Germaanse Nieuwe Geneeskunde

Zinvolle Biologische Speciaalprogramma's

 

SCHILDKLIER

SCHILDKLIER

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE SCHILDKLIER: De schildklier bevindt zich aan de voorzijde van de nek, onder het strottenhoofd, met één kwab aan weerszijden van de luchtpijp. Oorspronkelijk bevond de schildklier zich achterin de mond (oropharynx), vanwaar het via de tong en de nek naar de huidige positie afdaalde. Deze verbinding staat bekend als het tong-schildklierkanaal of de thyroglossale gang. De primaire functie van de schildklier is de productie van thyroxine (secretoire kwaliteit), een hormoon dat de snelheid regelt waarmee voedingsstoffen worden omgezet in energie. Aanvankelijk was de schildklier een exocriene klier die hormonen afscheidde in het ingaande en uitgaande deel van de darm, om de inname van voedsel en de eliminatie van uitwerpselen mogelijk te maken. Nadat de slokdarm openbrak werd de schildklier een endocriene klier die thyroxine direct in de bloedbaan afgeeft. De schildklier bestaat uit intestinaal cilinderepitheel, is afkomstig van het endoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de hersenstam.

HERSENNIVEAU: In de hersenstam heeft de schildklier twee controlecentra die ordelijk zijn gepositioneerd in de ringvorm van de hersenrelais die de organen van het spijsverteringskanaal aansturen.

De rechterhelft van de schildklier wordt vanuit de rechterkant van de hersenstam bediend; de linkerhelft wordt aangestuurd vanaf de linker hersenstamhelft. Er is geen kruislings verband tussen de hersenen en het orgaan.

OPMERKING: De mond en keelholte, traanklieren, buisjes van Eustachius, schildklier, bijschildklieren, hypofyse, pijnappelklier en plexus choroïdeus delen hetzelfde hersenrelais.

 

BIOLOGISCH CONFLICT: In overeenstemming met zijn rol in de spijsvertering is het biologische conflict dat verband houdt met de schildklier een “brok-conflict” (vergelijk met “brok-conflict” gerelateerd aan de bijschildklieren, mond en keelholte, maag, twaalfvingerige darm, alvleesklier, dunne darm en dikke darm).

 

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn brokconflicten de primaire conflictthema’s die worden geassocieerd met organen van endodermale oorsprong, die worden aangestuurd vanuit de herstenstam. 

 

RECHTER HELFT VAN DE SCHILDKLIER

 

 

Net zoals bij de rechterhelft van de mond en keelholte, heeft het conflict van de rechter kwab van de schildklier betrekking op een “ingaande brok” en op “niet snel genoeg zijn om een ​​brok te bemachtigen“. Zo’n “brok” heeft bijvoorbeeld betrekking op een baan, een functie, een promotie, een contract, een bedrijf of een aankoop die men sterk wenst, maar te langzaam is om te “grijpen”. De verwachte “brok” kan ook betrekking hebben op iemand, waarbij men te langzaam was om hem/haar te “vangen” of “in de greep te krijgen”.

 

 

LINKER HELFT VAN DE SCHILDKLIER

 

 

Net zoals bij de linkerhelft van de mond en keelholte, heeft het conflict van de linker kwab van de schildklier betrekking op een “uitgaande brok” en op “niet snel genoeg zijn om een ​​brok kwijt te raken of te elimineren” (oorspronkelijk de ontlasting). Dit kan een ultimatum zijn, goederen, overtollige voorraad of een persoon (huurder, werknemer, zakenpartner) waarbij men te traag was om “deze persoon af te schudden”. Een verontschuldiging of een voorstel dat te laat werd geuit kan ook dit soort “brok” -conflict veroorzaken.

 

 

Mensen met een drive om “dingen voor elkaar te krijgen”, die beroepen en doelen hebben die concurrentie met zich meebrengen (bedrijfsmanagers, verkoopleiders, verkopers, atleten en competitiesporters), die onder tijdsdruk staan ​​(journalisten, fabrikanten) of constant onder druk staan ​​om te presteren ( mensen met twee banen, alleenstaande moeders) zijn gevoeliger voor het lijden van dit type conflict. Kinderen en adolescenten lijden aan schildklierconflicten wanneer ze te veel worden gepusht door een ouder, leraar of coach (“Je bent te langzaam!”).

