van de GNM worden de symptomen opgeroepen door een terugval in het conflict (“allergie”), bijvoorbeeld van een territoriumangst-conflict (ademhalingsmoeilijkheden), een “brokconflict”, (zwelling van de tong) of een scheidingsconflict (netelroos, flauwvallen), vanwege het “trappen op een conflictspoor”. Het is heel goed mogelijk dat een sterke terugval in een conflict leidt tot heftige complicaties. Een echte anafylactische shock met een snelle daling van de bloeddruk, een verlies van bewustzijn dat zelfs mogelijk de dood tot gevolg heeft, wordt echter veroorzaakt door een overmatige blootstelling aan chemicaliën, zoals medicijnen (morfine, aspirine en andere), röntgenstralen, contraststoffen, toxines en andere vergiften.

 

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE DIKKE DARM: Na de dunne darm is de dikke darm het laatste deel van het maag-darmkanaal. De dikke darm is verdeeld in verschillende structurele gedeelten. Het eerste deel van de dikke darm is de blindedarm met het wormvormige aanhangsel, een buidelachtige tube met een doodlopend uiteinde, die aan de opstijgende dikke darm is bevestigd. De dwarsliggende dikke darm strekt zich uit van de rechter naar de linker zijde van het lichaam, waar het in de dalende dikke darm uitmondt. De sigmoïd darm vormt het laatste gedeelte van de dikke darm. Oorspronkelijk diende het gehele darmkanaal voor de absorptie (absorptiekwaliteit) en de spijsvertering (secretoire kwaliteit) van voedsel. In het huidige evolutionaire stadium scheidt de dikke darm slijm af en is de functie van dit deel van het darmkanaal om afvalmateriaal uit het voedsel te verwerken tot feces, waarna het naar het rectum wordt gevoerd, om te worden uitgescheiden. De dikke darm bestaat uit intestinaal cilinderepitheel, is afkomstig van het endoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de hersenstam.

 

HERSENNIVEAU: In de hersenstam heeft de dikke darm vier controlecentra die ordelijk zijn gepositioneerd in de ringvorm van de hersenrelais die de organen van het spijsverteringskanaal aansturen, exact tussen de dunne darm en het rectumrelais. 

De controlecentra van de dikke darm bevinden zich aan de linkerkant van de hersenstam, te beginnen met het hersenrelais van de blindedarm en het wormvormige aanhangsel en, verder tegen de klok in, met de controlecentra van de opstijgende dikke darm, de dwarsliggende dikke darm en de dalende dikke darm. Op orgaanniveau worden de dunne darm en de dikke darm gescheiden door de ileocecale klep, die op het niveau van de hersenen de overgang van de rechter- naar de linker hemisfeer van de hersenstam markeert.

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met de dikke darm (behalve de sigmoïd darm) is een “onverteerbaar brokconflict” (zie ook maag, twaalfvingerige darm, dunne darm en alvleesklier). Voor dieren is een onverteerbare brok een reëel stuk voedsel; voor mensen kan het ook een figuratieve “brok” zijn, bijvoorbeeld een auto, een huis of een waardevol object. We kunnen bepaalde omstandigheden of een vervelende gebeurtenis ook als een “brok” waarnemen en een brokconflict lijden wanneer de situatie als “onverteerbaar” of “niet-absorbeerbaar” wordt beschouwd, bijvoorbeeld wanneer een verwachte aankoop, promotie of belofte niet kan worden “verinnerlijkt”. Het onderscheidende aspect van een brokconflict dat overeenkomt met de dikke darm, inclusief het wormvormige aanhangsel en de blindedarm is dat het conflict als bijzonder “lelijk” wordt ervaren, bijvoorbeeld lelijke ruzies over geld of over een eigendom, vechtscheidingen, slepende rechtszaken of een verraad.

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn brokconflicten de primaire conflictthema’s die worden geassocieerd met organen van endodermale oorsprong, die worden aangestuurd vanuit de hersenstam. 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Te beginnen vanaf het DHS vermeerderen de cellen in de dikke darm zich tijdens de conflictactieve fase evenredig aan de duur en intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de celtoename is om de spijsvertering van de brok te bevorderen. Hoewel de dikke darm niet langer een spijsverteringsfunctie heeft, reageert de dikke darm in geval van een biologisch conflict nog altijd wel met celvermeerdering, omdat oorspronkelijk het gehele darmkanaal voor de vertering van voedsel diende. Bij langdurige conflictactiviteit (hangend conflict) ontwikkelt zich een tumor of darmkanker als gevolg van de voortdurende celvermeerdering. De tumor groeit vlakgroeiend (absorptietype) of neemt een bloemkoolachtige vorm aan (secretoire type). Als de mate van de celdeling een bepaalde grens overschrijdt, beschouwt de conventionele geneeskunde de kanker als “kwaadaardig”; onder die limiet wordt de tumor als “goedaardig” beschouwd of gediagnosticeerd als een darmpoliep (zie ook de genezingsfase). Er zijn geen symptomen tijdens de conflictactieve fase. Een grote tumor veroorzaakt echter een vernauwing van de dikke darm (met “potlood-ontlasting”), wat kan leiden tot een obstructie van de darm die chirurgie vereist.

 

HELINGFASE: Na de conflictoplossing verwijderen schimmels of mycobacteriën zoals TBC-bacteriën de cellen die niet langer nodig zijn. Helingssymptomen zijn diarree (uitscheiding kwaliteit), bloed in de ontlasting (teerachtige stoelgang), buikkrampen (motorische kwaliteit), vooral tijdens de Epileptoïde Crisis (zie koliek in de darm en nachtzweten.) Een “schimmelinfectie in de darmen” geeft aan dat schimmels ondersteunen bij het genezingsproces. Een darminfectie met (bloed in de) diarree kan ook worden veroorzaakt door de bacterie Escherichia coli (E. coli), die de dunne en dikke darm bevolken. (Zie ook de E. coli infectie in de endodermale blaasdriehoek). Afhankelijk van de mate van de conflictactieve fase variëren de symptomen van mild tot ernstig.

