Germaanse Nieuwe Geneeskunde

Drie Kiembladen

Endoderm

Brokconflicten (niet kunnen verkrijgen of elimineren van een brok)

Mesoderm

Aanvalsconflicten (Oud) Eigenwaarde-inbreuk conflicten (Nieuw)

Ectoderm

Territoriumconflicten, Seksuele conflicten en Scheidingsconflicten

ENDODERM

“De wetenschap van de embryologie en onze kennis van de evolutie van de mens vormen de basis van de geneeskunde. Het zijn de twee basale uitgangspunten die ons het inzicht geven in de oorsprong van kanker en van alle zogenaamde ziektes".
Dr. med. Ryke Geerd Hamer

ONTWIKKELING VAN DE RINGVORM TOT DE UITEINDELIJKE EMBRYONALE VORM

 

Het menselijke leven begint ‘eencellig’, terwijl het alle informatie en instructie ‘in zich heeft’ voor groei en ontwikkeling. Te beginnen met de eerste celdeling groeit het embryo uit tot een cluster van cellen, een blastocyst genaamd. Twee weken na de conceptie bestaat de blastocyst reeds uit de drie verschillende kiembladen, een innerlijk endoderm en een uiterlijk ectoderm, met daartussen het mesoderm. Gedurende de zwangerschap ontwikkelen alle organen en weefsels zich vanuit de kiembladen van het lichaam. Tijdens dit proces doorloopt de foetus alle evolutionaire stadia, van een eencellig organisme tot een compleet menselijk lichaam. OPMERKING: De drie kiembladen ontwikkelen de zelfde weefseltypes in alle organismen, inclusief dieren en planten.

OPMERKING: De theorie dat de ontwikkeling van de foetus (ontogenie) de evolutionaire geschiedenis van onze verre voorouders (fylogenie) samenvat, werd in het begin van de jaren 1800 geformuleerd door de Duitse bioloog Ernst Haeckel. Sinds het begin van de twintigste eeuw ligt de ‘biogenetische wet’ van Haeckel echter onder vuur. Het wetenschappelijke werk van Dr. Hamer biedt een nieuwe en uitgebreidere zienswijze op de theorie van Haeckel, door aan te tonen dat de evolutionaire ontwikkeling van het menselijk organisme, inclusief de hersenen, biologische conflictthema’s vertegenwoordigt die zich op enig moment tijdens de evolutie voordeden. Dit bewijst dat de bewering van Haeckel fundamenteel waar is.

 

Vanuit de biologie weten we dat de eerste levensvormen ringvormige organismen waren die uitsluitend uit ingewanden bestonden. Tijdens dat stadium van evolutie deelden zowel de opname van voedsel als de uitscheiding één opening, de zogenaamde “MUIL”. Het ingaande gedeelte van de muil verzorgde de opname en vertering van voedsel, het uitgaande gedeelte verzorgde de uitscheiding van feces. Op afbeelding aan de rechterzijde een vijf dagen oude menselijke embryo. De ringvorm is nog goed zichtbaar.

 

 

De verdeling van de zenuwen van het autonome zenuwstelsel voor de geboorte wijst ook nog op de originele ringvorm. Terwijl de zenuwen ten behoeve van het sympathische zenuwstelsel zijn aangelegd in het midden van de ruggenwervels zijn de parasympatische (vagotone) zenuwen aangelegd aan de buitenkanten van de wervelkolom, namelijk aan de basis van de hersenen en in de lende, dicht bij de keelholte en het rectum. Dit duidt er sterk op dat deze parasympatische gedeelten ooit tegen elkaar hebben gelegen.

 

 

 

 

We moeten de ontwikkeling van het ruggenmerg en de wervelkolom (van de cervicale (C), thoracale (T) en lumbale wervelkolom (L) naar het heiligbeen) als een proces bekijken, namelijk aanvankelijk in een ronde configuratie, gelijk aan de ringvorm van de darm. We kunnen pas spreken van een bovenste en onderste deel van de wervelkolom nadat het de ringvorm open brak . Het sympathische zenuwstelsel loopt in twee zogenaamde grensstrengen of celkolommen ( truncus sympathicus), zowel links als rechts van de wervelkolom van boven naar beneden. Ze zorgen ervoor dat impulsen vanuit het ruggenmerg via deze grensstrengen naar de organen worden geleid, zowel hoog in het cervicale gebied als laag in het heiligbeen gebied.