CONFLICTACTIEVE FASE: Startend vanaf het DHS vermeerderen de schildkliercellen zich tijdens de conflictactieve fase evenredig aan de intensiteit van het conflict. Het biologische doel van de celtoename is het bevorderen van de afscheiding van thyroxine, zodat het individu sneller wordt om de gewenste brok (rechter helft van de schildklier) te kunnen bemachtigen of om een ​​ongewenste brok (linker helft van de schildklier) te elimineren. Dit veroorzaakt een overactieve schildklier of hyperthyreoïdie. Vanwege de verhoogde productie van thyroxine zijn personen met een overactieve schildklier vaak opgewonden, nerveus, prikkelbaar en hebben ze moeite met slapen. Hoge bloeddruk hoort typisch bij systolische hypertensie (vergelijk met hypertensie gerelateerd aan het rechter hartspierweefsel en het nierparenchym). De knobbel (nodule) die verschijnt tijdens de conflictactieve fase wordt over het algemeen aangeduid als een “hete knobbel” (te vergelijken met “koude knobbel of nodus” in verband met de schildkliergangen).

Bij aanhoudende conflictactiviteit ontstaat een zwelling (secretoire type) die door de voortdurende celvermeerdering verwordt tot een harde struma of krop (vergelijk met euthyreoot struma met betrekking tot de schildkliergangen). De vergroting van de schildklier kan ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken als gevolg van de druk op de luchtpijp. Een grote zwelling met overvloedige celvermeerdering kan worden gediagnosticeerd als een schildklierkanker.

 

Het is een wijdverspreid geloof dat hyperthyreoïdie wordt veroorzaakt door een tekort aan jodium. Deze theorie kan echter niet verklaren waarom bijvoorbeeld een struma zich ontwikkelt in de rechter of linker schildklierkwab (zie foto), of in beide.

 

 

 

De gele pijlen op deze CT-scan wijzen naar het gebied in de hersenstam van waaruit de linker schildklier wordt aangestuurd. De scherpe ringconfiguratie van de Hamerse Haard duidt op conflictactiviteit aan, dus op een overactieve schildklier.

 

 

 

HELINGSFASE: Na de oplossing van het conflict (CL) verwijderen schimmels of mycobacteriën zoals TBC-bacteriën de cellen die niet langer nodig zijn. Helende symptomen zijn pijn als gevolg van de zwelling, problemen bij de ademhaling en het slikken en nachtelijk zweten. Als het genezingsproces gepaard gaat met een ontsteking veroorzaakt dit thryreoïditis.

Na voltooiing van de genezingsfase keert het thyroxine niveau weer terug naar normaal. Echter bij een hangende genezing, dat wil zeggen wanneer de genezing voortdurend wordt onderbroken door conflictrecidieven, resulteert het langdurige afbraakproces in verlies van schildklierweefsel, wat een chronische, trage schildklier of hypothyreoïdie veroorzaakt, ook wel de ziekte van Hashimoto genoemd. Symptomen zijn vermoeidheid en lage energie, omdat de ontoereikende productie van thyroxine het metabolisme van het lichaam vertraagt ​​(zie ook de genezingsfase van schildkliergangen). In dit geval is het raadzaam om thyroxine aan te vullen.

OPMERKING: Hypothyreoïdie wordt altijd voorafgegaan door hyperthyreoïdie!

Als de vereiste microben niet beschikbaar zijn voor het oplossen van het conflict, omdat ze zijn vernietigd door overmatig gebruik van antibiotica, kunnen de extra cellen in de schildklier niet worden afgebroken. Bijgevolg blijft de krop of struma bestaan, inclusief de overproductie van thyroxine met een langdurige hyperthyreoïdie tot gevolg, ook al is het conflict opgelost (zie ook bijschildklieren, alvleesklier, bijnier, prostaat). Om de productie van thyroxine te normaliseren moet mogelijk een operatie worden overwogen.