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn bij het oplossen van het conflict, omdat ze zijn vernietigd door een overmatig gebruik van antibiotica, blijven de extra cellen achter. Uiteindelijk wordt de tumor ingekapseld. In de conventionele geneeskunde zal dit hoogstwaarschijnlijk worden gediagnosticeerd als een darmpoliep of een “goedaardige kanker” (zie ook conflictactieve fase).

 

Op deze CT-scan zien we de impact van een “onverteerbaar brokconflict” in het dikke darm relais, aan de linkerkant van de hersenstam (gele pijlen). Het hersenoedeem (hypodense, weergegeven als donker) geeft aan dat de persoon zich in PCL-A bevindt. Er is een extra oedeem (vochtophoping) in het leverrelais (kleine gele pijl), waaruit blijkt dat ook een verhongeringsconflict is opgelost. Een verhongeringsconflict wordt vaak veroorzaakt door de diagnose “dikke darmkanker” en de angst van het niet kunnen passeren van het voedsel door de darm, waardoor men zou “uithongeren”. Dit is de reden waarom leverkanker de meest voorkomende secundaire vorm van kanker is na darmkanker. Dit heeft niets te maken met een “metastaserende kankercellen”.

 

Bij SYNDROOM, als gevolg van een actief existentie- of bestaansconflict met betrekking tot de nierverzamelbuizen, wordt het vastgehouden vocht overmatig opgeslagen in het genezingsgebied. De vergrote zwelling kan de dikke darm blokkeren; in de blinde darm kan al een occlusie (verstopping) optreden tijdens de conflictactieve fase. Het is tijdens de genezingsfase dat de blindedarm ontstoken raakt en gediagnosticeerd zal worden als een blindedarmontsteking. Een scheuring van de blinde darm treed op wanneer de Epileptoïde Crisis intens is.

Colitis ulcerosa is een ontsteking van de darm met buikpijn, winderigheid en diarree, mogelijk met bloed in de ontlasting. Net als de ziekte van Crohn ontwikkelt colitis ulcerosa zich na de conflictoplossing. Aanhoudende symptomen wijzen op conflictrecidieven die de heling onderbreken en daardoor de genezing verlengen (hangende genezing). Wat bekend staat als “Prikkelbare DarmSyndroom” (PDS) is ook een teken dat een “onverteerbaar brokconflict” is opgelost. In vergelijking met colitis ulcerosa zijn de symptomen van PDS minder intens.

Diverticulitis is het resultaat van een verlengde genezing van de darm. Vanwege het continue proces van celverwijdering wordt de darmwand dun, wat leidt tot de vorming van buideltjes (diverticula) aan de buitenkant van de dikke darm. Diverticulitis is de aandoening waarbij een dergelijk buideltje ontstoken raakt als gevolg van conflictrecidieven.

 

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE DARMSPIEREN: De wand van de dunne darm en de dikke darm bestaat uit gladde spieren. De longitudinale spieren reguleren de spiercontractie terwijl de transversale spieren voor de ontspanning zorgen. Het afwisselende ritme van samentrekking en ontspanning zorgt ervoor dat de peristaltische beweging (motorische kwaliteit) de “voedselbrok” langs het darmkanaal voortbeweegt (zie ook hartspier / “bloedbrok”, pupilspieren / “lichtbrok”). De gladde spieren van de darm zijn afkomstig van het endoderm en worden aangestuurd vanuit de middenhersenen.

 

HERSENNIVEAU: De darmspieren worden aangestuurd vanuit de middenhersenen, aan de bovenkant van de hersenstam.

 

 

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met de darmspieren is “niet in staat zijn om een ​​onverteerbare brok te passeren“. Dit heeft betrekking op een “brok” in reële of in figuratieve zin.

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Lokale tonische spiercontractie (hypertonie). De darmspierspasmen, of lokale koliek, dienen het biologische doel om de brok verder te duwen, met meer kracht. Tijdens deze periode vertraagt ​​de peristaltiek in de andere delen van de darm, waardoor constipatie en een opgeblazen gevoel van de buik ontstaan ​​als gevolg van het uitzetten van de darmspieren. Zeer trage peristaltiek in de dunne darm wordt meestal gediagnosticeerd als een “paralytische ileus” of darmobstructie. Dr. Hamer: “Dit is onjuist, want er bestaat niet zoiets als een “verlamming” van de gladde spieren, behalve wanneer deze wordt veroorzaakt door de toxiciteit van medicatie zoals morfine”. OPMERKING: Constipatie in de darmen kan optreden tijdens de conflictactieve fase van ieder ZBS, omdat tijdens sympathicotonie de vertering wordt vertraagd; ook bij te weinig inname van vocht.

 

HELINGSFASE: Klonische krampen (hyperperistaltiek) van de gehele darm (darmkoliek) en verhoogde lokale tonische krampen met winderigheid tijdens de Epileptoïde Crisis. Als de buikkrampen (motorische kwaliteit) worden gevolgd door diarree (sensorische kwaliteit), geeft dit aan dat de Zinvolle Biologische Speciaalprogramma’s van het diepliggende darmslijmvlies en van de gladde darmspieren tegelijkertijd lopen (vertering en passage van de “onverteerbare brok”).

OPMERKING: Wanneer dwarsgestreept spieren, bijvoorbeeld van de skeletspieren, door een Epileptoïde Crisis gaan komen de tonische- en klonische krampen tegelijkertijd voor.

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN HET BUIKVLIES: Het buikvlies (peritoneum) bestaat uit een tweelaags vochtafscheidend membraan. Het pariëtale buikvlies bekleedt de buikholte, terwijl het viscerale buikvlies (inclusief het retroperitoneum) de afzonderlijke organen, zoals de lever, milt, alvleesklier, maag, twaalfvingerige darm, dunne darm, dikke darm met het buiknet, het bovenste deel van het rectum, de nieren en de blaas bedekt, evenzo de baarmoeder, eierstokken en testikels (tunica vaginalis testis). De buikholte tussen de twee peritoneale lagen is gevuld met vloeistof die de  beide peritoneale oppervlakten vochtig houdt. In evolutionaire termen ontwikkelde het buikvlies zich tegelijkertijd met het borstvlies, het hartzakje en de lederhuid. Het buikvlies is afkomstig van het oud mesoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de kleine hersenen.

