Germaanse  Geneeskunde

SCHIZOFRENE CONSTELLATIES

Conflictactief met twee biologische conflicten die betrekking hebben op beide hersenhelften

Dr. Hamer ontdekte dat psychische aandoeningen (psychosen), stemmingsstoornissen (manische depressie) en vijandig gedrag, sociale teruggetrokkenheid, perfectionisme, hyperseksualiteit of overmatige spraakzaamheid veroorzaakt worden door wat hij een “schizofrene constellatie” noemde. In de psychiatrie wordt het woord ‘schizofrenie’ gebruikt als een diagnostische term voor een breed scala aan psychische aandoeningen. In GNM betekent een “schizofrene constellatie” dat een persoon conflictactief is met twee biologische conflicten die betrekking hebben op beide hersenhelften. De combinatie van conflicten bepaalt of de constellatie zich manifesteert als waanvoorstellingen (paranoïde waanvoorstellingen, grootheidswaanzin), hallucinaties (visueel, auditief, reukvermogen), verminderde cognitie (ADD, korte termijn geheugenverlies), abnormale bewegingen (motorische tics), obsessieve gedachten (over dood, seks, iemand kwaad doen, gedachten over zelfmoord), dwangmatig handelen (hyperactiviteit, dwangmatig ritueel gedrag, zelfverwonding, dwangmatig liegen, hamsteren) of als een manisch-depressieve aandoening (“bipolaire stoornis”). De mate van de geestelijke toestand en het constellatieve gedrag is evenredig aan de intensiteit van de conflicten.

Geestesziekten en stemmingsstoornissen ontwikkelen zich net als lichamelijke ziekten volgens de Vijf Biologische Wetten. Dit houdt in dat ze

  • ontstaan ​​door een DHS (een onverwachte, emotioneel stressvolle gebeurtenis) gevolgd door een conflictactieve fase en, mits de conflict(en) worden opgelost, een genezingsfase.
  • een hersencorrelatie hebben (een hersenscan toont de impact van de gerelateerde conflicten in de overeenkomstige hersenrelais).
  • een orgaancorrelatie hebben (de Biologische Speciaalprogramma’s die de geestelijke symptomen veroorzaken lopen ook op orgaanniveau).

Dr. Hamer: “Er is geen psychose zonder orgaancorrelatie, net zoals er geen orgaanziekte is zonder correlatie met de psyche. Op een hersenscan kunnen we zowel de psychose als de lichamelijke ziekte zien. Als we het ene niveau kennen, kennen we de andere twee ook. Dit is belangrijk bij het stellen van een diagnose.”

OPMERKING: In de psychiatrie en psychologie wordt de psyche beschouwd als volledig gescheiden van het lichaam. In GNM wordt de psyche beschouwd als een integraal onderdeel van de menselijke biologie, die inherent verbonden is met de hersenen. Daarom spreken we in de Germaanse Geneeskunde eerder over biologische conflicten dan over psychologische conflicten.

 

In overeenstemming met de Vijfde Biologische Wet (“Elke zogenaamde ziekte maakt deel uit van een Zinvol Biologisch Speciaalprogramma van de Natuur”), zijn “psychische aandoeningen” niet, zoals wordt beweerd, “afwijkingen” (zie theorieën) maar in plaats daarvan aangeboren overlevingsstrategieën, die geactiveerd worden vanuit de conflict-gerelateerde hersenrelais, op het moment dat een constellatie tot stand is gebracht. Iemand die met één conflict wordt geconfronteerd bevindt zich reeds in een veranderde geestelijke toestand (continu dwangmatig denken door de conflictsituatie) maar kan de mentale boot nog op koers houden. Een geestelijke overbelasting met meerdere conflicten daarentegen brengt schijnbaar ongeordende (“gekke”) gedachten en gedragingen teweeg, die het individu in werkelijkheid in staat stellen om beter met de twee (of meerdere) samenvallende conflicten om te gaan. De veranderingen (celvermeerdering of celverlies in de gerelateerde organen) bieden extra ondersteuning op fysiek niveau.

De Rol van de Hersenen: Onder normale omstandigheden resoneren de beide hersenhelften in een uitgebalanceerd ritme. Wanneer een biologisch conflict in het gerelateerde hersenrelais wordt geregistreerd, trilt de kant van de hersenen waar de conflictschok (DHS) insloeg in een ander ritme. Op het moment dat het tweede conflict de impact heeft in de tegenoverliggende hersenhelft, verlopen de hersenritmes van de beide hersenenhelften niet meer synchroon. Het is dit veranderde hersenritme van beide hersenhelften die een veranderde geestelijke toestand en de aan de constellatie gerelateerde symptomen en gedragingen teweeg brengt.

Hersen CT

Deze hersenscan toont een Zweef Constellatie, zichtbaar als scherpe ringconfiguraties (Hamerse Haarden) in de controlecentra van het strottenhoofdslijmvlies (linker temporale kwab) en het bronchiale slijmvlies (rechter temporale kwab).

Een sterke DHS die de constellatie compleet maakt veroorzaakt een acute psychotische toestand (zie psychotische aanval). Het duurt ongeveer 2 tot 3 maanden totdat de ‘trillende’ hersenen weer tot rust komen. Na die periode stabiliseert de constellatie zich geleidelijk.

Opmerking

Alcohol en drugs veranderen het hersenritme. Dus als een persoon aan een DHS lijdt, bijvoorbeeld een territorium-ergernisconflict, terwijl hij dronken is of drugs gebruikt, wordt hij/zij al geconstelleerd (manisch, depressief, agressief, teruggetrokken) bij één conflict. Op dezelfde manier versterken alcohol en drugs het geconstelleerde gedrag! Hersenletsel of hersenchirurgie veranderen ook het hersenritme. Dit verklaart persoonlijkheidsveranderingen die zijn waargenomen bij mensen die een hersenoperatie hebben ondergaan of die hersenletsel hebben opgelopen.