BIJSCHILDKLIEREN

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE BIJSCHILDKLIEREN: De bijschildklieren zijn twee paar kleine klieren, gelegen aan de achterzijde van de schildklier. Hun belangrijkste functie is het afscheiden van het schildklierhormoon, ook parathyreoïd hormoon, parathormoon of PTH genoemd, dat dient ter behoud van het juiste calciumniveau (secretiekwaliteit), een mineraal dat essentieel is voor spiercontractie. Gelijk aan de schildklier waren de bijschildklieren oorspronkelijk exocriene klieren, die rechtstreeks in de darm afscheidden. Tegenwoordig zijn de bijschildklieren endocriene klieren, die hun hormonen direct in de bloedbaan afgeven. De bijschildklieren bestaan ​​uit intestinaal cilinderepitheel, zijn afkomstig van het endoderm en worden daarom aangestuurd vanuit de hersenstam.

HERSENNIVEAU: In de hersenstam hebben de bijschildklieren twee controlecentra die ordelijk zijn gepositioneerd in de ringvorm van de hersenrelais die de organen van het spijsverteringskanaal aansturen.

De rechter bijschildklier wordt aangestuurd vanuit de rechterkant van de hersenstam; de linker bijschildklier wordt aangestuurd vanuit de linker helft van de hersenstam. Er is geen kruislings verband tussen de hersenen en het orgaan.

OPMERKING: De mond en keelholte, traanklieren, buizen van Eustachius, schildklier, bijschildklieren, hypofyse, pijnappelklier en plexus choroïdeus delen hetzelfde hersenrelais.

BIOLOGISCH CONFLICT: In overeenstemming met de functie van de bijschildklieren is het corresponderende biologische conflict een “brokconflict” (vergelijk met “brokconflict” gerelateerd aan de schildklier, mond en keelholte, maag, twaalfvingerige darm, alvleesklier, dunne darm en dikke darm).

 

In overeenstemming met evolutionair redeneren zijn brokconflicten de primaire conflictthema’s die worden geassocieerd met organen van endodermale oorsprong, die worden aangestuurd vanuit de herstenstam. 

 

RECHTER BIJSCHILDKLIEREN

Gelijk aan de rechterhelft van de mond en keelholte heeft het conflict dat verband houdt met de rechter bijschildklieren betrekking op een “inkomende brok” en op “een brok niet te pakken kunnen krijgen” vanwege een laag calciumgehalte, dat de benodigde spiercontracties inperkt die nodig zijn om een ​​voedselbrok in te kunnen slikken.

LINKER BIJSCHILDKLIEREN

Gelijk aan de linkerhelft van de mond en keelholte heeft het conflict dat verband houdt met de linker bijschildklieren betrekking op een “uitgaande brok” en op “niet in staat zijn om een ​​brok te eliminerenvanwege een laag calciumgehalte, dat de benodigde spiercontracties inperkt die nodig zijn om een ​​voedselbrok te kunnen elimineren.

CONFLICTACTIEVE FASE: Beginnend vanaf het DHS vermeerderen de cellen van de bijschildklieren zich tijdens de conflictactieve fase met een overproductie van het bijschildklierhormoon PTH of hyperparathyreoïdie tot gevolg, dat het biologische doel dient om het organisme van meer calcium te voorzien, om de spiercontracties te versterken, zodat de brok beter kan worden geabsorbeerd (rechter bijschildklieren) of geëlimineerd (linker bijschildklieren). Bijgevolg verhoogt het calciumgehalte in het bloed, wat hypercalciëmie veroorzaakt (vergelijk met hypercalciëmie gerelateerd aan de botten). In de conventionele geneeskunde kan een overmatige groei van de bijschildklieren worden gediagnosticeerd als een bijschildklierkanker.

OPMERKING: Het bijschildklierhormoon PTH ontleent het vereiste calcium aan de botten. Dit veroorzaakt echter geen osteoporose, omdat het bijschildklierhormoon er op hetzelfde moment voor zorgt dat het overmatige calcium niet wordt uitgescheiden door te urineren, maar wordt teruggevoerd naar het organisme.

HELINGSFASE: Na de conflictresolutie (CL) verwijderen schimmels of mycobacteriën, zoals  TBC-bacteriën, de cellen die niet langer nodig zijn. Dit proces gaat gepaard met nachtelijk zweten.