 

HERSENNIVEAU: In de kleine hersenen wordt de rechterhelft van het buikvlies vanaf de linkerhersenhelft aangestuurd; de linker helft wordt aangestuurd vanuit de rechter hersenhelft. Daarom is er een kruislings verband tussen de hersenen en het orgaan.

OPMERKING: Het buikvlies en longvlies delen dezelfde hersenrelais, omdat het peritoneale en het pleurale membraan oorspronkelijk één complex was, dat later werd verdeeld door het diafragma dat de borst en de buikholte scheidt.

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met het buikvlies is een aanvalsconflict, in het bijzonder een aanval tegen de buik (zie ook aanvalsconflicten met betrekking tot het borstvlies-, hartzakje- en de lederhuid).

 

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn aanvalsconflicten de primaire conflictthema’s die worden geassocieerd met organen van oud mesodermale oorsprong, die worden aangestuurd vanuit de kleine hersenen.

 

Een aanval tegen de buik wordt bijvoorbeeld ervaren bij een aanval van een dier of door een schop, stoot of steek in de maag of buik tijdens een gevecht. Hetzelfde geldt voor aanvallen van achteren tegen de nieren. “Scherpe” bewoordingen of bedreigingen (“Ik vermoord je”) kunnen worden ervaren als een aanval, die de retroperitoneale ruimte beïnvloedt, evenals een verbale belediging die wordt gezien als een “steek in de rug”. Operaties in het abdominale gebied (keizersnede, verwijdering van de baarmoeder of van een tumor, een nier- of levertransplantatie), de angst voor een operatie (zich verbeelden te worden “opengesneden”), een wonddrain, peritoneale dialysekatheter (het inbrengen van een katheter in de buikwand om het bloed te filteren), of biopsieën en puncties van de buik, waaronder vruchtwaterpuncties waarbij de baarmoeder die de buidel die foetus omringt wordt gepuncteerd, triggeren ook het conflict. De diagnose darmkanker, eierstokkanker of levercirrose kan worden gezien als een “aanval” op de integriteit van het orgaan. Aanvalsconflicten ontstaan soms ook van binnenuit, bijvoorbeeld door acute buikpijn (buikpijn, darmkoliek, menstruatiepijn) of pijn tijdens geslachtsgemeenschap.

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Te beginnen vanaf het DHS vermeerderen de buikvliescellen zich tijdens de conflictactieve fase evenredig aan de duur en intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de celtoename is om een interne weefselversterking te creëren om de buik te beschermen tegen verdere aanvallen. Bij langdurige conflictactiviteit (hangend conflict) vormt zich ter plaatse een bolvormige tumor; een vlakgroeiende tumor komt meestal voor wanneer het aanvalsconflict meer van algemene aard was. In de conventionele geneeskunde wordt de verdikking van het buikvlies gediagnosticeerd als een (retro) peritoneaal mesothelioom (zie ook omentaal mesothelioom, pleuraal mesothelioom, pericardiaal mesothelioom en testiculair mesothelioom). Als de snelheid van de celdeling een bepaalde limiet overschrijdt wordt de kanker als “kwaadaardig” beschouwd.

OPMERKING: Of het mesothelioom aan de rechter- of linkerzijde van het buikvlies voorkomt wordt bepaald door de biologische handigheid van een persoon en of het conflict moeder / kind of partner gerelateerd is. Een gelokaliseerd conflict beïnvloedt het gebied dat werd geassocieerd met de “aanval”.

 

HELINGSFASE: Na de conflictresolutie verwijderen schimmels, TBC-bacteriën of andere bacteriën de cellen die niet langer nodig zijn. Helingssymptomen zijn buikpijn en nachtelijk zweten. Bij een ontsteking wordt de aandoening peritonitis genoemd. Nadat de extra cellen zijn ontbonden blijven ter plaatse holtes achter. Na verloop van tijd worden deze holtes gevuld met kalk, die op een röntgenfoto zichtbaar zijn als kalkafzettingen.

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn bij het oplossen van het conflict, omdat ze zijn vernietigd door een overmatig gebruik van antibiotica, blijven de extra cellen achter. Uiteindelijk wordt de tumor ingekapseld met bindweefsel. In die fase beschouwt de conventionele geneeskunde de kanker als “goedaardig”.

Tijdens de genezingsfase (in PCL-A) wordt het vocht in het buikvlies van nature geabsorbeerd door het peritoneale membraan (droge peritonitis). Waterretentie, echter, als gevolg van het SYNDROOM, verhoogt de ophoping van vocht (natte peritonitis) waardoor acute pijn ontstaat. Als bacteriën helpen bij genezing bevat de vloeistof pus (purulente peritonitis, tuberculeuze peritonitis). Omdat het buikvlies niet is verdeeld in een rechter en een linker deel, ontwikkelt zich een exsudatieve peritoneale effusie (opbouw van overmatige vloeistof) in het gehele buikvlies (vergelijk met pleurale effusie en pericardiale effusie). Alleen de locatie van de Hamerse Haard in de hersenen kan onthullen aan welke kant van de buik de aanval werd ervaren, waaruit kan worden afgeleid vanuit welke hersenhelft het Biologische Speciaalprogramma wordt aangestuurd.

 

Deze CT-scan toont een Hamerse Haard in het hersenrelais van de linkerhelft van het buikvlies, wat duidt op een aanvalsconflict.

 

 

 

Gelijktijdig vochtvasthouden als gevolg van een actief bestaansconflict presenteert zich als een buikascites. Wanneer iemand overgewicht heeft wordt de waterbuik (ascites) wellicht niet opgemerkt.

 

Bij een intens bestaansconflict, die vaak ontstaat door de diagnoseschok, een ziekenhuisopname of na een operatie in het buikgebied, kan een waterbuik vrij groot worden. Daarom, als iemand kanker heeft, zoals leverkanker, alvleesklierkanker, darmkanker, eierstokkanker, baarmoederkanker of een peritoneaal mesothelioom, onthult een waterbuik altijd een staat van angst. Hetzelfde geldt wanneer een persoon chronische hepatitis heeft. 