 

In de HERSENSTAM, het oudste deel van de hersenen, zijn de controlecentra van de organen van het darmkanaal ook gerangschikt in een ringvorm, beginnend vanaf de rechter hemisfeer met de hersenrelais van de mond en keelholte (inclusief schildklier en bijschildklieren), slokdarm, maag, leverparenchym, alvleesklier, twaalfvingerige darm, dunne darm, steeds tegen de klok in, met de hersenrelais van het blindedarm, dikke darm, rectum en de blaas aan de linkerkant van de hersenstam. De overgang van de rechter naar de linker helft van de hersenstam komt op orgaanniveau overeen met de ileo-cecale klep, die geplaatst is tussen de dunne darm en de blindedarm, in het eerste deel van de dikke darm.

 

 

 

 

De longblaasjes, het middenoor en de buisjes van Eustachius, traanklieren, vaatvlies, iris en straalvormig lichaam van de ogen, nierverzamelbuizen, bijniermerg, prostaat, baarmoeder en eileiders, klieren van Bartholin, smegma-producerende klieren en de hypofyse, de pijnappelklier en de plexus choroïdeus zijn afkomstig van het darmslijmvlies. Ze worden daarom aangestuurd vanuit de hersenstam.

Net zoals de darmcellen de “voedselbrok” absorberen (resorptieve kwaliteit) en verteren (secretoire kwaliteit), absorberen de longblaasjes de “luchtbrok”, het middenoor en de buisjes van Eustachius “de hoorbrok” , de traanklieren en het druifvlies (uvea) de “visuele brok” en verzamelen de nieren de “waterbrok”.

 

Alle organen die worden aangestuurd vanuit de HERSENSTAM zijn afgeleid van het ENDODERM, de eerste en oudste embryonale kiemlaag. Vanwege hun oorsprong uit het darmslijmvlies, bestaan ze uit CILINDRISCH EPITHEELWEEFSEL.

In het geval van een biologisch conflict genereert het gerelateerde orgaan meer weefsel tijdens de conflictactieve fase. In de genezingsfase worden de extra cellen verwijderd met behulp van schimmels en TBC-bacteriën.

 

In de loop van de evolutie brak de ‘muil’ open. De nieuwe opening van het uitgaande gedeelte ontwikkelde zich tot het hedendaagse rectum, de resterende slokdarm werd in zijn geheel de mond en keelholte (zie GNM-diagram).

Het beeld aan de rechterkant toont de verdere ontwikkeling van de foetus tot de uiteindelijke embryovorm, waarbij de embryonale kiemlagen worden getoond.

 

Het openbreken van de ingewanden trad op nabij de linker helft van de slokdarm. Dit verklaart waarom het controlecentrum van de mond en keelholte zijn verdeeld over twee hersenrelais, die tegenover elkaar zijn geplaatst in het midden van beide zijden van de hersenstam.

 De rechter helft van de mond en keelholte wordt aangestuurd vanaf de rechterkant van de hersenstam, die nog steeds de voedselinname reguleert (ingaande brok), terwijl de linker helft van de mond en keelholte aangestuurd wordt vanaf de linkerkant van de hersenstam, welke echter niet langer de uitscheiding reguleert (dit wordt nu geregeld door het rectum), maar in plaats daarvan de braakreflex (een overblijfsel van de ‘uitscheidingsfunctie’ van de slokdarm) heeft. Het behoud van de oorspronkelijke innervatie van de linker helft van de slokdarm dient ook het biologische doel om een brok (uitscheidingskwaliteit) te kunnen uitscheiden die schade aan het organisme zou kunnen toebrengen.

 

 

De breuk van de slokdarm vond plaats op een moment dat het zogenaamde plaveiselepitheel, dat afkomstig is van een nieuwere embryonale kiemlaag, namelijk van het ectoderm, al vanuit de slokdarm ‘naar binnen was gemigreerd, zowel naar het ingaande als het uitgaande deel van de darm. Tijdens de zwangerschap ontwikkelt het ectoderm zich op de zeventiende dag na de bevruchting. Alle organen en weefsels die afkomstig zijn van het ectoderm worden aangestuurd vanuit de hersenschors. OPMERKING: De α-cellen en de β-cellen van de eilandjes van Langerhans, de reukzenuwen en de thalamus worden aangestuurd vanuit de tussenhersenen (deel van de grote hersenen).

In het geval van een biologisch conflict genereert het overeenkomstige orgaan tijdens het conflictactieve fase celverlies (ulceratie). In de genezingsfase wordt het celverlies hersteld met behulp van bacteriën.

OPMERKING: Het binnenoor (cochlea en vestibulair orgaan), het netvlies en het glasvocht reageren op het gerelateerde conflict met functioneel verlies; de periostale zenuwen met hyperfunctie.