Met de voltooiing van de genezingsfase keert het PTH-niveau terug naar normaal. Echter, bij een hangende genezing, wanneer de genezing voortdurend wordt onderbroken door conflictrecidieven, leidt de aanhoudende bacteriële activiteit tot verlies van bijschildklierweefsel, wat chronische hypoparathyreoïdie met constante lage calciumwaarden veroorzaakt. In dit geval zijn voedselsupplementen aan te raden.

OPMERKING: Hypoparathyreoïdie wordt altijd voorafgegaan door hyperparathyreoïdie!

Als de vereiste microben niet aanwezig bij de oplossing van het conflict, omdat ze zijn vernietigd door overmatig gebruik van antibiotica, kunnen de extra cellen niet worden afgebroken, waardoor langdurige hyperparathyreoïdie optreedt (zie ook schildklier, alvleesklier, bijnier, prostaatklier). Om de PTH-productie te normaliseren kan een operatie worden overwogen.

SCHILDKLIERGANGEN

ONTWIKKELING EN FUNCTIE VAN DE SCHILDKLIERGANGEN: De schildkliergangen vertakken zich in een boomachtige structuur door de schildklier. De oorspronkelijke functie van de schildkliergangen was om hormonen die werden geproduceerd in de schildklier naar het ingaande en uitgaande deel van de darm te vervoeren om de stofwisseling van voedsel en de afvoer van ontlasting mogelijk te maken. Na het openbreken van de oerdarm sloten de schildkliergangen en werd de schildklier een endocriene klier. Tegenwoordig brengen de schildkliergangen de thyroxine rechtstreeks in de bloedbaan. De bekleding van de schildkliergangen bestaat uit plaveiselepitheel, is afkomstig van het ectoderm en wordt daarom aangestuurd vanuit de hersenschors.

OPMERKING: De schildkliergangen stammen af van de kieuwbooggangen (zie ook kransslagaderen, kransaderen, aorta, halsslagaderen en ondersleutelbeenslagaderen die afkomstig zijn van de kieuwboog arteriën). In het embryo geven de kieuwbogen, oftewel de kieuwachtige bogen (het Griekse tak = kieuw) ,vorm aan de structuur van het hoofd en de nek (zie ook alle gangen in de keelholte).

HERSENNIVEAU: De epitheliale bekleding van de schildkliergangen wordt aangestuurd vanuit de pre-motorisch sensorische cortex (onderdeel van de hersenschors). De linker schildkliergangen worden vanuit de rechterkant van de hersenschors aangestuurd; de rechter schildkliergangen worden aangestuurd vanuit de linker hersenhelft (frontaal). Daarom is er een kruislings verband tussen de hersenen en het orgaan.

OPMERKING: De schildkliergangen en kieuwbooggangen delen dezelfde hersenrelais. Het DHS beïnvloedt een van de weefsels of beide, afhankelijk van de intensiteit van het conflict.

BIOLOGISCH CONFLICT: Het biologische conflict dat verband houdt met de schildkliergangen is een vrouwelijk machteloosheidsconflict of een mannelijk frontaalangstconflict, afhankelijk van iemands geslacht, lateraliteit en hormoonstatus. Een machteloosheidsconflict wordt ervaren als een hulpeloos gevoel (“er is niets wat ik hieraan kan doen”, “mijn handen zijn gebonden”) of als geen controle hebben over een situatie/als een verlies van controle over een situatie. In het algemeen heeft het conflict betrekking op iedere vorm van dwang, externe controle of beslissingen die over iemands hoofd worden genomen.

 

 

Het Biologische Speciaalprogramma van de schildkliergangen volgt het MONDSLIJMVLIES SCHEMA met overgevoeligheid tijdens de conflictactieve fase en de epileptoïde-crisis en ondergevoeligheid gedurende de genezingsfase.