 

 

 

Bij mensen met levercirrose schrijft de reguliere geneeskunde de vochtophoping in het buikvlies toe aan een hoge bloeddruk in de poortader van de lever. Vanuit een GNM-standpunt onthult een waterbuik eerder zich herhalende territoriumergernis-conflicten die van invloed zijn op de galwegen, in combinatie met voortdurende bestaans- of existentieconflicten.

Peritoneale vloeistof is rijk aan eiwitten. Het afvoeren van het overtollige vocht kan daarom leiden tot ernstige complicaties, omdat het lichaam probeert het tekort aan eiwitten aan te vullen door het uit de organen te halen, wat leidt tot snel gewichtsverlies. Volgens Dr. Hamer sterft 60-70% van de patiënten aan dergelijke complicaties. Hij adviseert daarom om niet meer dan 1,5 liter per keer af te tappen om een ​​acuut eiwitgebrek te voorkomen. Bovendien veroorzaakt het perforeren van het peritoneum bij iedere procedure nieuwe aanvalsconflicten, waardoor de persoon in een vicieuze cirkel terechtkomt. Dr. Hamer raadt aan om helemaal geen puncties meer te doen en in plaats daarvan een kleine ballonkatheter te gebruiken, waarmee patiënten de drainage van de waterbuik zelf kunnen regelen.

OPMERKING: Vocht komt ook het buikvlies binnen wanneer botten, zoals wervelkolomwervels, in de buurt van de buik in genezing zijn; in dit geval vanwege een eigenwaarde-inbreuk conflict dat bijvoorbeeld werd veroorzaakt door een darmkanker, leverkanker, de diagnose eierstokkanker of een hysterectomie (verwijdering van de baarmoeder). Het grote oedeem, dat meestal wordt veroorzaakt door waterretentie vanwege het SYNDROOM, “zweet” door het botvlies naar het buikvlies waardoor een transudatieve peritoneale effusie ontstaat (die geen eiwit bevat!). Het openbreken van een para-anale fistel (zie Douglas fistel) creëert ook een directe mogelijkheid voor het vocht om het lichaam te verlaten.

Het BUIKNET (omentum majus, epiploon) is een dubbele peritoneale plooi die als een schort over de darmen hangt en de buik verdere bescherming biedt. Het bevochtigde membraanoppervlak (secretoire kwaliteit) geeft het buiknet haar ​​typische beweeglijkheid.

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met het buiknet is een lelijk conflict met betrekking tot de buik, dat ervaren wordt als acute stress in relatie tot de buik. Levercirrose, de diagnose dikke darmkanker of eierstokkanker kunnen het conflict oproepen.

“Kankeronderzoekers vragen zich af waarom eierstokkankercellen zo worden aangetrokken tot de buikholte, vooral het buiknet.”

Medical News, July 18, 2013

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Te beginnen vanaf het DHS vermeerderen de cellen in het buiknet zich tijdens de conflictactieve fase evenredig aan de intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de celtoename is het bevorderen van de afscheiding van vocht, om de beweeglijkheid van het buiknet te verbeteren. Dit maakt het ook mogelijk om ontstekingslocaties te omhullen (koude abcessen) of een geperforeerde blinde darm af te dichten, waardoor wordt voorkomen dat de darminhoud in de buik lekt. Bij aanhoudende conflictactiviteit (hangend conflict) vormt zich een bloemkoolachtige tumor (secretoire type) als resultaat van de voortdurende celvermeerdering. In de conventionele geneeskunde wordt dit gediagnosticeerd als een buikvlieskanker of omentaal mesothelioom (zie ook peritoneale mesothelioom, pleuraal mesothelioom, pericardiaal mesothelioom en testiculair mesothelioom). Als de snelheid van celdeling een bepaalde limiet overschrijdt wordt de kanker als “kwaadaardig” beschouwd.

 

HELINGSFASE: Na de conflictresolutie verwijderen schimmels, TBC-bacteriën of andere bacteriën de cellen die niet langer nodig zijn. Verklevingen treden op als gevolg van een langdurig genezingsproces (hangende genezing).

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn bij het oplossen van het conflict, omdat ze zijn vernietigd door een overmatig gebruik van antibiotica, blijven de extra cellen achter. Uiteindelijk wordt de tumor ingekapseld met bindweefsel. In dit geval wordt de “kanker” geïnterpreteerd als “goedaardig”.

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN HET SÏGMOID EN HET DIEPLIGGENDE RECTUMSLIJMVLIES: Het sigmoïd is het laatste deel van de dikke darm dat de dikke darm met het rectum verbindt. Het rectum sluit aan op de anus, de opening waar afvalstoffen in de vorm van ontlasting uit het lichaam stromen. Om de uitdrijving van fecale stoffen te bevorderen ontspannen de rectale sluitspieren zich zodat de ontlasting het darmkanaal kan verlaten. Het sigmoïd en het diepliggende rectumslijmvlies bestaan ​​uit intestinaal cilinderepitheel, zijn afkomstig van het endoderm en worden daarom aangestuurd vanuit de hersenstam.

 

HERSENNIVEAU: In de hersenstam bevindt het controlecentrum van het sigmoïd en het diepliggende rectumslijmvlies zich ordelijk geplaatst in de ringvorm van de hersenrelais die de organen van het spijsverteringskanaal aansturen, precies in de linkerhelft van de hersenstam, volgend op het controlecentrum van de dalende dikke darm.

 

 

 

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met het sigmoïd en het diepliggende rectumslijmvlies is een “uitwerpselenconflict” of “schijtconflict“. Het conflict gaat over een echte “uitwerpselenbrok” (menselijke uitwerpselen of dierenpoep) maar kan ook in een overdrachtelijke zin worden ervaren, bijvoorbeeld veroorzaakt door smerige zaakjes, laster, gemene beschuldigingen, kortom door een “schijt-incident’ (te vergelijken met uitwerpselenconflict gerelateerd aan de para-anale kanalen en de sigmoïd- / rectale spieren).