 

Het startpunt van de ectodermale celmigratie was het plaveiselepitheel dat het botvlies van de neusbijholten bedekte. De gevoelige zenuwen van het epitheliale bijholteslijmvlies zorgden voor een verhoogde reukzin die overleving (geur van gevaar) en voortplanting (geur van een partner) mogelijk maakte.

De controlecentra van de neusbijholten bevinden zich aan de basis van de schedel. Ze vormen de kruising tussen de pre – motorisch sensorische cortex en de post-sensorische cortex.

 

 

De celmigratie van het plaveiselepitheel in de muil verklaart waarom ectodermaal weefsel wordt gevonden in de hedendaagse..

… mond en slokdarm, speekselklierbuizen, neusbijholten, tandglazuur, traangangen, schildkliergangen en kieuwbooggangen. Al deze weefsels worden aangestuurd vanuit de pre-motorisch sensorische cortex.

… slokdarm (bovenste tweederde deel), maag (kleine kromming), maagportier, twaalfvingerige darm, galwegen, galblaas, alvleeskliergangen, kransslagaderen, kransaderen, opstijgende aorta, interne halsslagaderen, inwendige delen van de ondersleutelbeenslagaderen, halsslagader, glans penis en glans clitoris. Al deze weefsels worden aangestuurd vanuit de post-sensorische cortex.

Wat hun gevoeligheid betreft volgen beide orgaangroepen het MONDSLIJMVLIES SCHEMA (zo genoemd vanwege de verbinding met de muil), met overgevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de epileptoide-crisis en ondergevoeligheid tijdens de genezingsfase.

 

De celmigratie van het plaveiselepitheel weefsel naar het uitgaande gedeelte van de ‘muil’ verklaart waarom ectodermaal weefsel wordt gevonden in de hedendaagse …

… nierbekken, urineleiders, blaas, urinebuis, rectum, para-anale gangen en baarmoederhals. Al deze weefsels worden aangestuurd vanuit de post-sensorische cortex.

 

 

 


OPMERKING: Nadat de muil was opengebroken moesten de sensorische zenuwen en de motorische innervatie van het gehele urino-rectale systeem opnieuw worden bedraad, via het ruggenmerg (dit is de reden waarom deze organen verlamd raken bij een dwarsleasie). Ze werden verbonden met de patroon van het buitenste huidschema. In de hersenen zijn de organen ordelijk naast elkaar gepositioneerd aan de linkerkant van de hersenschors.

 

MESODERM

Het MESODERM, dat zich ontwikkelde nadat het leven zich verplaatste naar het land, is verdeeld in een oudere en jongere groep.

Het OUD MESODERM ontwikkelt de lederhuid (incl. talgklieren en zweetklieren), longvlies, buikvlies, groot omentum, hartzakje, borstklieren, tunica vaginalis en de ooglidklieren. Alle organen en weefsels die afkomstig zijn van het oud mesoderm worden aangestuurd vanuit de kleine hersenen, dat zich naast de hersenstam heeft gevormd.

 

 

In het geval van een biologisch conflict genereert het gerelateerde orgaan extra weefsel tijdens de conflictactieve fase. In de genezingsfase worden de extra cellen verwijderd met behulp van schimmels en bacteriën.

Het NIEUW MESODERM ontwikkelt de botten (inclusief beenmerg en bloedcellen,-botten/leukemie-), tandglazuur, parodontium, beenvlies, dwarsgestreepte spieren, kraakbeen, pezen, ligamenten, vetweefsel, bindweefsel (incl. gliacellen en myeline), endocardium en hartkleppen, bloedvaten (incl. afdalende aorta, uitwendige halsslagader, uitwendige lagen van de ondersleutelbeenslagaderen, buikaorta, hersenslagaderen), hersenvliezen, lymfevaten met lymfeklieren, milt, eierstokken, testikels, corpus cavernosum (penis), nierparenchym, bijnierschors en delen van het glasachtig lichaam. Alle organen en weefsels die afkomstig zijn van het nieuwe mesoderm worden aangestuurd vanuit HET HERSENMERG, die zich onder de hersenschors heeft gevormd.

In het geval van een biologisch conflict genereert het gerelateerde orgaan tijdens het conflictactieve fase celverlies (necrose). In de genezingsfase wordt het celverlies hersteld met behulp van bacteriën.