 

 

 

CONFLICTACTIEVE FASE: Ulceratie van de bekleding van de schildkliergangen evenredig aan de mate en duur van conflictactiviteit. Het biologische doel van het celverlies is het verwijden van de gangen om het organisme van meer thyroxine te kunnen voorzien, wat het individu meer energie geeft om het conflict op te lossen. Symptomen: lichte tot ernstige pijn, afhankelijk van de intensiteit van het conflict. Aangezien de schildkliergangen verwijden, stijgt het thyroxinegehalte enigszins tijdens de conflictactieve fase. Dit moet echter niet worden verward met hyperthyreoïdie omdat de productie van thyroxine in de schildklier onveranderd is.

HELINGSFASE: Tijdens het eerste deel van de genezingsfase (PCL-A) wordt het weefselverlies aangevuld door celvermeerdering met zwelling als gevolg van het oedeem (vochtophoping). In de conventionele geneeskunde wordt de celdeling vaak gediagnosticeerd als papillaire schildklierkanker of papillair carcinoom.

Wanneer de zwelling een schildkliergang afsluit komt er minder thyroxine in de bloedbaan terecht, ook al produceert de schildklier het hormoon in voldoende mate. Volgens Dr. Hamer is de verminderde toevoer van thyroxine naar het lichaam nooit zo ernstig als bij hypothyreoïdie en een chronische afname van de thyroxine producerende cellen.

Omdat de schildkliergangen geen uitwendige opening hebben vormt zich een cyste als gevolg van de ophoping van vocht in het kanaal. Deze groei wordt meestal een “koude knobbel” of “koude nodus” genoemd (vergelijk met “hete knobbel” gerelateerd aan de schildklier). Een grote schildkliercyste wordt een struma of krop genoemd (vergelijk met struma gerelateerd aan de schildklier).

Schildkliercysten bevinden zich in de richting van het midden (mediaan) van de rechter- of linkerkant van de nek (vergelijk dit met cysten in de laterale kieuwbooggangen). Als er geen terugval in het conflict is neemt de zwelling in de loop van het genezingsproces af. Echter bij een hangende genezing blijft de cyste aanwezig totdat de heling is voltooid.

 

Thyroglossale cysten ontwikkelen zich in het tong-schildklierkanaal dat de schildklier met de basis van de tong verbindt.

                                  

 

 

 

Deze CT van de hersenen presenteert een Hamerse Haard aan de rechterkant van de hersenschors, precies in het gebied van waaruit de linker schildkliergangen en het tong-schildklierkanaal worden aangestuurd. De kleine vochtophoping, weergegeven als donker, geeft het begin van PCL-A aan.

 

 

Een schildklierfistel is een uitwendige opening van een schildkliergang die wordt veroorzaakt door de scheuring van een schildkliercyste (struma) waarbij vloeistoffen naar buiten lekken. Een schildkliercyste kan breken, bijvoorbeeld wanneer grote hoeveelheden water worden vastgehouden in de cyste vanwege het SYNDROOM of als gevolg van voortdurende conflictrecidieven die het genezingsproces verlengen. Een fistel ontstaat alleen wanneer het de rechter schildkliergangen betreft, omdat deze zich dichter bij de huid bevinden. 

In de hersenen worden de rechter schildkliergangen, waar de fistel voorkomt, vanaf de linker hersenhelft aangestuurd, precies tegenover het hersenrelais van de linker schildkliergangen en de para-anale gangen. Dit is de reden waarom: Oorspronkelijk, voordat de oerdarm open brak, was de schildklier een exocriene klier die thyroxine in beide secties van de darm uitscheidde. De rechter schildkliergangen (aangestuurd vanuit de linkerkant van de hersenen) scheidden de thyroxine uit in de ingaande sectie (de hedendaagse mond en keelholte, slokdarm, maag en twaalfvingerige darm, dunne darm) om de vertering van voedsel mogelijk te maken; de linker schildkliergangen (aangestuurd vanuit de rechter helft van de hersenen) scheidden thyroxine uit in de uitgaande sectie (het hedendaagse rectum) om de afvoer van ontlasting mogelijk te maken. Toen de oerdarm open brak bleven delen van de linker schildkliergangen in het rectum achter. Deze residuen zijn de hedendaagse para-anale gangen (zie para-anale fistels). De directe nabijheid van de controlecentra in de hersenen van de schildkliergangen en de para-anale gangen is tevens een weergave van het openbreken van de oerdarm op hersenniveau.

Download deze pagina hier als PDF: Schildklier