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn brokconflicten de primaire conflictthema’s die worden geassocieerd met organen van endodermale oorsprong, die worden aangestuurd vanuit de hersenstam. 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Te beginnen vanaf het DHS vermeerderen de cellen in het sigmoïd en / of diepliggende rectumslijmvlies in de conflictactieve fase evenredig aan de duur en intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de celtoename is om de spijsvertering van de brok te bevorderen. Hoewel het rectum niet langer een spijsverteringsfunctie heeft, reageert het orgaan in geval van een biologisch conflict nog steeds met celvermeerdering omdat oorspronkelijk het gehele darmkanaal de vertering van voedsel diende. Bij langdurige conflictactiviteit (hangend conflict) ontwikkelt zich een vlakgroeiende (absorptie type) of bloemkoolachtige tumor (secretoire type) in het sigmoïd (onmiddellijk boven het rectum) of in het rectum (onder het oppervlakkige rectumslijmvlies). In de conventionele geneeskunde wordt dit gediagnosticeerd als een colorectale kanker (vergelijk met “rectale kanker” met betrekking tot het oppervlakkige rectumslijmvlies). Als de snelheid van de celdeling een bepaalde limiet overschrijdt wordt de kanker als “kwaadaardig” beschouwd; onder die limiet wordt de tumor als “goedaardig” beschouwd of gediagnosticeerd als een rectale poliep (zie ook de genezingsfase).

 

HELINGSFASE: Na de conflictresolutie verwijderen schimmels of mycobacteriën zoals TBC-bacteriën de cellen die niet langer nodig zijn. Helingssymptomen zijn rectale bloeding, teerachtige stoelgang en nachtelijk zweten. Rectale krampen of rectale spasmen (motorische kwaliteit) treden op tijdens de Epileptoïde Crisis (zie ook rectale spasmen gerelateerd aan het slijmvlies van het rectumoppervlak, gladde rectale spieren, inwendige rectale sluitspier en dwarsgestreepte rectale spieren en de externe rectale sluitspier). Afhankelijk van de conflictmassa tijdens de conflictactieve fase variëren de symptomen van mild tot ernstig.

Net als dikke darm tumoren worden rectale tumoren meestal alleen gevonden in de genezingsfase, wanneer ze beginnen te bloeden en ongemak veroorzaken. Bij waterretentie vanwege het SYNDROOM neemt de zwelling toe en kan een rectale obstructie (in PCL-A) ontstaan. Na de Epileptoïde Crisis neemt de zwelling af.

Wanneer TBC-bacteriën een tumor in het rectum verwijderen kan zich tijdens het genezingsproces een abces vormen. In de conventionele geneeskunde worden dergelijke rectale abcessen met zwelling en afscheiding van bloed vaak per abuis gediagnosticeerd als aambeien.

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn bij het oplossen van het conflict, omdat ze door een overmatig gebruik van antibiotica zijn vernietigd, blijven de extra cellen in het rectum over. Uiteindelijk wordt de tumor ingekapseld. In de conventionele geneeskunde wordt dit meestal gediagnosticeerd als een “goedaardige kanker”, een rectale poliep (zie ook conflictactieve fase) of als aambeien.

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN HET OPPERVLAKKIGE RECTUMSLIJMVLIES: Het oppervlakkige rectumslijmvlies bedekt ongeveer 12 cm van het endodermale slijmvlies in het onderste deel van het rectum. De binnenwand van het onderste gedeelte van het rectum is voorzien van dwarsgestreepte spieren. Het oppervlakkig rectumslijmvlies bestaat uit plaveiselepitheel, is afkomstig van het ectoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de hersenschors.

 

HERSENNIVEAU: De epitheliale bekleding van het rectum wordt aangestuurd vanuit de linker temporale kwab (deel van de post-sensorische cortex). Het controlecentrum bevindt zich naast het blaasrelais en precies tegenover het hersenrelais van de maag (korte bocht), maagportier, bulbus duodeni, galwegen en alvleeskliergangen.

 

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met het oppervlakkige rectumslijmvlies is een vrouwelijk identiteitsconflict of een mannelijk territoriumergernis-conflict, afhankelijk van iemands geslacht, lateraliteit en hormoonstatus (zie ook de Agressieve Constellatie).

Geslacht, Lateraliteit, Hormoonstatus

Biologisch Conflict

Betroffen Orgaan

Rechtshandige man (NHS)

Territorium-ergernisconflict

Maag, Galwegen, Alvleeskliergangen

Linkshandige man (NHS).

Territorium-ergernisconflict

Oppervlakkig rectumslijmvlies*

Rechtshandige man (LTS)

Identiteitsconflict

Oppervlakkig rectumslijmvlies

Linkshandige man (LTS)

Identiteitsconflict

Maag, Galwegen, Alvleeskliergangen*

Rechtshandige vrouw (NHS)

Identiteitsconflict

Oppervlakkig rectumslijmvlies

Linkshandige vrouw (NHS)

Identiteitsconflict

Maag, Galwegen, Alvleeskliergangen*

Rechtshandige vrouw (LOS)

Territorium-ergernisconflict

Maag, Galwegen, Alvleeskliergangen

Linkshandige vrouw (LOS)

Territorium-ergernisconflict

Oppervlakkig rectumslijmvlies*

NHS = Normale hormoonstatus     LTS = Lage testosteronstatus    LOS = Lage oestrogeenstatus

*Bij linkshanders wordt het conflict overgedragen naar de andere hersenhelft

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn territoriumconflicten, seksuele conflicten en scheidingsconflicten de primaire conflictthema’s die worden geassocieerd met organen van ectodermale oorsprong, die worden aangestuurd vanuit de sensorische, pre-motorisch sensorische- en post-sensorische cortex.

 

Een identiteitsconflict verwijst naar het onvermogen van iemand om zijn positie of plaats (“territorium”) te bepalen, letterlijk of figuurlijk. Een ongewenste verandering, zoals een andere school of werkplek kan het conflict activeren. Je onrustig voelen, niet weten waar je thuis hoort, niet je plek kunnen vinden in een relatie, in het gezin, op het werk of in de cultuur of in de maatschappij in het algemeen, evenals gediscrimineerd worden op basis van iemands geloof of seksuele geaardheid zijn voorbeelden van wat een identiteitsconflict kan oproepen. Het conflict is tot op zekere hoogte een beslissingsconflict (niet weten welke keuze te maken, niet weten welke kant op te gaan).