Het vermogen van de oorspronkelijke cel om zich door mitose te delen, waardoor diploïde cellen ontstaan die twee sets chromosomen bevatten, werd de blauwdruk voor de door de oude hersenen (hersenstam en de kleine hersenen) aangestuurde organen, die meer weefsel genereren tijdens de conflictactieve fase. De zogenaamde reductiedeling (meiose), waarbij het aantal chromosomen wordt verlaagd van diploïde tot haploïde, werd het plan voor de door de grote hersenen (hersenmerg en hersenschors) aangestuurde organen, die celverlies genereren tijdens de conflictactiviteit. Deze bio-logische speciaalprogramma’s zijn ingegraveerd in de genetische code van elke cel van het menselijk organisme. 

OPMERKING: De botten van het skelet worden geïnnerveerd door de ruggenmergzenuwen. De innervatie van de botten wordt geregeld door de tweede tot vierde cervicale zenuwen (C 2 – C 4). De lederhuid wordt ‘gevoed’ door de tweede tot vijfde cervicale zenuwen (C 2 – C 5), bijna parallel aan de botinnervatie. De opperhuid wordt gevoed door de vijfde tot de zevende cervicale zenuwen (C 5 – C 7). De reden voor de verschillende innervatie van de botten en de opperhuid is dat de botten, afkomstig van het nieuwe mesoderm, veel eerder ontwikkeld werden dan de buitenste ectodermale laag van de huid.

In het begin was het botvlies, dat de botten van het skelet omhulde, bedekt met plaveiselepitheel. Nadat de spieren, ligamenten, pezen en twee huidlagen (lederhuid en opperhuid) nieuwe steun aan de botten hadden gegeven, degenereerde de plaveiselcelepitheellaag (in de foetale ontwikkeling vindt dit proces plaats gedurende de eerste twee weken van de zwangerschap). Wat overbleef was een gevoelig netwerk van periostale botvlieszenuwen (aangestuurd vanuit de post-sensorische cortex).

 

OPMERKING: Het vorige, oude plaveiselepitheel (vergelijk met jong plaveiselepitheel van de epidermis) bekleedt nog steeds de huidige neusbijholtes, parodontium, glans clitoris en glans penis. Het botvlies van de glans penis is een overblijfsel van het botvlies dat het vorige penisbot bedekte.

 

DE ONTWIKKELING VAN HET SPIERWEEFSEL

GLADDE SPIEREN: De gladde spieren van het menselijk lichaam zijn afkomstig van de darmspieren van de oorspronkelijke muil.


De gladde spieren van de darmen, de sigmoïd darm (S-vormige gedeelte van de karteldarm die overgaat in de endeldarm) en rectum (bovenste deel), interne rectale sluitspier, nierbekken, urineleiders, blaas, urinebuis, interne blaassluitspier, slokdarm, bronchiën, strottenhoofd, baarmoeder, hartspier (boezems), bloedvaten (incl. kransaderen, kransslagaderen, aorta, halsslagaderen en ondersleutelbeenslagaderen), lymfevaten, pupilspieren en ciliaire spieren zijn afkomstig van het endoderm.

De gladde spieren zijn onvrijwillige, niet-gestreepte spieren. Hun mogelijkheid om samen te trekken veroorzaakt het verplaatsen van de voedselbrok (darmspieren), de bloedbrok (boezems, bloedvaten), de luchtbrok (strottenhoofdspieren, bronchiale spieren), de urinebrok (nierbekken, urineleiders, blaas, urinebuis, diepliggende blaasdriehoek), de sperma-brok (prostaatgangen) en de lichtbrok (pupilspieren), door de specifieke organen met hun peristaltische beweging.

De gladde spieren worden aangestuurd vanuit de middenhersenen, gelegen aan de bovenkant van de hersenstam.

OPMERKING: de mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen worden ook vanuit de middenhersenen aangestuurd.

In het geval van een biologisch conflict genereren de gerelateerde spieren meer cellen tijdens de conflictactieve fase, met een toename van spiermassa en verhoogde lokale spierspanning (hypertonie) tot gevolg. In de genezingsfase ontspannen de spieren. De epileptoïde crisis presenteert zich als spierspasmen. In de baarmoeder blijven de extra spiercellen aanwezig nadat de genezing voltooid is.

 

DWARSGESTREEPTE SPIEREN: De dwarsgestreepte spieren ontwikkelden zich in een tijd waarin efficiëntere spierfuncties nodig waren.