De twee conflicten kunnen gelijktijdig of opeenvolgend optreden. Het eerste conflict kan al op jonge leeftijd plaatsvinden, bijvoorbeeld een verlatingsconflict vanwege het verlies van een grootouder, een eigenwaarde-inbreuk conflict op school of een seksueel conflict als gevolg van seksueel misbruik. Het tweede conflict kan jaren of zelfs decennia later plaatsvinden. Het is het tweede conflict, bijvoorbeeld een onverteerbaar brokconflict, een territoriumverlies-conflict of het onverwachte verlies van een geliefde die de constellatie en de daarmee samenhangende geestelijke- en gedragsveranderingen activeert.

Een persoon kan tegelijkertijd twee conflicten van dezelfde aard lijden, bijvoorbeeld twee nest-zorgconflicten (zorgen over een kind en een partner), twee scheidingsconflicten (van beide ouders), twee eigenwaarde-inbreuk conflicten (geassocieerd met een ouder en een leraar), wat onmiddellijk een constellatie teweegbrengt.

Opmerking

Als iemand zijn moeder of kind ook als partner beschouwt of, omgekeerd, als een partner ook als kind of moeder wordt gezien en het conflict betreft ‘gepaarde’ organen, zoals de borsten, dan heeft het DHS (nest-zorgconflict, scheidingsconflict) tegelijkertijd in beide hersenhelften een impact en creëert in dit geval een Kleine Hersenen Constellatie of een (Post) Sensorische Cortex Constellatie.

Een constellatie kan ontstaan ​​wanneer één DHS twee aspecten heeft. Een diagnose van kanker kan bijvoorbeeld tegelijkertijd een bestaansconflict (een angst voor iemands leven) en een doodsangstconflict veroorzaken, resulterend in een hersenstamconstellatie.

Een constellatie kan permanent of terugkerend zijn vanwege sporen of terugvallen in het conflict. Sporen die worden geassocieerd met de conflicten (een bepaald persoon, locatie, onderwerp) versterken de huidige geestelijke toestand of reactiveren een constellatie nadat een van de twee conflicten (of beide) tijdelijk zijn opgelost (zie psychoses). Plotselinge depressieve stemmingen, woede-uitbarstingen, onmiddellijke sociale terugtrekking, impulsieve zelfmoorden of spontane misdaden worden meestal veroorzaakt door een conflictspoor of wanneer hetzelfde conflict opnieuw plaatsvindt. Aanhoudende conflictactiviteit creëert een blijvende constellatie, variërend van mild tot ernstig, afhankelijk van de mate van de bijbehorende conflicten.

Manische en depressieve stemmingen of een manische depressie ontwikkelt zich alleen bij de Temporale Kwab Constellatie .

Iemand die zich in een constellatie bevindt verkeert in een dubbele sympathicotonie (nerveus, rusteloos). Stress, bijkomende conflicten, stimulerende middelen zoals koffie of energiedrankjes) en drugs en medicatie met sympathicotone eigenschappen (cortisonen, cytostatica, morfine) verergeren de geestelijke toestand van dat moment.

Conflictoplossing: Zodra een van de twee conflicten is opgelost bevindt de persoon zich niet langer in een constellatie en worden de geestelijke toestand en het gedrag weer normaal. Op dat moment gaat het corresponderende orgaan ook in heling, wat bijvoorbeeld bronchitis, laryngitis, hepatitis, een urineweginfectie of aambeien veroorzaakt, afhankelijk van de aard van het onderliggende conflict. 

waarschuwing

Bij intensieve conflictactiviteit kan een conflictoplossing leiden tot ernstige complicaties, zoals een verstopping van de galwegen na het oplossen van een territorium-ergernisconflict of tot de ontwikkeling van een groot hersenoedeem, aangezien de genezing ook op hersenniveau plaatsvindt. We moeten ook rekening houden met de Epileptoïde Crisis, die wordt geïnitieerd op het hoogtepunt van de helingsfase. De Epileptoïde Crisis is een korte, intense reactivering van het conflict(en). Daarom zijn in die periode de terugkerende geestelijke symptomen veel sterker (zie psychotische aanval). Als een constellatie een van de beide hartrelais betreft, kan dit een hartaanval als gevolg van een kransslagader of een longembolie veroorzaken. Vandaar dat het ‘oplossen’ van conflicten, zoals het wordt aanbevolen door bepaalde stromingen kan leiden tot verwoestende resultaten!

De GNM-benadering: Bij ernstige constellaties adviseert Dr. Hamer ten stelligste dat de conflicten niet moeten worden opgelost, maar eerder worden gedowngraded. Het doel is om een ​​hyper-constellatie om te vormen tot een hypo-constellatie. De belangrijkste reden voor deze aanpak is het voorkomen van complicaties die mogelijk optreden tijdens de helingsfase, vooral tijdens de Epileptoïde Crisis.

“Toen ik de Eerste Biologische Wet van de Nieuwe Geneeskunde ontdekte, dacht ik in mijn enthousiasme dat je alle conflicten zo snel mogelijk zou moeten oplossen. Vandaag weet ik dat dit een vergissing was. Er zijn conflicten die we mee zouden moeten nemen in het graf, zodat we langer leven.” (Vermächtnis einer Neuen Medizin)  

Dr. med. Mag. theol. Ryke Geerd Hamer