OPMERKING: Het markeren van de plaats of het gebied met uitwerpselen of urine is een typisch gedrag van zoogdieren (zie ook anaalklieren). Vandaar dat het rectum-gerelateerde identiteitsconflict vergelijkbaar is met een markeringsconflict waarbij het nierbekken, de urineleiders, blaas en urinebuis betrokken zijn. In de hersenen liggen de controlecentra van de endeldarm en de blaas naast elkaar.

Het Zinvolle Biologische Speciaalprogramma van het OPPERVLAKKIGE RECTUMSLIJMVLIES volgt het BUITENSTE HUID SCHEMA met verminderde gevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de Epileptoïde Crisis en overgevoeligheid in de genezingsfase.

CONFLICTACTIEVE FASE: Ulceratie van de epitheelbekleding van het rectum evenredig aan de mate en duur van de conflictactiviteit. Het biologische doel van het celverlies is om het lumen van het rectum te verwijden om zo een snellere ontlasting mogelijk te maken om daarmee beter in staat te zijn om de plek te bepalen.

 

Deze hersen-CT toont een Hamerse Haard in het rectumrelais (bovenste rode pijlen) en het blaasrelais (onderste rode pijlen), die verband houden met respectievelijk een identiteitsconflict en een territorium-markeringsconflict. De scherpe randen van de Hamerse Haarden onthullen dat beide conflicten nog actief zijn. Op dit moment is er geen pijn, omdat beide organen het buitenste huidschema volgen (hyposensitiviteit).

 

Bij langdurige conflictactiviteit veroorzaakt het aanhoudende weefselverlies in de rectumwand kleine scheuren of zogenaamde anale fissuren. Een anale fissuur kan openbarsten, bijvoorbeeld tijdens het passeren van harde ontlasting.

 

HELINGSFASE: Tijdens het eerste deel van de helingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celvermeerdering. De zwelling, veroorzaakt door het oedeem, presenteert zich als aambeien in het onderste rectum (interne aambeien) of rond de anus (externe aambeien). Bij waterretentie als gevolg van een actief existentie- of bestaansconflict (het SYNDROOM) worden de aambeien veel groter. In de conventionele geneeskunde kan deze “groei” worden gediagnosticeerd als een “rectale kanker” (vergelijk met rectale kanker die verband houdt met de endeldarm van het rectum). Op basis van de Vijf Biologische Wetten kunnen de nieuwe cellen niet als “kankercellen” worden beschouwd, omdat de celtoename in werkelijkheid een wederaanvullingsproces is.

Genezende symptomen zijn brandende pijn in het rectum, anale jeuk, rectale bloeding (bij harde ontlasting kunnen aambeien barsten en bloeden), en pijnlijke rectale spierkrampen of rectale spasmen als de omliggende dwarsgestreepte spieren van de binnenste rectumwand tegelijkertijd de Epileptoïde Crisis ondergaan (zie ook rectale spasmen gerelateerd aan het diepliggende rectumslijmvlies, gladde rectale spieren, inwendige rectale sluitspier of dwars gestreepte rectale spieren en de externe rectale sluitspier). Afhankelijk van de intensiteit van de conflictactieve fase variëren de symptomen van mild tot ernstig. Typerend voor de genezingsfase is het gevoel van onvolledige lediging van de darmen na defecatie, rectale tenesmus genoemd (vergelijk met blaas tenesmus).

OPMERKING: Alle Epileptoïde Crises die worden aangestuurd vanuit de sensorische, post-sensorische of pre-motorisch sensorische cortex gaan gepaard met een ontregelde bloedcirculatie, duizeligheid, korte bewustzijnsstoornissen of een volledig bewustzijnsverlies (flauwvallen of “absence”), afhankelijk van de intensiteit van het conflict. Een ander kenmerkend symptoom is een lage bloedsuikerspiegel, die wordt veroorzaakt door het overmatige gebruik van glucose door de hersencellen (vergelijk met hypoglykemie gerelateerd aan de eilandcellen van de alvleesklier).

De conventionele geneeskunde beweert dat aambeien “spataderen” zijn in het rectale gebied. In werkelijkheid komt de zwelling voor in het epitheliale slijmvlies van het rectum. De hersenscanstudies van Dr. Hamer laten zien dat elke persoon die aambeien heeft de Hamerse Haard in de hersenschors, om precies te zijn in het controlecentrum van het oppervlakkige rectumslijmvlies vertoont en niet in het hersenmerg, van waaruit de bloedvaten worden aangestuurd (zie ook slokdarmspataderen, die abusievelijk worden gekoppeld aan levercirrose).

Volgens statistieken komen aambeien meer voor bij vrouwen tijdens de zwangerschap. Er wordt gezegd dat ze worden veroorzaakt door het gewicht van de baby. Vanuit het perspectief van GNM ontwikkelt een zwangere vrouw alleen aambeien wanneer ze in de genezingsfase is van een identiteits- of besluitconflict. Dit is de reden waarom niet elke zwangere vrouw de aandoening heeft.

OPMERKING: Aambeien komen ook voor door het inscheuren in het rectale gebied, tijdens de bevalling of vanwege overbelasting tijdens een harde stoelgang. Ongeacht of aambeien het resultaat zijn van een verwonding (zonder een DHS) of van een rectum-gerelateerd conflict, het genezingsproces is exact hetzelfde.

Chirurgische verwijdering van aambeien is slechts een tijdelijke “oplossing” omdat, als het conflict niet volledig is opgelost, zich bij een terugval in het conflict nieuwe aambeien zullen vormen, vaak veroorzaakt door een spoor dat werd ingesteld toen het oorspronkelijke identiteitsconflict plaatsvond.

 

Deze CT-scan is afkomstig van de schedel van een hond.

De rode pijl aan de linkerkant van de hersenschors wijst naar het hersenrelais van de rectumbekleding – een treffend bewijs dat mensen de Zinvolle Biologische Speciaalprogramma’s delen met andere soorten.