De dwarsgestreepte spieren van de skeletspieren, hartspier (ventrikels), kransslagaderen, kransaderen, aorta, halsslagaderen en ondersleutelbeenslagaderen, bloedvaten, tong, kaak, oor, bronchiën, strottenhoofd, middenrif, slokdarm, maag (kleine kromming), maagportier, duodenum, galwegen, galblaas, baarmoederhals, baarmoederhals-sluitspier, vagina, rectum, uitwendige rectale sluitspier, nierbekken, urineleiders, urinebuis, blaas, uitwendige sluitpier van de blaas, ooglidspieren, ciliaire spieren en extra-oculaire spieren vinden hun oorsprong in het NIEUW MESODERM.

De trofische functie (m.b.t. de voeding) van de dwarsgestreepte spieren wordt aangestuurd vanuit HET HERSENMERG.

 

Het vermogen om de spieren te bewegen wordt geregeld vanuit de MOTORISCHE CORTEX.

 

In het geval van een biologisch conflict genereren de gerelateerde spieren tijdens het conflictactieve fase celverlies en spierverlamming. In de genezingsfase worden de spieren gereconstrueerd. De epileptoïde crisis manifesteert zich als spierkrampen, ritmische convulsies, spasmen of spiertrekkingen. OPMERKING: Vanuit evolutionair oogpunt zijn het de tonisch-clonische contracties tijdens de bevalling die de blauwdruk werden voor de epileptoïde crisis van de dwarsgestreepte spieren.

OPMERKING: De dwarsgestreepte spieren, de eilandcellen van de alvleesklier (cellen van de eilandjes van Langerhans), het binnenoor (cochlea en vestibulair orgaan), het netvlies en het glasachtig lichaam van de ogen en de reukzenuwen behoren tot de groep organen die reageren ten opzichte van het gerelateerde conflict met functioneel verlies of hyperfunctioneren (periostale zenuwen en thalamus).

ECTODERM

Ten slotte ontwikkelde het ECTODERM de opperhuid die de gehele lederhuid bedekte. Vanaf de buitenste huid migreerde ectodermaal plaveiselcelepitheelweefsel via de tepels naar binnen in de melkgangen, in de gehoorgang, de neusholten en de luchtwegen. Het bedekte ook het buitenste deel van de ogen. Dit is de reden waarom plaveiselcelepitheelweefsel wordt gevonden in de hedendaagse …

… opperhuid (inclusief de uitwendige geslachtsorganen en de vagina), prostaatgangen, ooglidhuid, oogkliergangen, bindvlies, hoornvlies, lens, melkgangen, uitwendige oor- en gehoorgang, neusslijmvlies, luchtpijp, strottenhoofd, stembanden en bronchiën. Al deze weefsels worden aangestuurd vanuit de SENSORISCHE CORTEX.

Met betrekking tot hun gevoeligheid volgt deze orgaangroep samen met de organen van het urinaire systeem het BUITENSTE HUIDSCHEMA (zo genoemd vanwege de verbinding met de buitenhuid), met verminderde gevoeligheid tijdens het conflictactieve fase en de epileptoïde crisis en overgevoeligheid in het genezingsfase.

OPMERKING: De gevoeligheden van het plaveiselcelepitheelweefsel van het buitenste huidschema en het mondslijmvliesschema zijn precies het tegenovergestelde. De twee gevoeligheidspatronen verklaren waarom bijvoorbeeld maagzweren pijn (hyperesthesie) veroorzaken tijdens conflictactiviteit terwijl zweervorming in het rectum doofheid (hypoesthesie) veroorzaakt in de conflictactieve fase. 

 

Dit GNM-diagram, dat een onderaanzicht van de hersenschors toont, illustreert dat de pre-motorisch sensorische cortex en post-sensorische cortex (die alle organen besturen volgens het mondslijmvliesschema, het urinaire systeem en de periostale zenuwen) aanzienlijk groter zijn dan de sensorische cortex en motorische cortex.

 

 

 

 

 

De pre-motorisch sensorische cortex en post-sensorische cortex waren oorspronkelijk één groot gebied dat later werd gescheiden door de sensorische-en motorische cortex en alleen op de schedelbasis een verbinding handhaafde.

 

 

 

Het netvlies en het glasachtig lichaam van de ogen zijn afkomstig van het ECTODERM. Ze worden aangestuurd vanuit de VISUELE CORTEX, in de achterhoofdskwab van de hersenen. De visuele cortex en de bijbehorende organen ontwikkelden zich vanuit de pre-motorisch sensorische cortex en de motorische cortex.

 

 

In het geval van een biologisch conflict genereert het gerelateerde weefsel tijdens conflictactieve fase functioneel verlies. In de genezingsfase wordt de functie hersteld.

 

Bron: https://learninggnm.com

Disclaimer: De informatie in dit document dient niet ter vervanging van professioneel medisch advies.