 

De afbeelding hiernaast toont de grote aambeien. De hond leed tijdens een verhuizing een identiteitsconflict. De aambeien verschenen nadat ze zich in haar nieuwe huis weer thuis voelde.

 

 

De hond in kwestie was een van Dr. Hamer’s honden

“Onze boksers, Basso het reutje aan de rechterkant en Kimba, het teefje aan de linkerkant, werden “getransplanteerd” van Keulen naar Rome. Kimba leed aan een identiteitsconflict (“Waar hoor ik thuis?”). Summary of the New Medicine

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE PARA-ANALE GANGEN: De para-anale gangen transporteren vloeistof, die geproduceerd wordt in de anaalklieren, naar het rectum om de ontlasting te bevorderen. De klieren zelf bevinden zich aan weerszijden van de anus; tussen de inwendige- en uitwendige rectale sluitspier. Bij zoogdieren worden deze klieren ‘geurklieren’ genoemd omdat ze de dieren in staat stellen hun territorium (naast uitwerpselen en urine) te markeren en de leden binnen een soort identificeren. De bekleding van de para-anale gangen bestaat uit plaveiselepitheel, is afkomstig van het ectoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de hersenschors.

 

HERSENNIVEAU: De epitheliale bekleding van de para-anale kanalen wordt aangestuurd vanuit de rechterkant van de frontale kwab (deel van de premotorisch sensorische cortex). Het controlecentrum van de para-anale kanalen bevindt zich precies tegenover het hersenrelais dat de rechter schildkliergangen aanstuurt. Om de volgende reden: Oorspronkelijk, voordat de oerdarm openbrak, was de schildklier een endocriene klier, die thyroxine in beide secties van de darm uitscheidde. De rechter schildkliergangen (aangestuurd vanuit de linkerkant van de hersenen) ‘bediende’ de ingaande sectie (de huidige mond en keelholte, slokdarm, maag en twaalfvingerige darm, dunne darm) om de vertering van voedsel te bevorderen; de linker schildkliergangen (aangestuurd vanuit de rechterkant van de hersenen) namen de uitgaande sectie (het huidige rectum) voor hun rekening, om de afvoer van ontlasting mogelijk te maken. Toen de oerdarm openbrak bleven delen van de linker schildkliergangen in het rectum achter. Deze residuen zijn de para-anale gangen die we vandaag de dag zien. De directe nabijheid van de hersenrelais van de para-anale gangen en de schildkliergangen toont de scheuring van de oerdarm op hersenniveau.

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met de para-anale gangen is “niet in staat zijn de feces snel genoeg te elimineren“. Zo’n “uitwerpselenconflict” kan worden ervaren in reële termen (constipatie) of in een overdrachtelijke zin, bijvoorbeeld veroorzaakt door een “shit-situatie” die men niet snel genoeg kan “uitscheiden” (vergelijk met fecesconflicten gerelateerd aan het sigmoïd / diepliggende rectumslijmvlies en sigmoïd / rectale spieren).

 

Het Zinvolle Biologische Speciaalprogramma van DE PARA-ANALE GANGEN volgt het BUITENSTE HUID SCHEMA met verminderde gevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de Epileptoïde Crisis en overgevoeligheid in de genezingsfase.

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Ulceratie van de bekleding van de para-anale gangen, evenredig aan de mate en de duur van de conflictactiviteit. Het biologische doel van het celverlies is om het lumen van de para-anale gangen te verwijden om een ​​snellere ontlasting mogelijk te maken.

 

HELINGSFASE: Tijdens het eerste deel van de helingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celvermeerdering. Het oedeem (vochtophoping) creëert een para-anale cyste. Als er geen terugval is in het conflict neemt de cyste af tijdens de helingsfase.

Bij een hangende genezing kan de continue druk van een cyste een anale fistel vormen, wat een opening (tunnel) is tussen het anale kanaal en de huid nabij de anus (zie ook schildklierfistel). Dit gebeurt meestal wanneer grote hoeveelheden vocht worden vastgehouden in de cyste, als gevolg van het SYNDROOM of als gevolg van conflictrecidieven die het genezingsproces verlengen. Een cyste die in de buikholte terecht komt wordt een Douglas fistel genoemd; in dit geval creëert de opening van de fistel een directe uitlaatklep voor de ascites.

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN HET SIGMOÏD EN DE RECTALE SPIEREN (BOVENSTE RECTUM): Net als de darmen bestaat ​​het sigmoïd en het bovenste deel van het rectum (de endeldarm) uit gladde spieren die afkomstig zijn van het endoderm en worden aangestuurd vanuit de middenhersenen.

 

HERSENNIVEAU: De gladde spieren van de sigmoid darm en van het rectum worden aangestuurd vanuit de middenhersenen, gelegen aan de bovenkant van de hersenstam.

OPMERKING: Het onderste deel van het rectum is voorzien van dwarsgestreepte spieren.

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: De gladde spieren van het sigmoïd en het bovenste deel van het rectum (de endeldarm) zijn gekoppeld aan een “uitwerpselenconflict” of “schijtconflict“, die ervaren wordt in reële termen (fecale incontinentie, persisterende constipatie) of in een overdrachtelijke zin, als een ” shit-“situatie (zie ook uitwerpselenconflict gerelateerd aan het sigmoïd en het diepliggende rectumslijmvlies en de para-anale gangen).

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Verhoogde spierspanning (hypertonie).

 

 

HELINGSFASE: Spierontspanning met rectale spasmen tijdens de Epileptoïde Crisis (zie ook rectale spasmen gerelateerd aan de inwendige rectale sluitspier, dwarsgestreepte rectale spieren en externe rectale sluitspier, endeldarmweefsel en rectumslijmvlies).

  

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE INWENDIGE RECTALE SLUITSPIER: De interne- en externe rectale sluitspieren regelen het sluiten van de anus en de eliminatie van uitwerpselen. De inwendige rectale sluitspier is een gespierde ring die het anale kanaal omsluit. Het wordt gevormd door een verdikking van de ronde spieren van het rectum. De inwendige rectale sluitspier bestaat uit gladde spieren, komt voort uit het endoderm en wordt aangestuurd vanuit de middenhersenen.

 

HERSENNIVEAU: De gladde spieren van de inwendige rectale sluitspier worden aangestuurd vanuit de middenhersenen, gelegen aan de bovenkant van de hersenstam.

 

 

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met de inwendige rectale sluitspier is “niet in staat zijn om de ontlasting op te houden”, bijvoorbeeld vanwege fecale incontinentie.

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Hypertonie van de inwendige rectale sluitspier. Het biologische doel van de verhoogde spierspanning is om het tegenhouden van de ontlasting beter mogelijk te maken.

 

HELINGSFASE: De spierspanning keert terug naar normaal. De Epileptoïde Crisis presenteert zich als pijnlijke rectale spasmen (zie ook rectale spasmen die verband houden met de gladde rectale spieren, dwarsgestreepte rectale spieren en de externe rectale sluitspier, het endeldarmweefsel van het rectum en oppervlakkig rectumslijmvlies).

 

 

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE RECTALE SPIEREN (ONDERSTE RECTUM) EN DE UITWENDIGE RECTALE SLUITSPIER: De uitwendige rectale sluitspier is een spier die de anus direct onder de huid omringt. Net als de inwendige rectale sluitspier regelt de uitwendige rectale sluitspier het sluiten en openen van de anus om uitwerpselen vast te houden en uit te drijven. Het onderste deel van de rectale spieren en de uitwendige rectale sluitspier bestaan ​​uit dwarsgestreepte spieren, zijn afkomstig van het nieuw mesoderm en worden aangestuurd vanuit het hersenmerg en de motorische cortex.

 

HERSENNIVEAU: De dwarsgestreepte rectale spieren en de uitwendige rectale sluitspier hebben twee controlecentra in de grote hersenen. De trofische functie van de spieren, verantwoordelijk voor de voeding van het weefsel, wordt aangestuurd vanuit het hersenmerg; de samentrekking van de spieren wordt aangestuurd vanuit de motorische cortex (deel van de hersenschors). De rechterhelft van de rectale spieren en de uitwendige rectale sluitspier worden vanuit de linkerkant van de grote hersenen aangestuurd; de linkerhelften worden aangestuurd vanuit de rechter hersenhelft. Daarom is er een kruislings verband tussen de hersenen en het orgaan. Ter vergelijking: de gladde spieren van het bovenste het rectum en de inwendige rectale sluitspier worden vanuit de middenhersenen aangestuurd.

 

OPMERKING: De rectale spieren en de uitwendige rectale sluitspier, de blaasspier en de uitwendige blaassluitspier, de baarmoederspieren en de baarmoedermond en de vaginale spieren delen dezelfde hersenrelais.

 

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met de rectale spieren en de uitwendige rectale sluitspier is hetzelfde als die van het oppervlakkig rectumslijmvlies; namelijk een identiteitsconflict in de zin van een onvermogen van iemand om zijn of haar positie of plaats te kunnen bepalen. Biologisch vertaalt dit zich in het “niet voldoende kunnen bepalen van het eigen territorium” (m.b.v. ontlasting), vergelijkbaar met het markeringsconflict gerelateerd aan de blaasspieren en de externe blaassluitspier.

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Celverlies (necrose) van het rectale spierweefsel (aangestuurd vanuit het hersenmerg) en, evenredig aan de mate van conflictactiviteit, toenemende verlamming van de rectale spieren (aangestuurd vanuit de motorische cortex). Tegelijkertijd opent de rectale sluitspier (geen necrose bij de sluitspieren!), wat het mogelijk maakt om iemands plaats beter te markeren.

OPMERKING: De dwarsgestreepte spieren behoren tot de groep organen die reageren op het gerelateerde conflict met functioneel verlies (zie ook Zinvolle Biologische Speciaalprogramma’s van de eilandcellen van de alvleesklier, het binnenoor, de reukzenuwen, het netvlies en het glasvocht van de ogen) of hyperfunctie (zenuwen van het botvlies en de thalamus). In het geval van de dwarsgestreepte spieren manifesteert de conflictactieve fase zich als spierverlamming. Vanuit biologisch oogpunt is de verlamming een aangeboren nep-doodligreflex, als reactie op gevaar.

Aanhoudende conflictactiviteit veroorzaakt fecale incontinentie, een onvermogen om de stoelgang te controleren (zie ook urine-incontinentie). Plotselinge fecale incontinentie vindt ook plaats tijdens de Epileptoïde Crisis wanneer de rectale sluitspier wordt geopend.

OPMERKING: De externe sluitspieren (uitwendige blaassluitspier, buitenste anale sluitspier, baarmoedermond) bestaan ​​uit dwarsgestreepte spieren, terwijl de inwendige sluitspieren, zoals de inwendige blaassluitspier en de inwendige rectale sluitspier uit gladde spieren bestaan. Uitwendige sluitspieren hebben een omgekeerde innervatie, wat betekent dat ze zich sluiten door contractie tijdens vagotonie, d.w.z. in de genezingsfase en open gaan door ontspanning gedurende sympathicotonie, d.w.z. gedurende de conflictactieve fase en Epileptoïde Crisis. Met betrekking tot de blaas en het rectum: Tijdens een Epileptiode Crisis, bijvoorbeeld tijdens een epileptische aanval, kunnen beide sluitspieren zich tegelijkertijd openen, waardoor de blaas volledig wordt geleegd en de ontlasting onvrijwillig verloren gaat.

 

HELINGSFASE: Tijdens de helingsfase worden de rectale spieren gereconstrueerd en sluit de rectale sluitspier. De Epileptoïde Crisis manifesteert zich als pijnlijke rectale spasmen (zie ook rectale spasmen gerelateerd aan de inwendige rectale sluitspier, gladde rectale spieren, diepliggend rectumslijmvlies en  het oppervlakkige rectumslijmvlies.

OPMERKING: Alle organen die afkomstig zijn van het nieuw mesoderm (“luxe groep”), inclusief de rectale spieren, tonen het biologische doel aan het einde van de genezingsfase. Nadat het genezingsproces is voltooid, is het orgaan of weefsel sterker dan voorheen, waardoor het beter voorbereid is op een conflict van dezelfde soort.